De vorige keer dat er een vliegtuig in Amsterdam neerstortte, in 1992, werd ik ontzettend kwaad op mijn middelbare schoolvijand M., die later in het leven trouwens mijn beste vriend werd.
M. had in 1992 al journalistieke aspiraties en was met zijn cassetterecorder naar de Bijlmer gegaan om een sfeerreportage over de vliegramp te maken. Ik vond het onethisch dat hij daar mensen had lastiggevallen, en schold hem de volgende dag op school uitgebreid uit.
En nu reed ik zelf over de A9, op zoek naar het vliegtuig van Turkish Airlines. Ik had ook journalistieke aspiraties gekregen, maar eigenlijk geen idee wat ik daar nu mee moest. Het vliegtuig zien, dat was belangrijk, dacht ik.



