Iedere keer als ik de ANWB aan het werk zie, of de hoofddirecteur van de organisatie direct of indirect (via een van zijn minderen) een boodschap hoor verkondigen, voel ik me een beetje angstig.
Misschien omdat ze me langzamerhand te groot zijn geworden.
Het begon ooit, in de 19de eeuw, heel rustig, met een enigszins boven het gewone volk verheven groepje velocipedisten dat op zondagmiddag met elkaar de ongerepte Veluwe affietste, en na een poosje paddestoelvormige wegwijzers liet aanleggen om elk verdwalingsgevaar tussen Stroe en Garderen uit te sluiten. Later speelden ze de baas over bondsrijwielherstellers die dag en nacht konden worden opgeroepen om hun band te plakken, of die minstens geacht werden om tegen een hongerloon langs elke route voldoende bondspompen in gereedheid te houden. Stap voor stap zag je hun invloed zich uitbreiden van twee- tot vierwielers, en hun bemoeizucht groeien tot wat ten slotte ernstig op Macht ging lijken.



