Berichten met de tag Vrouwen

Vijftig jaar geleden was dit land nog een volstrekt discriminerende seksistische staat. Als je als vrouw ging trouwen, mocht je niet meer werken. Vrouwen mochten zonder hun man geen contracten ondertekenen. Het minimumloon van de vrouw was tot 35 jaar geleden nog de helft van dat van de man.

Dat hebben de feministen, de vrouwen die dapper vochten voor onze rechten, veranderd voor onze hele generatie. We hebben veel aan hen te danken. Maar na jaren van wettelijke gelijkheid wordt nu pijnlijk zichtbaar dat dit niet heeft geleid tot praktische gelijkheid. Vrouwen zijn niet net als mannen gaan doen, want ze werken nog steeds minder, zorgen vaker voor de kinderen en doen meer in het huishouden. En het ergste is dat vrouwen in onderzoeken massaal aangeven daarover tevreden te zijn.

Dus gaan de huidige voorvechters van vrouwenrechten nog een stap verder. Vrouwen moeten nu niet alleen voor de wet gelijk zijn, ze moeten ook in praktijk gelijk zijn. De Quote 500 moet bevolkt worden door evenveel mannen als vrouwen, en hetzelfde geldt voor de laagste sociaal-economische klassen. Zolang dat niet het geval is, is volgens Femke Halsema en vele feministen met haar, de emancipatie nog niet afgelopen.

Ik vind die bemoeienis onterecht. Ik wil niet dat de Staat zich gaat bezighouden met wie er stofzuigt, wie er voor de kinderen zorgt, wie minder gaat werken. Ik vind dat een zaak van het gezin zelf. Pas als vrouwen onderdrukt of gediscrimineerd worden is er reden om in te grijpen.

De vrouwenbeweging probeert een dergelijk onrecht aan te tonen. Dat de topbestuurders in het bedrijfsleven voornamelijk man zijn, zou komen door een mannenkartel: een mysterieus netwerk van mannen dat systematisch vrouwen uitsluit van de top van het bedrijfsleven. Maar het bestaan van zo’n netwerk is nooit bewezen. Tot dan toe zullen we het met meer plausibele verklaringen moeten doen voor het gebrek aan vrouwen in de rijkste en machtigste regionen van de samenleving: vrouwen zijn bijvoorbeeld risico-averser dan mannen en beginnen daarom minder snel een onderneming. Vrouwen werken vaker in de zorg en in het onderwijs en dan meestal nog in deeltijdbanen. En daar word je niet snel rijk van.

Die deeltijdbaan, dat is het paradijs van de vrouw. Het blijkt de ultieme oplossing: de vrouw brengt wat extra geld in het laatje, ze wordt extra uitgedaagd, ze voelt zich betrokken bij de maatschappij en kan de rest van de week bij de kinderen blijven. Want, tot afschuw van de feministen, wil de meerderheid van de vrouwen dat dolgraag: een paar dagen per week thuis bij de kinderen zijn.

Nee, zeggen de feministen van deze tijd. Deze vrouwen zijn niet thuis omdat ze dat graag willen, dat wordt van ze verwacht in deze maatschappij. Dat is een ander verondersteld onrecht: de moederschapscultuur. Ze werkt dus niet in deeltijd omdat ze dat wil, maar omdat ze dat moet.

Ik geloof dat niet. Onderzoek wijst uit dat een heel klein percentage van vrouwen in deeltijdbanen méér willen gaan werken als ze dat zou worden aangeboden. Sinds 2005 heeft de Wet kinderopvang gezorgd voor een grote stijging in het aanbod van goede, betaalbare crèches. Het enige gevolg is geweest dat meer vrouwen zijn gaan werken in die crèches.

Politici als Femke Halsema willen, zo lijkt het, allerlei misstanden rechttrekken waarvan het bestaan niet zeker is. De vrouw moet met quota, stimuleringsmaatregelen en andere wetgeving gelijk worden aan de man. De Nederlandse vrouw is echter dolgelukkig in haar positie. Dankzij de keiharde strijd die feministen hebben geleverd in de vorige eeuw zijn ze wie ze nu zijn: vrij om carrière te maken, geld te verdienen, onderwijs te volgen en kinderen te krijgen.

Als al die decennia van gelijkheid geen gelijke verdeling van armoede en rijkdom tussen mannen en vrouwen oplevert, dan is dat misschien het resultaat van de vrijheid van de vrouw, het resultaat van hoe de vrouw haar leven wenst in te richten. Die vrijheid hebben wij te respecteren.

‘Vrouwen zien elkaar nog te veel als concurrenten.’ zei Neelie Kroes in een interview met Elsevier vorige week. ‘Ze zouden onderling wat genereuzer mogen zijn.’

Juist om dit soort uitspraken is ze een onnatuurlijk boegbeeld van de vrouwenbeweging. Prijsafspraken, overheidssteun, kartelvorming, werden grof aangepakt onder haar bewind. Maar op de werkvloer is concurrentievervalsing blijkbaar wel geoorloofd. Wat mannen niet mogen: samenspannen tegen vrouwen, mogen vrouwen, nee moeten vrouwen wel, om elkaar in het zadel te houden.

Neelie Kroes is iemand waar ik anti-feministisch van wordt. Zij is het rolmodel van de vrouw die geen hulp nodig heeft. Sterker nog, ze paste zo goed in de elite van de Europese politiek, dat ik er nooit bij stil had gestaan dat ze een vrouw was. Of althans, dat dat iets bijzonders zou zijn.

Vroeger konden vrouwenrechten haar niet boeien. Nu, als eurocommissaris, pleit ze gepassioneerd voor quota, zoals in Noorwegen waar 40 procent van de top in het bedrijfsleven uit vrouwen moet bestaan. En niet alleen dat: vrouwen zouden ook niet meer met elkaar moeten concurreren.

Want willen de feministen dat zulke quota een succes worden, dan moet het inderdaad afgelopen zijn met die onderlinge strijd. Als er eenmaal een bepaald percentage vrouwen in de top van het bedrijfsleven zit, dan moet dat natuurlijk wel zo blijven. Wat gebeurt er als die 40 procent is gehaald? Is het mannenkartel dan doorbroken en mag het quotum afgeschaft worden? Of moet het quotum blijven, omdat anders de percentages weer naar beneden sijpelen? Wat als blijkt dat dat mannenkartel eigenlijk niet bestond en vrouwen zelf ook meer mannen in de raad benoemen (omdat ze nu eenmaal meer capabele mannen in de subtop vinden)?

Volgens mij betwijfelt Kroes nu al of zo’n hoog percentage vrouwen in de top zonder discriminatie in stand kan blijven. Er is niet alleen discriminatie nodig van de regering, maar ook van elke vrouw in zo’n topfunctie. Ze moeten elkaar benoemen, anders zullen de quota altijd moeten blijven. En waarschijnlijk gaat die overheidssteun zelfs Kroes te ver.

Rosanne Hertzberger

Vrijgezelle mannen en vrijgezelle vrouwen zijn twee volstrekt verschillende diersoorten, blijkt maar weer eens uit het programma Alleen nog een man, vanavond op Net5.

In dat programma gebeurt niets nieuws – singles worden op elkaar afgestuurd met een camera erbij in afwachting van geheid genante situaties – en toch zat ik er weer gefascineerd en met ontzetting naar te kijken. Hoe komt het toch dat alleenstaande vrouwen hun leven altijd zo ontzettend op een rij lijken te hebben, en alleenstaande mannen zodra hun vrijgezelle bestaan begint, verzanden in volstrekte radeloosheid?

lees verder

Als de Willems I en II een zitting van de Staten-Generaal openden, spraken ze tot hun Kamerleden als een directeur tot zijn werknemers. Leuk om te lezen dat de Mark Ruttes, de Pieter van Geelen, de Arie Slobben en de Jacques Tichelaars van die dagen niets hadden in te brengen dan lege briefjes. Als je in die tijd Mariëtte Hamer heette stond je trouwens de hele dag alleen maar af te stoffen of te kokkerellen. In de Volkskrant lezen we steeds vaker artikelen van mannen als Andreas Kinneging, Jaffe Vink en Bart Jan Spruyt die daar vurig naar terugverlangen.

lees verder

Ook zo’n zin in Internationale Vrouwendag, overmorgen? Lekker Internationale Vrouwendingen doen met medezusters? Heerlijk.

Jammer dat ‘vrouw’ zo’n eng woord is. ‘Ik ben gewoon een heel zelfbewuste jonge vrouw’, zo klinkt het. Of: ‘Als vrouw zijnde, zeg ik nee, het voelt niet zuiver’.

Het is ook volstrekt niet duidelijk wie nu eigenlijk een vrouw is. Officieel ben je een vrouw vanaf je achttiende, maar volgens mij vindt iedereen het bevreemdend als er in de krant staat: ‘Vrouw (19) vermist op camping bij Boxmeer’. Dat is toch een meisje?

Je hebt ook van die doorgeslagen jaren zeventig-moeders die vinden dat de eerste menstruatie bepalend is: ‘Schat! Nu ben je echt een vrouw!(snik) Mijn dochter! Een vrouw!’ Hou op zeg. Een meisje met maandverband, meer niet.

Terwijl ‘meisje’ soms ook weer zo misplaatst klinkt. ‘Dat meisje doet hier de human resources.’ Raar.

Er zijn mensen die daarom zweren bij het woord ‘meiden’. ‘We zijn met een stel meiden gaan wadlopen, echt super lachen.’ Maar ‘meiden’ is ook eng. De gymjuf vroeger op school zei graag ‘meiden’, waarschijnlijk om aan te geven dat meisjes even flink en stoer waren als jongens, maar dat was om je dingen te laten doen die je eigenlijk niet wilde: ‘Kom op meiden, we gaan kogelstoten’. Daarnaast is er een bepaald type nare ouders dat over hun eigen dochters zegt: ‘Joh, het zijn gewoon zulke lekkere meiden.’ Platonisch bedoeld, maar toch.

Tegenwoordig hoor ik vaak ‘dames’, refererend aan mensen die daar echt niet voor door kunnen gaan. ‘Zo dames, zullen we even een bakkie doen?’ Het feit dat ik dan bij die dames hoor, geeft aan dat het begrip ‘dame’ aan een enorme erosie onderhevig is (u kent mij niet, maar geloof me).

Mannen hebben het gemakkelijker (vandaar Vrouwendag). Ik hoorde laatst een bejaard persoon zeggen over een man van in de zeventig: ‘Leuke jongen is dat toch.’Dat was lief.

De Anna Bijns Prijs bekroont elke twee jaar een literair werk dat door een vrouw is geschreven, en wil tegenwicht bieden aan de P.C. Hooftprijs en de literaire jackpots (Ako, Libris), die negen op de tien keer op boeken van mannen vallen.

Je zou zeggen dat door deze prijs openlijk wordt erkend dat de schrijfster het hulpbehoevende zwakke zusje van Letterenland is, zoals vrouwen ook hun eigen sportcompetities hebben.

Toch is dat niet de filosofie van de bedenkers. Die plaatsen de zwakte niet bij de speelsters, maar bij de scheidsrechters. Mannelijke voorkeuren zouden het literaire landschap domineren. De vermeende schuldigen: juryleden en recensenten.

Bij de laatste slag om de Libris haalde slechts één vrouw de nominaties, terwijl de man-vrouwverhouding bij de inzendingen nog keurig fifty-fifty was. Juryvoorzitter Cox Habbema (een vrouw!) verdedigde: de vrouwenboeken waren domweg belabberd. „Kleine persoonlijke wissewasjes, thrillers, relatieproblemen, al of niet in moord eindigend, of in een cursus.”

Toch klopt dit niet. Zelfs over cursussen zijn uitstekende boeken te schrijven; denk aan de tragische tangocursist uit Spitzen van Thomas Rosenboom. Wat zijn dan wel doorslaggevende criteria? Dat leert een rondgang langs de jubelkreten in de juryrapporten van de grote prijzen: Een „doordenkboek”, „middenin de maatschappelijke realiteit”, „een twintigste-eeuwse Madame Bovary”, „in een knap uitgekiende structuur”, „vol synchroniciteit en verwijzingen naar onder meer klassieke tragedies, de Griekse god Apollo, The Beatles, 11 september en de moord op Theo van Gogh”, „een post 9/11-epos waarvoor het begrip ‘straatrumoer’ tekortschiet”. Persoonlijke wissewasjes zijn niet het probleem. Het probleem zijn de wissewasjes die het anekdotische niet overstijgen, die ons geen spiegel of inzicht in onze tijd bieden, die niet naar de literaire traditie verwijzen, die stilistisch zwak zijn of ongeloofwaardig. De roman moet meer zijn dan alleen ‘het verhaal’.

Geen onredelijk standpunt, maar is het typisch mannelijk? Natuurlijk niet. Ook literaire keurmeesteressen als Elsbeth Etty, Aleid Truijens en Fleur Speet loven boeken die zo’n extra dimensie bevatten en kraken eendimensionale anekdotiek. En die laatste vinden we nu eenmaal meer bij vrouwelijke schrijvers, van de theekransjes-per-brief van Betje Wolff en Aagje Deken tot de stoute avonturen van Heleen van Royen. Al die dameslectuur verschijnt steeds meer in de vermomming van literatuur. Dat komt onder meer doordat uitgevers weten dat vrouwelijke auteurs veel beter verkopen. (Connie Palmen, Lulu Wang). Ook het lezerspubliek is overwegend vrouw. Er floreert een bont circuit van dameslectuur en -leesclubs, dat verhoudingsgewijs veel groter is dan het officieel-literaire (boekenbijlagen, prijzen). Dit verschijnsel kent vooralsnog geen mannelijk equivalent, of het moeten it-, marketing- en beurs- en detectiveboeken zijn, maar die doen wijselijk genoeg geen gooi naar literaire erkenning.

De gesignaleerde asymmetrie is kortom optisch bedrog, veroorzaakt door het grote reservoir vermomde dameslectuur. Voor wie dat steeds weer vergeet, zoals de organisatie van de Anna Bijns Prijs, is er een gemakkelijk ezelsbruggetje: Baantjer wordt nooit ingezonden naar de AKO-jury, Yvonne Kroonenberg altijd.

Ironisch genoeg nomineerde de Anna Bijns-jury boeken die juist aan de vermeend mannelijke criteria voldoen. Zo geeft Marja Brouwers’ Casino (2004) ‘een indringend beeld van maatschappelijke ontwikkelingen’. Het boek is al genomineerd voor de Libris-prijs. Kristien Hemmerechts heeft ook niets te klagen over gebrek aan literaire erkenning (Vlaamse Staatsprijs, Frans Kellendonkprijs, AKO-nominatie), en winnares Wanda Reisel had al twee Libris- en één AKO-nominatie voor de nu bekroonde roman Witte liefde. De Anna Bijns Prijs biedt geen tegenwicht, maar een vrouwendivisie binnen dezelfde race.

Niemand zal de schrijfsters nog hun Room of one’s own ontzeggen, maar een Prize of one’s own maakt ze onnodig tot zwakke zusters van Letterenland.

Ik hoorde de Quote-redactie al vergaderen. Zeven mannen aan een tafel, met van die te lange haartjes, te korte pantalons en angora Piccoloni Burbuloni-sokken uit Milaan, waar ze hun halve maandsalaris aan besteed hebben.

‘We moeten weer eens iets met vrouwen! We hebben al te lang niks lekkers op de cover gehad!’

‘Ja! Geil!’

‘Doen we weer eens Business Babes! Hete wijven met een eigen toko!’

‘Geil.’

‘En dan doen we die, hoe heet ze, hoe heet ze, Marvy Rieder op de cover. Die is géíl!’

lees verder

Opzij bestaat vijfendertig jaar en dat wordt gevierd. Met leuke terugblikjes naar het feministische verleden, toen teksten als ‘Kut ruikt lekker’ de cover sierden. En met een onderzoek over de tevredenheid van de Nederlandse vrouw.

Gisteren werd het onderzoek gepresenteerd. Opzij had het samen met Margriet uitgevoerd, de vroegere ‘aartsvijandin’ in de woorden van Cisca Dresselhuys. Tegenwoordig zijn die bladen geen vijandinnen meer, want Margriet schrijft ook over hoofddoeken, en Opzij ook over spiritualiteit, en niemand heeft het meer over het al dan niet lekker ruiken van de kut. (Sowieso al lang niet gehoord, het woord kut. Wel rustig. Maar wanneer komt daar nou eens een gezellig woord voor, à la piemel? Dat zijn de vragen waar déze feministe mee zit.)

lees verder