Gisterochtend meldde de stichting Verliespolis verheugd dat 99 procent van de houders van een woekerpolis van Nationale Nederlanden heeft ingestemd met een schikkingsvoorstel. Het akkoord houdt in dat Nationale Nederlanden, afhankelijk van het type polis, jaarlijks maximaal 2,45 tot 3,3 procentpunt van je beleggingsrendement mag in houden aan kosten. Het teveel ingehouden bedrag wordt aan het einde van de looptijd terugbetaald.
Eerder al, in oktober 2008, ging 97% van de woekerpolisgedupeerden van verzekeraar Delta Lloyd juichend akkoord met een vergelijkbaar schikkingsvoorstel. Volgens dit aanbod mag Delta LLoyd, ook weer afhankelijk van het polistype, van het jaarlijkse bruto rendement maximaal 2,45 tot 3,5 procentpunt inhouden aan kosten.
Wat een succes voor de verzekeraars. Zou ons poldermodel van vreedzaam overleg dan echt financiële problemen kunnen wegnemen? Juich maar niet te vroeg. Vorige week verscheen een heel ander persbericht, van de organisatie Consumentenclaim, een juristenkantoor dat op no cure no pay basis strijdt voor onder meer woekerpolisgedupeerden.
Consumentenclaim wil dat de tot nu bereikte woekerpolisschikkingen worden herzien, omdat er geen rekening is gehouden met te hoge premies voor overlijdensrisicoverzekeringen die jaar en jaar uit door de verzekerden zijn betaald. Men baseert zich op onderzoek van intermediair NHP.
Dat zit zo. De kostprijs van een overlijdensrisicoverzekering wordt bepaald door algemeen bekende sterftecijfers en door de levensverwachting van de Nederlandse bevolking. Omdat gemiddeld bekend is wanneer we sterven, hoeft de kostprijs van een overlijdensrisicoverzekering per verzekeraar niet te verschillen. Dit blijkt echter totaal niet uit de door verzekeraars gevraagde premies. In de praktijk lopen de prijsverschillen op tot vaak ruim 200%. Sommige verzekeraars vragen zelfs premies die tot zeven maal de kostprijs belopen. De schade voor een woekerpolishouder kan hierdoor oplopen tot duizenden euro’s per jaar. De toch al broodmagere woekerpolisschikkingen pakken hierdoor nog schraler uit dan tot nu toe werd aangenomen.
Consumentenclaim heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit daarom verzocht een onderzoek in te stellen naar vermeende prijsafspraken tussen verzekeraars om de premies kunstmatig hoog te houden.
Ook het nieuwe bedrijf Beleggingspolischeck heeft zich in de woekerdiscussie gemengd. Bij Beleggingspolischeck kun je voor €24,50 inzicht krijgen in de financiële consequenties van kosteninhoudingen voor je woekereindkapitaal.
Gerard van Santen van Beleggingspolischeck heeft over de tot nu bereikte woekerschikkingen gezegd: “Wat mensen nu uitbetaald gaan krijgen is een lachertje vergeleken bij wat verzekeraars werkelijk zouden moeten vergoeden. Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden en Fortis zegden samen bijna 1,5 miljard toe. Dat lijkt een groot bedrag, maar omgerekend per klant zijn dat hooguit enkele tientjes tot enkele duizenden euro’s. Terwijl veel mensen aantoonbaar voor tienduizenden euro’s het schip in zijn gegaan.”
Wie heeft er nu gelijk? Voor mij zijn dat de laatste twee partijen. Stel de heren A en B beleggen beiden een ton. A kiest een fonds dat belegt in een wereldwijde beursindex met 0,5 procent kosten. B kiest een beleggingsverzekering met een wereldwijd fonds erin. De verzekeraar berekent B jaarlijks tot 3,5 procent kosten. Stijgen de beurzen in dit geval de komende dertig jaar gemiddeld 6,5 procent, dan bezit A in 2039 een mooie 574.350 euro, terwijl polisbelegger B een treurige 242.730 euro overhoudt, bijna 60 procent minder dan A. Daarnaast betaalt B hoogstwaarschijnlijk aan een veel te dure levensverzekering, waardoor hij nog minder overhoudt.