Officieel raadt het ministerie van Defensie zijn personeel het gebruik van sociale netwerksites af. Maar toch, commando’s hebben groepsprofielen op Hyves en inlichtingenfunctionarissen delen hun CV’s op LinkedIn.

Fragment uit de pagina van Pieter Cobelens
Hyven doet Pieter Cobelens, de directeur van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, echter niet meer. Nadat de Telegraaf vorige week een bloemlezing gaf uit zijn zogeheten ‘krabbels’ – de privéberichtjes op Hyves – besloot de inlichtingenbaas zijn vriendensite offline te halen. Maar op LinkedIn is hij nog alom aanwezig; met CV, 99 kennissen én al sigarenrokend op een profielfoto.
Stoere profielen
Diezelfde Cobelens waarschuwde eind 2007 in de Defensiekrant zijn personeel juist voor het vermelden van persoonlijke gegevens op internet. Maar net als de huishoudketen Blokker, heeft Defensie Hyves-groepen voor haar onderdelen: waaronder het Korps Mariniers, de Luchtmobiele Brigade en het Korps Commando Troepen (KCT).
Wie googlet op een onderdeel van Defensie, bijvoorbeeld ‘Defensie KCT’ (de commando’s), krijgt als tweede resultaat de openbare Hyves-groep met 67 militairen. Daar treffen we stoere profielen aan, zoals die van Bjorn die zijn pagina in camouflagekleuren heeft gestoken. Of de pagina van Bert, met als achtergrondplaatje een ontplofte trein.
Het ziet er naar uit dat Hyven voor Defensiepersoneel een ongeschreven voorrecht is in plaats van een bezigheid die risico’s voor de integriteit of geheime operaties met zich meebrengt.
Identiteitsfraude
Met enige regelmaat wijzen bureaus op de risico’s van online netwerkende werknemers. Anti-virusbestrijder Sophos waarschuwt voor identiteitsfraude: persoonlijke gegevens van medewerkers kunnen gebruikt worden om bedrijfsnetwerken te infiltreren.
Deze functionarissen van de AIVD mogen daarom zelfs niet na ontslag op hun CV verwijzen naar de dienst, zei minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken) vorig jaar in de Tweede Kamer.
Bij de MIVD trekken ze zich daar weinig van aan. Via LinkedIn komen we meer te weten van de activiteiten van de dienst dan op de officiële website. Zo was directieadviseur Wim Visser verantwoordelijk voor “strategieontwikkeling op het gebied van antiterrorisme en proliferatie van massavernietigingswapens”.
Kijk maar:
CV’s militairen
Een ander, Frans Bloemsma, blijkt voormalig chef geweest te zijn van de Chief Operations Room Uruzgan. Daar was hij, zo staat op zijn CV, “verantwoordelijk voor het managen van diverse incidenten, variërend van gevechtshandelingen, opbouwactiviteiten tot explosies en gevechten waarbij militairen sneuvelen.”
Bloemsma, tevens oud-hoofd van de sectie gevechtsinlichtingen, geeft met zijn CV meer informatie dan op alle inlichtingensites tezamen. Of zoals de AIVD het formuleert: “Op deze website vindt u geen informatiebronnen of namen van AIVD-medewerkers. Over werkwijze kan alleen in algemene termen gesproken worden.”
Wat mij vooral enigszins zorgen baart is wanneer vijandelijke militairen op het idee komen om op het slagveld telefoons met camera’s en gezichtsherkenning software te gaan gebruiken. Je kan dan van een anonieme groep militairen ineens zien hoe ze heten, of ze kinderen hebben, wat hun expertise is, welke kameraden ze hebben opgeblazen, etc..
Hopelijk denken ze daar bij defensie toch iets harder aan dan dit artikel doet vermoeden.
Sjors Provoost op 13 April 2009 om 09:21