
Foto Evelyne Jacq
Op kosten van de Staat, het bedrijfsleven en de consument werkt ons Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) aan de financiële zelfredzaamheid van de burger. Men doet onderzoek, lanceert websites en verkoopt boekjes aan consumenten en hulpverleners. Zo moet Nederland financieel beter onderlegd raken.
Toch gaat het niet lekker met de financiële consument. „Gezinsuitbreiding leidt tot meer geldproblemen”, meldde het Nibud vorige week. Bijna zes van de tien ouders, die (nog) een kind krijgen, kunnen de eindjes niet meer (goed) aan elkaar knopen. Oorzaak: verse ouders gaan maandelijks doodleuk honderden euro’s meer uitgeven, terwijl moeder tegelijk minder werkt en verdient. Het Nibud biedt een oplossing: de GeldWijzer Kinderen, informatie over kosten en tegemoetkomingen voor ouders, tijdelijk €8,50. Zal het helpen?
Gevoel, niet verstand
Geen zier. Het Nibud ontkent wat verkopers en gedragseconomen al tientallen jaren weten: een mens beslist niet met zijn verstand, maar op gevoel. Zo’n 800 milliseconden voordat u iets doet of beslist, zo ontdekte neurofysioloog Benjamin Libet, hebben uw hersenen uw besluit al ingepland. En wat het brein inplant, wordt sluw beïnvloed door verkopers en reclamemakers. Daardoor kan het gebeuren dat een moeder met geldproblemen gaat shoppen voor een babyspeen, maar thuiskomt met een multifunctionele kinderwagen plus een babykamer ameublement, totaal voor €5.320.
Informatieverstrekking kan dit nooit voorkomen. Net zomin als een waarschuwing rokers van de sigaret afhelpt of zwaarlijvigen van hun eetlust. We weten al wat slecht is, maar missen de discipline om verleidingen te weerstaan.
Campagne tegen mythes
Als het Nibud ouders écht wil helpen, verkoopt men geen informatie, maar start men, net als reclamemakers, een campagne tegen twee kwalijke mythes. Zo denkt bijna 80 procent van de ouders dat kinderopvang duur is. In werkelijkheid maakt kinderopvangtoeslag het spotgoedkoop. Huishoudens die bruto tot €32.000 verdienen, betalen maar zo’n 30 tot 60 cent per uur. Zelfs veelverdieners krijgen tot 85 procent subsidie. Het Nibud moet geen boekjes verkopen, maar de boer op met een slagzin als: „Blijf toch lekker werken, mop. De opvangkosten zijn bijna nop.”
Een tweede dure mythe is die van het blije kind. Een kind, zo tonen reclames, is pas echt gelukkig met een bestuurbare helikopter, spelcomputer, mobiele telefoon, calorierijke tussendoortjes, veel zakgeld en regelmatig fast food. Het is doodzonde als mensen met een smalle beurs hierdoor geldproblemen krijgen. Doe daar wat aan Nibud, bijvoorbeeld met de leus: „Geef ze geen spullen, liever tijd. Anders krijg je later spijt.”
1. Kinderen zijn niet duur
Hoe kleiner het kind, des te groter de besparingsmogelijkheden, stelt besparingsdeskundige Marieke Henselmans terecht. Want heeft u ooit een baby horen roepen om een Wii of Björn Borg-ondergoed? Lage inkomens moeten alle subsidiepotjes benutten (zie www.rechtopgeld.nl). Hun kinderuitgaven mogen het gezinsbudget, hoe klein ook, nooit overstijgen. Nee, dat is niet zielig. Het is pas zielig als ouders lenen om hun kroost te plezieren.
2. Kinderopvang is spotgoedkoop
Kijk hier en ontdek hoe zwaar de overheid kinderopvang subsidieert. Zelfs een koppel dat samen drie ton verdient, krijgt 85 procent subsidie op de opvangkosten voor het tweede kind. Voor hun eerste kind is de overheidsbijdrage altijd nog 33,3 procent.
Een familielid van mij klaagt steen en been dat hij de eindjes niet aan elkaar kan knopen, met alle problemen (boetes voor te laat betalen) en zielige verhalen van dien. Hij verricht fysieke arbeid, 5 dagen, gewoon 40 uur, daarna gaat hij door de week werken bij een ander bedrijf nog eens 3 uur en nog eens op zaterdag 8 uur. Allemaal fysieke arbeid een dikke 60 uur per week. Verder werkt hij in het weekend avonden nog bij een cateraar. Hij ziet lijkbleek en heeft 3 kinderen. Zijn vrouw doet weinig tot niets, ook niet met de kinderen bemoeien, behalve op de bank liggen en roken. Hij rookt ook. Ze zouden samen makkelijk € 4000,- per jaar kunnen besparen door niet ieder uur zo’n met tabak gevuld papieren rietje op te branden.
Verder vinden hij en zij het belangrijk om de laatste tv’s en films in huis te hebben en zij belangrijk om de mode te volgen. De kinderen lopen eveneens in de laatste mode en hebben bergen speelgoed waar ze, als ze staan, niet eens overheen kunnen kijken. Ze zouden nog eens € 4000 overhouden aan het niet volgen van de laatste mode op tv-gebied.
Ze willen het niet horen, ze zijn verslaafd.
H.J.H. op 5 September 2009 om 15:18