
de briefjes komen net als verloren vrienden wel een keer terug
De rechtbank in Amsterdam heeft vanochtend de DSB Bank van Dirk Scheringa failliet verklaard. Een hoop DSB-klanten zijn nu hun geld kwijt. Maar waar blijft dat geld, vraagt nrc.next-lezer Henk Oosterhuis uit Holwierde zich af. Hij schrijft: “Het geld gaat toch altijd weer op een andere manier de economie in, toch? Want er is een bepaalde hoeveelheid in omloop en als het bij de een weg is dan zit het bij een ander.” Heeft hij gelijk?
Het is geld is verdwenen, maar het kan later weer terugkomen, zegt Auke Plantinga, universitair hoofddocent Financiering aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het is erg abstract, vooral voor niet-economen, geeft hij toe. Daarom vergelijkt Plantinga geld met vrienden: Op het ene moment heb je veel vrienden, op een ander moment wat minder. Maar ze komen vaak wel weer terug.
Het geld gaat eigenlijk twee kanten op, zegt Plantinga. “Aan de ene kant zijn er de mensen met probleemhypotheken. Zij kunnen hun hypotheek niet meer betalen, waarna er een soort betalingsregeling komt en een deel van hun schulden wordt kwijtgescholden. Zij zouden anders veel meer geld moeten betalen.” Volgens Plantinga ‘betalen’ de spaarders die hun geld nu kwijt zijn, eigenlijk voor de mensen die hun hypotheek niet meer kunnen betalen. Zo is het geld dus bij de ene kant weg, maar komt het aan de andere kant er weer bij. Bovendien: een deel van het geld dat DSB kwijt is, zit straks in de zakken van advocaten en bewindvoerders.
nrc.next-lezer Michel Groenenstijn heeft er ook een vraag over. “Wordt, als gevolg van het faillissement van DSB, het geld dat in ons land in omloop is automatisch (ietsje) meer waard? En heeft zo’n faillissement invloed op de inflatie?”
Nee, zegt Plantinga. Daarbij is het faillissement van DSB volgens hem te ‘klein’ is om daadwerkelijk te kunnen zorgen voor een effect op de inflatie. “Misschien is er in de directe nabijheid van Wognum, waar het hoofdkantoor van de DSB Bank staat, wel iets te merken. Veel mensen die daar wonen werkten bijvoorbeeld bij DSB, of hadden er een lening lopen. Zij hebben nu minder geld te besteden, en kunnen dus minder huizen en andere spullen kopen. Dit zal vooral de plaatselijke middenstand beïnvloeden.”