De afgelopen maand heeft de overheid op tv, radio en in kranten flink reclame gemaakt voor het Ervaringscertificaat (EVC). Dat is een soort diploma van een paar pagina’s waarin werk- en levenservaring opgetekend is.
Een EVC moet het makkelijker maken nieuw werk te vinden of vrijstelling te krijgen voor onderdelen van een opleiding. Nu de economische crisis er flink in hakt werd het weer eens tijd om deze mogelijkheid aandacht te brengen, vertelde directeur Erik Kaemingk van Kenniscentrum EVC gisteren in de papieren nrc.next.
Maar hoe ‘meet’ je levenservaring? Het klinkt vrij eenvoudig: je kiest een opleiding op mbo- of hbo-niveau waaraan je je wilt spiegelen. Voor de opleiding zijn zogenaamde ‘kerncompetenties’ vastgesteld, vaardigheden die je beheerst als je zo’n opleiding hebt afgerond. Als EVC-aanvrager moet je zoveel mogelijk bewijzen die vaardigheden al in huis te hebben: door officiële documenten aan te dragen (behaalde cursussen, arbeidscontracten) en bewijsmateriaal van eerder geleverd werk.
Iemand die een ervaringscertificaat voor de mbo-opleiding banketbakker wil krijgen levert bijvoorbeeld eigen recepten in, of foto’s van banketbakkerswedstrijden waar hij/zij aan heeft meegedaan. Een EVC is niet altijd gelijkwaardig aan een diploma, maar het kan wel de opleidingsduur flink verkorten. Een ICT-student aan de Fontys-hogeschool kon zo dit voorjaar een vierjarige hbo-opleiding in een jaar afronden.
Alleen die prijs is misschien een probleem: een EVC kost gemiddeld tussen de 750 en 1250 euro. Soms wil de werkgever dat betalen, soms het UWV (uit het budget voor reïntegratie van werklozen). Een werknemer die zijn/haar EVC zelf betaalt kan dat bedrag weer aftrekken van de inkomstenbelasting.
Volgens mij heb je weinig tot niets aan een ervaringscertificaat. Weer een voorbeeld van devaluatie en het ons aanpassen aan de gedevalueerde praktijk van een failliet van de kwaliteit van onze opleidingen/scholing. Hiermee probeert men mensen die weinig of geen opleiding hebben door uitval “te verkopen”op de arbeidsmarkt. Dit is weer een voorbeeld van “het klopt op papier, maar hoe is het in de werkelijkheid?” . Gewoon weer “heel ouderwets” naar (praktijk) school gaan. Niets komt helaas voor niets.
Kees op 14 November 2009 om 11:17