Spaarders van de voormalige DSB-bank zijn slordig. 325.000 gedupeerden mogen verloren spaargeld claimen tot een ton. Toch hebben 100.000 spaarders niets bij De Nederlandsche Bank aangevraagd. Mogelijk laten ze 230 miljoen euro liggen.
Wellicht nóg achtelozer denken werknemers over hun pensioenregeling. Bij indiensttreding ziet men dit vaak als een onbenullig extraatje. Slechts een enkeling bestudeert zijn Uniform Pensioen Overzicht (UPO). Maar lezen is niet snappen. Vrijwel geen werknemer begrijpt dat zijn pensioenregeling nare, antisolidaire trekken heeft.
Franchise
Het proefschrift De Franchise in Pensioenregelingen van pensioenjurist Emilie Schols toont dat pensioenregelingen flink nadelig uitpakken voor laagbetaalden zoals deeltijdwerkers (vaak vrouwen), migranten, jongeren, gehandicapten en werknemers met een tijdelijk contract. Juridisch gezien is dat indirecte discriminatie. Strijdig dus met Europese wetgeving over gelijke behandeling.
Een grote boosdoener is de ‘franchise’ (de hoogte staat op uw UPO vermeld).
Dit is het bedrag dat een pensioenregeling instelt als AOW-bedrag. Daarover bouwt u geen pensioen op. Stel uw franchise is 15.000 euro, wat veel voorkomt. Als u dan 30.000 euro verdient, bouwt u over slechts 15.000 euro (30.000 minus 15.000) pensioen op. Over de helft van uw inkomen dus. Maar uw hoogste baas die 200.000 euro beurt, bouwt over 185.000 euro pensioen op, 93 procent van zijn inkomen, procentueel bijna twee keer zoveel.
Hoe hoger de franchise des te zwaarder laagbetaalden hun veelverdienende collega’s subsidiëren. Deze perverse solidariteit maakt het normpensioen van 70 procent voor velen een illusie.
Kees en Jaap
Neem de tweeverdieners Kees en Jaap. Beiden verdienen 25.000 euro en hebben elk een franchise van 20.000 euro. Ieder bouwt na veertig jaar werken 3.500 euro pensioen op. Inclusief de AOW krijgen ze dan na hun 65ste samen 24.750 euro (exclusief vakantietoeslag), nog niet de helft van hun salaris. Meer zit er niet in.
Schols pleit voor ofwel afschaffing van de franchise of het relateren van de AOW aan het aantal gewerkte jaren, zoals vrijwel alle Europese landen doen. Of die wens uitkomt is onzeker. Franchiseslachtoffers moeten daarom gaan procederen.
Dat geldt vooral voor:
1 Jongeren
Jongeren hebben, naast het franchise-nadeel, last van de doorsneepremie: elke fondsdeelnemer betaalt hetzelfde pensioenpremiepercentage als collega’s. Maar één euro van een 25-jarige rendeert tot zijn 65ste veertig jaar, terwijl één euro van een 55-jarige maar tien jaar winst oplevert. Hierdoor is de kostprijs voor 1.000 euro pensioen voor een twintigjarige man 2.160 euro en voor een 60-jarige man 9.402 euro, bijna 4,5 keer zoveel.
2 Migranten
Wie pas op zijn 25ste in Nederland komt wonen (en werken), krijgt 80 procent van de AOW (7.035 euro exclusief vakantiegeld), terwijl zijn franchise gewoon hoog blijft, bijvoorbeeld 15.000 euro. Bij laagbetaalden veroorzaakt dit een extra groot pensioengat.
3 Laagopgeleiden
Laagopgeleiden met een laag salaris leven gemiddeld flink korter dan hoogopgeleiden met een hoog salaris. Hierdoor geniet een al door de franchise benadeelde laagbetaalde ook nog eens relatief weinig jaren pensioen en AOW. Dat geldt sterker als de AOW-leeftijd naar 67 jaar gaat.
De pensioenfranchise lijkt in dit stuk oneerlijk. Echter, bij een inkomen van 30.000 en een franchise van 15.000 betaal je ook slechts pensioenpremie over de resterende 15.000, niet over de gehele 30.000. Je krijgt dus waar je voor betaalt. Tuurlijk, de werkgever neemt een deel van de pensioenpremie (meestal 2/3) op zich, maar uiteindelijk komt het gewoon uit de loonruimte.
De nivellerende effecten van de franchise vallen dus wel mee. Het is wel zo dat een te hoge franchise een pensioengat (hoe je dat ook definiëert) creëert bij de lage inkomens. Het zijn dus de lage inkomens die moeten repareren via de (dure en ingewikkelde) derde peiler.
Ward Romp op 23 January 2010 om 17:49