Leve het spaarloon
Wat een augustusmaand! Pensioenen omlaag. Gevoelsinflatie omhoog. Bangmakerij over een dubbele dip. En dan die regen. Bij zoveel treurigheid is elk meevallertje welkom. Zo’n kansje komt eraan. Op 15 september aanstaande mogen 2 miljoen werknemers het spaarloon opnemen dat ze van 2006 tot en met 2009 hebben ingelegd. De vrijkomende 4,3 miljard euro is natuurlijk een sigaar uit eigen doos, maar de geboden vrijheid is aardig. Normaal staat spaarloon vier jaar vast – tenzij besteed aan door de overheid goedgekeurde doelen – nu mag je doen wat je wilt.
Wie de economie met spaarloon wil steunen, wacht een warm onthaal bij winkeliers, reisbureaus en horecazaken (en een schouderklopje van Jan Kees de Jager). Maar u moet niks. U mag spaarloon ook laten staan. Of het elders beter laten renderen. De rente op spaarloon kan namelijk tegenvallen, zoals bij Rabobank (1,4 %) of Fortis (1,5 %). Het royaalste zijn Centraal Beheer en ASN Bank (2,5%). Friesland Bank lijkt gunstig met 2,75%, maar pas op: uw geld moet vier jaar vaststaan. Bij opname na een jaar krijgt u 1,5%; na zes maanden een luttele 1%. ING maakt de rente niet publiek.
Wie slechts 1,5% rente beurt, kan beter af zijn met een spaarrekening of spaardeposito (www.spaarinformatie.nl). Dat geldt vooral voor werknemers zonder vermogen. Spaarloon is namelijk extra gunstig voor de rijkeren, want het is tot €17.025 van 1,2% vermogensrendementsheffing vrijgesteld.