Sommige dingen waren vroeger écht beter. Zo kon je eindeloos aan de universiteit studeren. Het collegegeld was een habbekrats, en als je ouders weinig verdienden, kreeg je bijna eeuwig een studiebeurs. Ik ken vijftigers die drie studies begonnen. Ze startten met bijvoorbeeld geschiedenis, switchten na twee jaar vrolijk naar wiskunde, hielden het daar na drie jaar voor gezien, om na een ontspannen studententijd van tien of twaalf jaar op hun 30e te eindigen als tandarts.
Tegenwoordig is studeren pla
nnen en ploeteren. Een studiebeurs in het hoger onderwijs heet een prestatiebeurs en dat is wat het lijkt. De overheid ondersteunt je met een basisbeurs, een OV-jaarkaart en, afhankelijk van het inkomen van je ouders, een aanvullende beurs, maar je krijgt niets voor niets. De bijdrage is in principe een lening. Dat krediet wordt je slechts kwijtgescholden als je binnen tien jaar een diploma op minstens hbo-niveau haalt. Alleen dan hoef je de basisbeurs, de aanvullende beurs en de OV-studentenkaart niet terug te betalen. Alles over studiefinanciering vind je op www.ibgroep.nl.
Kosten
Die tien jaar ondersteuning klinkt royaler dan die is. Gedurende dat decennium krijg je, bij een studie aan een universiteit of hogeschool, meestal slechts vier jaar een prestatiebeurs. Daarna kun je nog drie jaar lenen. Alleen voor langere studies (zoals geneeskunde) kun je langer dan vier jaar een prestatiebeurs krijgen. Doe je bijvoorbeeld na je wo-bachelor nog een tweejarige masteropleiding, dan krijg je één jaar extra prestatiebeurs. Stap je na je hbo-bachelor over naar een tweejarige master, dan krijg je ook één jaar extra prestatiebeurs.
Redt je het niet binnen de voor je studie toegestane duur, dan gaat alleen al het collegegeld je vanaf 2010, afhankelijk van je studie, 6.000 tot 15.000 euro per jaar kosten. Wie zijn studie niet binnen tien jaar afmaakt, moet bovendien ook zijn prestatiebeurs terugbetalen. Ook moet je je recht op studiefinanciering altijd opnemen binnen tien jaar nadat je voor het eerst studiefinanciering hebt ontvangen. Doe je dat niet, dan houdt het op, ook al heb je nog geen vier jaar prestatiebeurs of drie jaar lening verbruikt.
Zelfonderzoek
Lukraak iets leuks studeren kan dus niet meer zonder grote financiële gevolgen. Je moet precies weten wat je wilt, je studietempo plannen en flink aanpoten. Oriënteer je vooraf heel ruim, want overstappen van de ene naar de andere studie is meestal te duur. Het is logisch als je aan het einde van de middelbare school nog niet precies weet bij welk beroep of vak je hart ligt. Besef echter dat een studiekeuze je levensloop vaak ingrijpend beïnvloedt. Doe zelfonderzoek, bezoek (met je ouders) talloze opleidingen, ga na wat je ermee kunt doen, of dat bij jou persoonlijkheid past en of je met de opgedane kennis later op een leuke manier je brood kunt verdienen.
Weet je totaal niet wat te studeren, ga dan liever een jaar werken (in het buitenland) dan zomaar iets te kiezen. Bij de juiste studiekeuze is het plannen en ploeteren voor je studiefinanciering stukken minder zwaar.