Volgens de achterflap is J. Kessels The Novel van P.F. Thomése “een krankzinnig verslag van een ongeplande reis”. NRC Handelsblad duidde het in maart bij uitgeverij Contact verschenen (en het in delen in nrc.next gepubliceerde) boek van P.F. Thomése als een “snackbarromance annex speurdersroman”. Het Parool noemt het “een persiflage op een hard-boiled misdaadverhaal” en Vrij Nederland houdt het kortweg op “een road novel“. Stuk voor stuk typeringen van een boek dat in wezen eigenlijk iets heel anders is, namelijk een humoristische aanklacht tegen het kantoorleven.
De botsing tussen het zorgeloze leven van de hoofdpersonages P.F. Thomése en J. Kessels (in het echte leven inderdaad de schrijver en zijn beste vriend) en de kantoorcultuur van hun opdrachtgever Berend de Bray komt het best tot uiting in het werkoverleg dat maar niet van de grond wil komen. Berends pogingen om “de te voeren strategie” voor het opsporen van de vermiste ondernemer Perry Boone te bespreken mislukken bladzijde na bladzijde.
Een conference call? Met dat soort gezeik hoefde je bij J. Kessels niet aan te komen, zegt Thomése als hij door Berend wordt wakker gebeld nadat hij die nacht “door omstandigheden flink heeft doorgezopen”. Met trivialiteiten als uren schrijven, planning en research willen ze niet lastiggevallen worden. “Als er tijdens de opdracht maar voldoende kan worden gezopen. Dat is zijn punt. Daar wil hij geen gezeik over, achteraf”, zo verwoordt Thomése de secondaire arbeidsvoorwaarden van zijn vriend. “Wat dacht hij wel, dat stuk kantoormisère?”
Lees verder