Tobben met de bijsluiter
Heb je ooit een financiële bijsluiter gelezen? Dat zou moeten als je financieel consumeert, iets wat we vroeg of laat allemaal doen. Je steekt bijvoorbeeld geld in een beleggingsproduct, sluit een hypotheek af, neemt deel aan een levensloopregeling of je koopt -stel dat je nooit nieuws leest- toch een studiebeleggingspolis (woekerpolis).
Een financiële bijsluiter is een document van één of enkele A4-tjes waarin de bela
ngrijkste kenmerken van een financieel product staan vermeld. Je leest er iets over het mogelijke rendement, de risico’s die je loopt, de gevolgen bij overlijden en tussentijds uitstappen, de instantie waar je met klachten naar toe kan en -heel belangrijk- iets over de eenmalige en de terugkerende kosten van je geldproduct.
Fouten
Heel handig, al die informatie bij elkaar. Maar dan moet die gegevens wél kloppen. Helaas schort het daar bij beleggingsfondsen vaak aan, constateerde de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) vorige week. Deze belangenorganisatie onderzocht alle 220 financiële bijsluiters van de in Nederland beursgenoteerde beleggingsfondsen en ontdekte dat een treurige 60,9 procent fouten bevat of niet aan de eisen voldoet.
Bij een op de drie fondsen wordt geen vergelijkingsmaatstaf voor de fondsprestaties genoemd, wat vaak wel de bedoeling is. Je belegt immers meestal in een fonds omdat je het beter wilt doen dan bijvoorbeeld de AEX-index of de MSCI World-index. Anders kun je beter (lees: met veel minder kosten) beleggen in een indexfonds. Op dat onderwerp kom ik zeker eens terug.
Biedt de bijsluiter wél een vergelijkingsmaatstaf, dan kan die fout zijn. Grote banken zoals ABN Amro en ING Groep vergelijken de prestaties van sommigen van hun fondsen inclusief het uitgekeerde dividend namelijk doodleuk met een vergelijkbare index zonder het dividend. Zo lijkt het of hun fonds het beter doet dan de vergelijkbare index. Dat is pure misleiding.
Totale kosten
Wat je beslist zou willen lezen in de bijsluiter zijn de totale kosten van je fonds per jaar. Die jaarlijkse kosten kunnen je fondsprestaties namelijk maken of breken. Zijn je kosten 1,5 procent per jaar te hoog, dan scheelt je dat, na 25 jaar beleggen, maar liefst 40 procent van je vermogen!
De kosten achterhalen is echter bijna onmogelijk. Het VEB-onderzoek laat zien dat aanbieders allerlei verschillende termen gebruiken om de totale kosten van een producten te beschrijven, zodat de klant totaal de weg kwijt raakt. Maar zelfs als die klant nauwkeurig leest, kan hij de totale jaarlijkse fondskosten niet uit de bijsluiter afleiden. Je krijgt namelijk hooguit de zogenaamde Total Expense Ratio (TER of kostenratio) voorgeschoteld, maar daar zitten, ondanks het woordje ‘Total’, de transactie- en rentekosten van je fonds niet in.
Een rekentrucje om zélf de totale jaarlijkse fondskosten te benaderen formuleerde de beleggingsinstelling Meesman Index Investments op basis van negen (wetenschappelijke) onderzoeken naar fondskosten. De Meesmanformule vraagt twee getallen die wél in de bijsluiter staan: de TER en de omloopsnelheid (in procenten van het beheerde vermogen). De geschatte totale kosten krijg je door de TER op te tellen bij 0,008 maal de omloopsnelheid (in procenten). Soms kom je dan uit op bizarre jaarlijkse fondskosten van meer dan 3 procent per jaar! Verdien dat maar eens terug!
Een fonds mag best wat kosten, mits de beleggingswinst het goedmaakt. Dat dit vaak niet lukt, kun je gratis checken op www.morningstar.nl. Zoek een fonds en klik erop. Er verschijnt een koersgrafiek met twee koerslijnen: jouw fonds en de bijbehorende index. En…?