Koken: Vakantiekoken

koken etc.

Ergens halverwege mijn culivrije vakantie stond ik te koken voor zestien man. Nou ja, acht grote en acht kleine mensen. En koken is ook iets te veel gezegd. Met versgeplukte sperzieboontjes, doperwtjes en courgettes, met barstensrijpe tomaten, bramen en vijgen, met net geoogste sla en zelfgedolven bietjes hoef je nauwelijks iets te doen. In aanvulling op al dat heerlijks uit de moestuin van de buurman had ik een tomme de Vendée (een romig, halfhard geitenkaasje uit de omgeving) gekocht, acht vissen (makrelen, forellen en wijtingen door elkaar – er was niet genoeg van één soort), een potje ansjovis en eentje met kappertjes, twee ons ham, een zak rijst, drie stokbroden, een grote pot crème fraîche uit Isigny en een pak cigarettes (opgerolde koekjes). En er was natuurlijk ook nog de kas van het kasteel waar we vakantie vierden, een klein kruidenpaleis onder glas.

Voor de kinderen maakte ik een risotto met doperwtjes en ham. De meesten hadden best mee willen eten van de vis, maar het werd simpelweg te laat. Terwijl zij braaf hun bordjes leeg aten, borrelhapten hun ouders alvast de eerste honger weg. Ik had de vijgen opengescheurd en op een grote schaal gelegd. Ertussen plakjes geitenkaas, tot slordige roosjes gevouwen. Er zat een sliertje honing over, straaltje olijfolie en flink wat peper uit de molen. Hier en daar een Oost-Indische-kersbloem. Voor de kleur uiteraard, maar ook omdat de pittige smaak het goed deed bij de zachte en zoete smaken van de andere ingrediënten.

Toen de kleine mensen in bed lagen ging de barbecue aan. Plakken courgette gingen gemarineerd in citroensap, olijfolie en kleingesneden munt op het rooster. Tussen de hete kolen lagen toen al de bietjes, schoongeboend, gehalveerd, omgeschept met olijfolie en grof zout en per stuk ingepakt in aluminiumfolie. Na een half uur waren ze gaar maar nog stevig, en aten we ze met crème fraîche waardoor ik fijngeknipte bieslook had geroerd. De vissen gingen met enkel een drup olijfolie, geklemd tussen een visrooster boven het vuur. Ze waren in minder dan tien minuten klaar. Voor erbij salsa verde, een saus op basis van bladpeterselie, munt, ansjovis en kappertjes.

Er was een salade van beetgaar gekookte boontjes, tomaten, wat basilicumblaadjes en natuurlijk de frisse, dagverse sla. Omdat ik een grafhekel heb aan natte sla, maar geen slacentrifuge bij de hand had, had ik de blaadjes drooggeslingerd in een schone theedoek. Bij wijze van toetje had ik de bramen gemarineerd in een scheut eau de vie plus een beetje suiker voor het zoet. We aten ze met de boterige crème fraîche en knapperige koekjes.

En toen was alles op. Bij elkaar was ik hooguit uur bezig geweest (met wat hulp bij het schoonmaken van de groente). Natuurlijk was ik best een beetje trots. Maar weet je wat ik vooral dacht? Wat doe ik bij etentjes thuis altijd nodeloos ingewikkeld!

Janneke Vreugdenhil

Reageer