Koken: Borsjtsj en grut
De boekenweek is alweer bijna afgelopen en daarmee ook ons thema: eetlezen. Toch jammer dat een nextweek maar vijf dagen heeft. We hebben het nog niet eens gehad over de symbolische functie van eten in de 19de eeuwse literatuur. Over de vele tafelscènes in Flauberts Madame Bovary, hoe Emma de eetgewoonten van haar man Charles verafschuwt, en wat zoiets futiels als houden van vanillepudding of houden van ananas met champagne zegt over de incompatibiliteit van hun beider libido.
Of over die passage in Anna Karenina waarin Tolstoj Anna’s broer Oblonski en de aanbidder van diens schoonzusje, Ljewin, samen laat lunchen. Oblonski is de stadse gentleman, een overspelig levensgenieter; Ljewin is de bleue landheer, een provinciaals romanticus. Oblonski stelt voor oesters te bestellen. Ljewin wil liever ‘borsjtsj en grut’. Maar dat serveert het chique (ze hebben er ‘Permezaan’ als dessertkaas) etablissement niet. Dus eet ook hij oesters. Met frisse tegenzin.
Ljewin: „Buiten trachten wij ons haastig te verzadigen om weer aan het werk te gaan en hier proberen jij en ik zolang mogelijk te eten, zonder verzadigd te raken; daarom eten wij ook oesters.”
Oblonski: „Dat is zeker waar, maar is het niet juist het doel van de beschaving alles in genieting te veranderen?”
Over oesters gesproken, daar schreef Ernest Hemingway een kleine eeuw later over in (het na zijn dood uitgegeven) A moveable feast. Zoals alles wat Hemingwayaans is op onsterfelijke roem mag rekenen (denk aan de daiquiri’s die hij grootverbruikte), is ook dit een zeer beroemd fragment: „As I ate the oysters with their strong taste of the sea and their faint metallic taste that the cold white wine washed away, leaving only the sea taste and the succulent texture, and as I drank their cold liquid from each shell and washed it down with the crisp taste of the wine, I lost the empty feeling and began to be happy, and to make plans.”
When in Paris, do as the Parisians moet hij gedacht hebben, want in een brief van Hemingway aan zijn uitgever Charles Scribner las ik dat de grote schrijver eigenlijk een saaie steak-met-aardappelpuree-en-jus-man was. En omdat ik van Tolstoj’s culinaire voorkeuren niets weet, noch van die van Flaubert (vast geen bourgeoiskost), heb ik maar besloten die arme Ljewin vandaag een plezier te doen, met een eenvoudig
borsjtsjrecept:
Voor 2 personen:
- 1 kleine ui, gesnipperd
- 3 gekookte bieten, geraspt
- 1 theelepel karwijzaad
- 1 eetlepel olijfolie
- 1 friszure appel, geraspt
- 500 ml kokende groentebouillon
- 2 scheppen zure room
- een greepje fijngehakte dille
Fruit de ui, biet en het karwijzaad 5 minuten in de olijfolie. Voeg de appel en bouillon toe en laat de soep zachtjes 15 minuten koken. Pureer de soep, maak op smaak met zout en versgemalen peper en serveer met zure room en dille.



