Het fijne aan tuinbonen is dat je er zoveel kanten mee opkunt. Van uiterst verfijnd (zie het recept van afgelopen maandag) tot prettig boers (dinsdag). Van soep tot puree tot salade (gisteren). Van Hollands tot Italiaans tot Libanees. Ik eet ze graag. Ik eet ze veel. Ik eet ze overal en op alle soorten manieren. Maar de tuinbonen die het meeste indruk op me hebben gemaakt zijn de bonen met ham, bloedworst en koriander die tijdens het seizoen worden geserveerd in een eenvoudig eethuisje in het Portugese Almodovar.
Almodovar is een dorpje van niks op een berg in de Alentejo. Je loopt er in een half uur, drie kwartier omheen. Dat weet ik toevallig omdat ik er na die eerste keer favas com coentros eten verschillende keren ben teruggeweest – vanaf Faro anderhalf uur rijdend over kronkelende bergweggetjes, misselijk van het slingeren, maar dromend over die oh zo grove, maar goddelijke bonenschotel – en er behalve eten en om het dorp heen lopen niet zo vreselijke veel te doen valt in Almodovar. lees verder›



