In drukke tijden is het lastig loskomen van pastaatjes, salades en aardappelen/groenten/vlees.
Ze zijn vertrouwd, je hoeft er nauwelijks bij na te denken en ach, er is ook helemaal niks mis mee. Maar zou het niet heerlijk zijn je net zo thuis te voelen in de Aziatisch keuken als in de Europese? Net zo makkelijk na een lange werkdag de koelkast open te trekken om iets Indiaas of Vietnamees in elkaar te flansen?
Afgelopen week probeerde ik het weer eens en het viel me opnieuw niet mee. De basis van, bijvoorbeeld, de Italiaanse keuken een beetje kennen is één ding. Maar die van, laten we zeggen, de Chinese, is toch echt van een heel andere orde. Volgens mij is de enige manier om het in de vingers te krijgen eenvoudig beginnen en vaak oefenen.
Vandaag staat er varkensvlees op het menu, uit ‘De eenvoudige Chinese keuken’ van Ken Hom. Erbij: gekookte rijst en bimi in oestersaus. Dat laatste is geen klassiek Chinees gerecht, maar mijn eigen versimpeling daarvan. Het recept stelt niks voor. Ik zou het zelfs nauwelijks durven opschrijven, als het niet zo verdraaide lekker was.



