Koken: Pluk september
Van alle maanden in het jaar vind ik september denk ik toch de mooiste. Misschien komt het omdat ik een dezer dagen jarig ben. Misschien ook omdat ik zo’n hekel heb aan de winter dat ik elke warme nazomerdag koester als een stervende oude boer die nog één keer de zon wil zien opgaan boven zijn velden. Maar is de natuur niet ook op z’n weelderigst? Het culturele en sociale seizoen net weer fris van start?
Ik kan eigenlijk maar één minpuntje aan deze maand bedenken: hij gaat te snel voorbij. Nog maar tien dagen september. Die moeten we dus optimaal benutten. Het is bovendien de nationale Week van de Smaak (die natuurlijk niet voor niets in september wordt gehouden). Daarom gaan we de komende dagen koken met de lekkerste producten van dit moment. Ons eigen oogstfestival.
Vandaag een van mijn lievelings nazomerrecepten: caponata. Caponata is het Siciliaanse antwoord op Provençaalse ratatouille; gestoofde groente, geurend naar knoflook en olijfolie. Je eet het als apart gerecht, met brood erbij. Maar wie het toch wil integreren in een maaltijd zou er vis bij kunnen serveren. Zoals vaak bij dit soort gerechten, is caponata lauw of op kamertemperatuur het lekkerst, en zelfs nog lekkerder wanneer je het een dag in de koelkast bewaart.
Voor 4 personen:
- 1 ui
- 2 teentjes knoflook
- 2 aubergines
- 2 stengels bleekselderij
- 1 rode paprika
- 400 gram rijpe tomaten
- 125 ml olijfolie
- 2 eetlepels kappertjes (liefst uit het zout)
- 50 g groene olijven
- 4 eetlepels rode wijnazijn
- 1 eetlepel suiker
- een handje bladpeterselie
Maak alle groente schoon. Snipper de ui en knoflooktenen. Snijd de aubergines in dobbelstenen. Snijd de bleekselderij in boogjes. Snijd de paprika in reepjes. Kerf een kruisje in de bolle kant van de tomaten, dompel ze 20–30 seconden in kokend water, ontvel ze en snijd in stukjes.
Verhit de helft van de olie in een flinke pan op hoog vuur. Bak de aubergineblokjes in 5 minuten bruin. Laat uitlekken op keukenpapier en bestrooi met zout. Verhit de rest van de olie in dezelfde pan op laag vuur. Fruit de ui, bleekselderij en paprika een minuut of 5. Voeg de tomaten toe en laat een kwartier zachtjes pruttelen. De bedoeling is dat het meeste vocht verdampt.
Spoel de kappertjes af. Ontpit de olijven en hak ze grof. Doe de aubergineblokjes, kappertjes, olijven, azijn en suiker in de pan en laat nog rustig 5–10 minuten sudderen.
Proef en maak op smaak met zout, versgemalen zwarte peper en zo nodig extra azijn of suiker. Laat de caponata afkoelen en serveer bestrooid met gehakte peterselie (en als je wilt ook nog met wat geroosterde pijnboompitten).



