Hij stimuleert de pancreas en helpt daarmee de bloedsuikerspiegel te reguleren. Hij helpt bij de afvoer van slijm uit de longen, bronchiën en keel. Omdat hij rijk is aan anti-oxidanten versterkt hij het immuunsysteem. Z’n sappen hebben een laxerende werking en helpen derhalve het lichaam te reinigen. Door zijn hoge gehaltes aan beta-caroteen en alfa-caroteen verlaagt hij het risico op prostaatkanker en hartziektes. Hij bevat weinig calorieën en vetten en is daarom behulpzaam bij afslankdiëten.
Het is wat met die gezondheidsclaims. Koop ik een pompoen bij de groenteboer, gewoon omdat ik – hoe buitengewoon frivool van mij – zin heb in pompoen, krijg ik een bijsluiter alsof ik een kwartaalkuur antibioticum insla bij de apotheek. Ik weet zonder ook heus wel dat groente gezond is. En wat moet ik met de wetenschap dat er 140 tot 360 milligram kalium in 100 gram pompoen zit? Mogen we nog gewoon genieten van ons eten, of zullen maar meteen overstappen op astronautenpillen?



