Soms bof je, bijvoorbeeld die keer dat ik door een paar geitenkaasmakers in de Achterhoek was uitgenodigd om een dagje mee te komen helpen bij de verwerking van hun varken. Ze hielden een paar varkens, die een mooi leven leidden en na een jaar geslacht werden. Het was januari en een van de varkens was terug van het slachthuis.
De ene dag was de ene varkenshelft verwerkt, nu was het de tweede dag. Ik kwam het erf op rijden, de zon scheen, en aan de kap van de schuur hing, glinsterend in het eerste ochtendlicht, een half varken.



