Het is alweer een paar maanden geleden dat ik hier in de krant opbiechtte niet zo goed te zijn in het koken van rijst. Tuurlijk, ik krijg heus wel een kom acceptabele rijst op tafel. Maar zelden is-ie werkelijk perfect. Perfect als in niet te nat, niet te droog, niet ongaar maar ook niet te zacht. En vooral: perfect van smaak. Of iemand mij een foolproof methode kon leveren voor altijd mooie rijst.
Meer dan vijftig reacties kwamen binnen op het kookblog, per mail en zelfs per old school post. En wat een boel rijstkookmethodes zijn er in omloop. Er zaten recepten bij die door oude Indische tantetjes met hun laatste ademtocht waren ingefluisterd. Recepten die dochters van moeders leerden en andersom, een recept geleerd van een Surinaamse collega en één van een Iranees vriendje.
Opvallend veel inzenders gebruikten de hooikistmethode. De meesten werkten met een afgepaste hoeveelheid water. Een enkeling voegde olie of boter toe. En dan was er nog een bewerkelijk recept van Jamie Oliver, welk de inzender ervan zelf nog nooit had uitgeprobeerd – hij hield zich gewoon aan de instructies op de zijkant van het rijstpak.



