De geur van rijst
Er zijn best veel geuren die mijn eetlust opwekken, zoals de geur van gebakken uien en van spek, de prikkelende geur die vrij komt wanneer je een vers pepertje snijdt, of die van appeltaart net uit de oven. Maar een van de meest hongermakende geuren vind ik die van rijst.
In Londen liep ik deze zomer een overvolle metro in en in plaats van het diffuse parfum van zweet, schimmel, duizend soorten shampoo en gerecyclede aircolucht waar ik mijn mentaal op had voorbereid, werd mijn neusepitheel gestreeld door een warm, wat zoetig luchtje.
Ik had niet ontbeten want was op weg naar The River Café alwaar ik van zins was minstens vier gangen te verorberen, en ik wilde mijn eetlust niet compromitteren. Maar de geur van rijst deed wat de geur van rijst altijd met mij doet: ik kreeg acute honger.
Subtiel snuivend spiedde ik in het rond. Waar was de rijst? Toen zag ik, geleund tegen een metalen stang (metaal, ook zo’n ingrediënt van dat typische metroparfum trouwens) een jongen met een wit vierkant vouwdoosje zoals je ze bij Chinese afhaalrestaurants krijgt. Hij at rijst, met stokjes. Zo te zien was het kale rijst, zonder saus of andere toevoegingen. En zo te zien genoot de jongen er met volle teugen van.
Op dat moment had ik zonder met mijn ogen te knipperen dat bakje rijst uit zijn handen kunnen rukken om hem in ruil mijn reeds weken tevoren geboekte lunch bij het beroemdste restaurant van de stad aan te bieden. Niet gedaan, natuurlijk. Ik ben netjes opgevoed.
Toch zou je niet verwachten dat zoiets eenvoudigs een dergelijk olfactorisch genot teweeg kan brengen. We hebben het hier niet eens over een speciaal aromatische rijstsoort zoals basmati of jasmijnrijst. Ordinaire witte rijst volstaat om mij het water in de mond te doen lopen. Mits vers gekookt. Wonderlijk nietwaar?
In het archief vind je ruim vijftig verschillende manieren om rijst te koken. Er zit er vast eentje bij de je bevalt. Als recept vandaag een makkelijk, licht en vegetarisch gerechtje om bij die rijst te eten.
Voor 2 personen:
- 3 lente-uitjes
- 2 eetlepels arachideolie
- 250 gram stevige tofu, in blokjes
- een scheut sake of droge sherry
- een scheut lichte (Japanse) sojasaus
- een paar druppels geroosterde sesamolie
Maak de lente-uitjes schoon en snijd ze in schuine stukjes van 3 cm. Zet een wok op hoog vuur en laat hem loeiheet worden. Schenk de olie erin en roerbak de tofu in 3 – 5 minuten rondom bruin. Voeg de lente-uitjes toe en roerbak nogmaals 1 minuut. Schenk de sake of sherry en de sojasaus erbij, voeg een snuf zout toe en laat alle ingrediënten nog heel even dansen in de wok. Maak af met de sesamolie.
Janneke,
festje van herkenning weer, je stukje van vandaag. gisteren kookte ik rijst in mijn gloednieuwe Demeyere pan, ( categorie gaat mee naar onbewoonde eiland als ‘ t moet)en hij lukte wonderwel. ik ben een slordige rijstkoker, doe meestal zo maar wat, resultaat is dan ook meestal niet om echt trots op te zijn. Nu wel. En..terwijl de rijst stond af te koelen heb ik zo ongeveer 1 kwart ervan voortijdig verorberd! kleine plukjes met duim en alle vingers opgepakt en smullen. Niks erbij inderdaad. Ik voelde me erg Japans.
De tuin van de samoerai; van Gail Tsukyama prachtig boek, vertelt veel van subtiele rijstgerechtjes, de moeite waard om te lezen en niet alleen daarom.
maar wat dat nou precies is wat pure rijst zo lekker maakt? Ik weet het zo niet. Maar je lunchgerechtje gaat vanmiddag voor mijn vriendinnen op het menu!
anne-riet de boer op 18 November 2009 om 08:43