Koken: Drie in de pan
Na twee weken van kerstdiners, liflafjes en oliebollen is er begin januari geen grotere verademing dan gewoon eten. Gewoon als in aardappelen, groente, vlees. Als in voedzame soep. Stamppot. Een eenvoudige pasta misschien. Of ben ik een verstokte calvinist?
Ik begin in elk geval steeds meer op mijn moeder te lijken. Die gooide altijd op 2 januari de kerstboom de deur uit – Driekoningen was voor katholieken, niet voor ons – flikkerde witbeslagen kerstkransjes in de vuilnisbak en maakte zo korte metten met ieder spoor van voorbije feestelijkheden. Saai, vond ik dat. Saai, ongezellig en intens gereformeerd.
Maar laat ik nu hetzelfde doen. Al afgelopen zondag moesten de boom, Jozef, Maria en het kribbetje genadeloos het veld ruimen. Er hoefden gelukkig geen kerstkransjes te worden geëlimineerd, want die waren allang op, maar ik hoorde mezelf verzuchten, in de exacte bewoordingen en op exact dezelfde toon als mijn moeder dat vroeger deed: „Zo fijn dat alles weer gewoon is.” En ik meende het nog ook.
Afijn, vandaag is Driekoningen, de dag waarop toch echt afscheid moet worden genomen van de kerstboom. Een dag ook waarop traditioneel gesproken Driekoningenbrood op tafel komt. En hoewel Melchior, Balthasar en Caspar ons huis dus altijd voorbijliepen, wilde mijn moeder nog wel eens, op een koude winterdag, en dat kon zomaar per ongeluk op 6 januari zijn, drie-in-de-pan bakken. Zo vierden wij dan feest zonder dat het feest was.
Drie-in-de-pan zijn kleine, dikke pannenkoekjes met rozijnen erin. Veel makkelijker om te maken dan zo’n Driekoningenbrood met amandelbeslag en een boon erin. En ik vind het ook eigenlijk best passen. Eerst een pan stevige, winterse soep, en dan dit lekkers, voor elke oosterse wijze één.
Voor 9 – 12 stuks:
- 50 gram krenten + 50 gram rozijnen (of 100 gram van 1 soort)
- 125 gram volkorenmeel
- 125 gram bloem
- ½ theelepel zout
- 1 volle theelepel bakpoeder
- 2 eieren
- 250 ml melk
- 25 gram roomboter
Week de krenten en/of rozijnen 10 minuten in een kommetje warm water. Zeef het volkorenmeel en de bloem, samen met het zout en bakpoeder boven een kom. Maak in het midden een kuiltje en breek hierboven de eieren. Voeg de helft van de melk toe en begin vanuit het midden te mixen met een elektrische mixer. Voeg geleidelijk de rest van de melk toe en klop tot een glad, dik beslag. Smelt de boter en meng door het beslag. Knijp zoveel mogelijk vocht uit de krenten en/of rozijnen en roer deze eveneens door het beslag. Verhit een koekenpan met anti-aanbaklaag op middelhoog vuur en maak telkens drie dikke pannenkoekjes met een diameter van zo’n 10 centimeter. Wanneer er kleine gaatjes in het oppervlak verschijnen, kunnen ze worden omgedraaid. Serveer de drie-in-de-pan warm, met kaneelsuiker of met stroop.



