Het was (en is) warm in Rio de Janeiro. Dan moet je veel drinken, ik kon het ook niet helpen. Bovendien zijn veel Braziliaanse drankjes eigenlijk vermomde medicijnen. Van mijn lokale vrienden mocht ik bijvoorbeeld in de eerste dagen van mijn vakantie beslist geen água de coco drinken omdat ik, nou ja, verstopt zat, en kokoswater stoppend werkt. In plaats daarvan moest ik juist zoveel mogelijk suco de mamão (papajasap) drinken. Want papaja schijnt dan weer te laxeren.
Onder het toeziend oog van Christo Redentor lurkte ik me trouwens in mijn tweede vakantieweek een ongeluk aan die kokosnoten, in de hoop dat het mijn maag en darmen, die ondersteboven, binnenstebuiten én achterstevoren waren gekeerd door een bedorven stukje vlees, zou kalmeren. Hetgeen nog werkte ook.
Afijn, dat enorme aanbod aan tropisch fruit reken ik toch wel tot de grootste attracties van Brazilië. In Ipanema struikel je over de suco-barretjes met een duizelingwekkend assortiment aan verse vruchtensappen. Braaf bestelde ik daar grote bekers suco de mamão com laranja, papaja-sinaasappelsap (alleen papajasap smaakt een beetje weeïg; je hebt iets zuurs nodig als tegenwicht). Sem açúcar, zonder suiker. Dat moest je er zeer nadrukkelijk bij zeggen, anders kreeg je drie volle scheppen suiker in je sap.
lees verder›