Koken: Eet echt eten
Tarwebloem, geharde plantaardige olie, zetmeel, maltodextrine, zout, melksuiker, aroma, paddestoelen (3%), melkeiwitten, champignonextract, wortel, smaakversterker (E621, E631, E627), ui, bieslook, voedingszuur (E331, E270), gistextract, witte peper.
Je mag drie keer raden wat dit is. Neem ik intussen nog even de tijd om terug te komen op de Amerikaanse journalist/activist Michael Pollan waar ik hier afgelopen woensdag over schreef. Pollan maakt zich al jaren publiekelijk zorgen over ons westerse voedselsysteem, dat gedomineerd wordt door een te machtige industrie. In zijn boek Een pleidooi voor echt eten breekt hij een lans voor een natuurlijker voedingspatroon: Eet echt eten. Vooral planten. En niet teveel.
Eet echt eten. Dat vind ik de mooiste. Alsof die drie woorden ook maar iets aan duidelijkheid te wensen over laten, voegt Pollan er nog aan toe: „Eet niets dat je grootmoeder niet als voedsel zou hebben herkend.” Nu had ik een behoorlijk krasse oma, maar nooit in de 38 jaar dat ik haar kende heb ik haar horen zeggen: „Vanavond maak ik maltodextrinesoep, kind. Wil je mee eten?”
En daarmee keren we terug naar de eerst alinea van dit stukje, waarin ik letterlijk de ingrediëntenlijst van een zakje champignonsoep citeer. (Had je het goed geraden? Die 3% paddestoelen was een ijzersterke aanwijzing natuurlijk.) Zou het kunnen dat noch Michael Pollan, noch mijn oma zaliger, noch welk weldenkend mens dan ook deze deerniswekkende opsomming als ECHT ETEN zou bestempelen?
Ik weet het niet hoor. Wil niemand iets opleggen. Dus laten we het zo doen: wie mij exact kan uitleggen wat geharde plantaardige olie, maltodextrine, aroma, smaakversterker, voedingszuur en gistextract zijn, mag vanavond deze poedersoep eten. Wie net als ik geen flauw idee heeft waar maltodextrine nu eigenlijk van gemaakt wordt, zet vanavond onderstaande soep van prei, peterselie en paddestoelen op tafel. Deal?
Voor 4 personen:
- 20 gram gedroogd eekhoorntjesbrood (Italiaanse winkel)
- 2 eetlepels olijfolie
- 2 preien, in ringetjes
- 4 stengels bleekselderij, in boogjes
- 1 bos bladpeterselie, met steeltjes en al fijngehakt
- 2 teentjes knoflook, fijngesneden
- een stukje gemberwortel, fijngesneden
- naaldjes van 1 takje rozemarijn, fijngesneden
- extra vergine olijfolie
Week de paddestoelen een kwartier in 350 ml warm water. Verhit de olijfolie in een soeppan en fruit hierin de prei, bleekselderij, peterselie, knoflook, gember en rozemarijn. Snijd de paddestoelen zo nodig iets kleiner, voeg ze toe en fruit even mee. Schenk nu het paddestoelenweekvocht door een zeefje in de pan. Voeg nog een liter water toe en een theelepel zout toe en breng het geheel aan de kook. Leg een deksel op de pan en laat de soep zachtjes 20 – 25 minuten koken. Proef en maak op smaak met zout, versgemalen zwarte peper. Verdeel de soep over diepe borden en schenk er nog een straaltje extra vergine olijfolie over.



