Koken: Sneeuwkrab

Exoten, dieren die hier niet thuishoren, staan in een kwaad daglicht. Japanse oesters nemen de Waddenzee over, heet het, Argentijnse beverratten zouden de dijken ondergraven en Chinese muntjakken gunnen Veluwse reeën het licht in de ogen niet. ‘Halsbandparkiet verjaagt onze specht’, luidde een Telegraafkop al – mijn cursief. Iedere overeenkomst met actuele politieke kwesties berust op louter toeval, hadden ze er aan kunnen toevoegen.

De bozige pers die de Noorse sneeuwkrab ten deel valt, past naadloos in dit rijtje. Halverwege de vorige eeuw lieten sovjetbiologen deze grote, exquise krabben los in de Barentszzee, in de hoop een visserij te starten die aan de Stille Oceaan-zijde van het land al erg profijtelijk was. De beesten voelden zich boven Moermansk eveneens thuis en intussen vangen Noorse vissers ze. Zo belandden ze op onze vismarkten.

Met de toenemende vangsten kwam ook de negatieve berichtgeving over de gastkrab op gang. Milieugroeperingen schetsten een alarmerend, haast delirisch beeld van hordes reuzenkrabben die de hele Arctische oceaanvloer kaal vraten. Weg kabeljauwen, zalmen en onze kreeften. Ze lieten dramatische foto’s zien van desolate bodems.
Nu wáren er wel precedenten. Het Afrikaanse Victoriameer was ooit extreem rijk aan vissoorten, tot een overijverige koloniale ambtenaar een emmer met een paar knapen van Nijlbaarzen in het water kieperde. Hij had meelij met de vissers die alleen maar iele visjes vingen. De aantallen Nijlbaarzen – bij de viswinkel Victoriabaars geheten – explodeerden en die ontdeden het meer in snel tempo van zijn fantastische soortenrijkdom.

Maar de Noorse visserijautoriteiten zien intussen weinig problemen. Ze houden de verspreiding van de krabben al decennia in de gaten en hebben geconcludeerd dat die dramatische plaatjes helemaal niets over de opmars van de krabben zeggen. De Arctische zeebodem, zeggen de Noren, ziet er altijd al zo uit. En van een afname van andere diersoorten was statistisch niets te merken.

Of ze nu een plaag zijn of niet: ze opeten kan in ieder gevál geen kwaad. Je kúnt er een cocktail van maken, met zelfgemaakte mayonaise en kappertjes en zo. Maar deze Taiwanese versie haalt de delicate smaak ook fijn naar boven.

  • Vier voorgekookte krabpoten
  • Olijfolie
  • Spaanse peper
  • Verse gember
  • Een knoflookteen
  • Japanse sojasaus
  • Palmsuiker
  • Limoen
  • Bos koriander
  • Twee bosuitjes

Knak de geledingen van de voorgekookte poten los en haal het vlees er uit. Dat is stukken eenvoudiger dan bij die gebruikelijke Noordzeekrabben. Daar heb je meestal een priegelinstrumentarium voor nodig. De poten van de sneeuwkrabben zijn echt eenvoudig open te knippen met een gewone schaar. Het vingervormige vlees zit daar losjes in – het is net als een ei binnen de schaal ‘geschrokken’ van het koken en het afkoelen. Snijd het vlees in ‘kootjes.’ Giet nu in een kom een flinke scheut olijfolie, een paar scheuten sojasaus, voeg een halve handpalm geraspte gember toe. Knijp het sap van één limoen boven het mengsel uit, voeg ook de fijn gesneden Spaanse peper en koriander toe, een eetlepel palmsuiker en in ringetjes gesneden bosui. Hussel alle krabvlees met het mengsel, bestrooi met apart gehouden Spaanse peper, ringetjes bosui en koriander. Je kúnt hierbij witte wijn drinken, maar wat er ook heel goed bijpast is ijskoud bier – óns bier.

7 reacties op "Sneeuwkrab"rss-icon

Menno; leuk verhaal. Ik heb een paar vragen; bij de betere viskraam liggen soms krabbenpoten, ik durf ze nooit te kopen want ze liggen ongekoeld in een mand oid. Hoe kan ik zien/ruiken dat de poten vers zijn?
En; kun je de Noorse zeekrab hier ook kopen of kan het ook met de Noordzeekrab?
En: heb je alternatief voor palmsuiker? Ik gebruik dat weinig en mijn laden puilen al uit van ‘ aangebroken pakjes/zakjes!

Antwoord

Als die kratten met scharen naar een vergeten sporttas ruiken, zijn ze meestal niet goed meer. Die zijn ook meestal zó doorgekookt dat er alleen maar een soort schuim in zit. Dat is juist het goeie van die sneeuwkrabben – ook wel: kingcrab, rode krab, kamtsjatkacrab en reuzenkrab genoemd. Die hebben prachtig vlees. En die suiker kun je ook gewoon weglaten.

Antwoord

… of gewoon een beetje donderbruine suiker gebruiken Anne Riet. Mooi verhaal Menno, de lijst van ingredienten in je recept weerspiegelt goed de internationale migratie van de fauna beschreven in jouw stukje: een Taiwanees recept, Spaanse peper, Japanse sojasaus, palmsuiker uit Zuid Oost Azie en olijfolie uit Mediterraan gebied?

Antwoord

Je hebt ‘m snel in de gaten. Tomaten en aardappels zijn trouwens ook exoten.

Antwoord

Het is dus hetzelfde als King crab begrijp ik uit j ereactie hierboven? Dat is zalig! Ik was eens in een restaurant waar je dat ongelimiteerd kon eten. Weer eens wat anders dan ‘as much as you can eat spareribs.’ En wat kan een mens veel krab eten, haha.
Heerlijk recept lijkt me. Maar nu nog die krabbepoten opduikelen…

Antwoord

Beste Menno,

Mag ik vragen waarom je olijfolie gebruikt?
Wanneer je het een Taiwanese versie noemt verwacht ik eerder een andere olie, al ben ik niet zo bekend met de Taiwanese keuken (wel met een de Thaise en Vietnamese). Ik zou verwachten dat het te overheersend smaakt? Wanneer het wel heel goed combineerd (ik heb het niet geproefd) is het dan niet correcter het een internationaal geinspireerde versie te noemen?

Antwoord

Goed zo Judith,
Olijfolie wordt gebruikt in de Mediterane keuken en zeker niet in de Oosterse.
Gebruik voor dit soort bereidingen gewoon een goede,neutraal smakende bakolie.
Geen [!!] olijfolie.

Antwoord

Reageer