Elsje Jorritsma

Berichten door Elsje Jorritsma



Als je in de vakantie – en wegens andermans vakantie – een inval-kookrubriek schrijft, kan die maar over een ding gaan: taart. En wel over het soort makkelijke taart dat je schijnbaar achteloos tevoorschijn tovert als iemand in de zomer onverwacht langskomt – komt invallen, zeg maar.

In het algemeen geldt dat je niet genoeg recepten kunt hebben voor impromptu taarten en koekjes. Iedere denkbare combinatie van seizoen, toevallig beschikbare ingrediënten en aard van de trek vergt een andere benadering. Volk dat achter het toetsenbord vandaan komt en bovendien goed heeft ontbeten, wil echt een andere taart dan het ploegje dat de hele dag aan het metselen is geweest en geluncht heeft met cola.

Ik zou willen dat ik ze allemaal uit mijn hoofd wist. Oud brood over en een klussende broer op bezoek? Simsalabim broodpudding. Beverig oud buurvrouwtje op de thee en wat eieren over – lange vingers. Snel luchtige citroentaart voor vriendinnen die een filmpje komen kijken, kruidkoek voor de buurkinderen, je begrijpt het idee.

lees verder

Er is niet echt een reden om per se nu met dit recept voor amandelrijst op de proppen te komen. Het is geen seizoensvoedsel, het past niet in een of andere culi-trend, het bevat geen woest ongebruikelijke ingrediënten en ik kan niet beloven dat je haar ervan gaat krullen en je huid gaat glanzen.
Maar het punt is dat ik iedereen dit recept zo gún. Zo makkelijk en lekker zie je ze echt  zelden. lees verder

Het is altijd riskant voedsel dat  ooit ergens ver weg goed smaakte, thuis te reproduceren. Zouden bijvoorbeeld deze Georgische khinkali wel net zo magisch zijn zonder de ingrediënten kristalheldere lucht, loslopende paarden, witbesneeuwde toppen, net-een-hele-hoge-berg-beklommen, en – jawel – mannen met baarden?

Ik moet eerlijk zijn: nee. Niet nét zo magisch. Dat kan ook bijna niet. In die omstandigheden zijn zelfs paardenvijgen een lekkernij.  Maar de gehaktdumplings, die de Georgiërs na een kortstondige Mongoolse overheersing al eeuwen eten, zijn ook hier onder grijze wolkenluchten goed feesteten. lees verder

Als je een gegeven paard niet in de bek mag kijken, is het dan wel toegestaan er koekjes van te bakken? Ik zou zeggen van wel, in de hoop dat de gulle gever dit stukje niet leest. Want het was vast lief bedoeld, die enorme reep zwarte chocola met amandelen van helaas suboptimale kwaliteit. Opeten was niet echt een optie, in zijn geheel aan mijn zoon voeren wel, vond hij, maar dat telt niet echt, en de meeste vogels eten geen chocola.

Maar bovendien is een van de meer geslaagde richtlijnen in mijn leven dat iedere aanleiding om koekjes te bakken met beide handen moet worden aangegrepen. Bijna ondraaglijk diepzinnig, ik weet het, maar het leven is ook niet makkelijk. Tot de minder geslaagde richtlijnen behoren bijvoorbeeld dat je een man met baard niet zomaar mag versmaden en dat regen nooit een belemmering mag zijn.
lees verder

Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen. Met koken dan, bij het roken van zware shag ligt dat weer heel anders. Kijk, ik ga niet beweren dat ik al foutloze meringues afleverde toen ik vijf jaar was. Of dat ik wist hoe ik aardappelen moest koken toen ik zestien was; mijn moeder was de onbetwiste kok bij ons thuis, zij het niet per se van het keukenprinsessensoort.
Maar in het leven van vrijwel iedereen breekt het moment aan dat zelf koken aantrekkelijk wordt – daarbij laat ik het kinderritueel van samen koekjes bakken en je misselijk eten aan het deeg even buiten beschouwing.
Mijn eerste ‘echte’ gerecht was tomatenfondue, iets dat het midden houdt tussen tomatensoep en kaasfondue. Jaren gedacht dat het een verzinsel was van een of andere hobbykok, maar ze blijken het in Zwitserland al eeuwen te eten. Ik weet niet meer waar ik het recept vandaan had, maar het is opgeschreven en bewaard gebleven.

lees verder

Ik heb een tijdje gezoend met een kok die droomde van smaken. Die werd wakker en zei: „mango! Peperkoek met mango.” Om vervolgens prevelend over peperkoekbavarois naar de keuken te verdwijnen.

Voor goede koks maakt het volgens mij niet uit of ze iets in hun mond hebben: die proeven louter met het brein. Trompets de mort, kruidnagel, sereh en limoen, is dat wat? De blik gaat omhoog, er wordt wat gemompeld, en dan, met een grote grijns: Ja, maar dan wél met hertevlees.

Bij mijn kok ging dat mentale proeven meestal gepaard met een tijdelijke, obsessieve voorkeur voor bepaalde ingrediënten. Zelfgemaakte, zeer bittere marmelade bijvoorbeeld. Daar bedacht hij dan eindeloos veel, voor de culinair minder bedeelden, vaak volslagen buitenissige combinaties mee. Iets met vis, eieren, look en kokos. Of zo. De meeste haalden het niet van zijn hoofd naar het bord, maar de beste gelukkig wel. lees verder

Het probleem is – zoals zo vaak – maatvoering. Want op zich is het natuurlijk leuk, koken met de seizoenen. En het gaat ook een beetje vanzelf. De zomer smeekt om bittere sla en in de lente dringen de zuiglammeren zich, geflankeerd door asperges, aan je op.
En de herfst, hmmmm, die heerlijke herfst. Die vraagt vooral om duistere, warme, smaken. En om langzaam, lekker langzaam. Als de oktoberstormen opsteken, gaan wij sudderen, stoven en stampen. En nog meer sudderen, weer stoven en doorstampen.
Tot-het-je-neus-uitkomt.
Niet dat het niet lekker is, maar het is niet bepaald tintelende kost, die potten vol dikke, verstrengelde smaken. En ook in de herfst zijn er gelegenheden waarbij je wel eens wat pzazz, zzing, kick-ass etcetera kunt gebruiken. Alles immers, is communicatie. Ook eten. Een coq-au-vin, dat zet je bijvoorbeeld een oude vriend voor die een goed gesprek verwacht. Stamppot aan je fietsvrienden na een stevig rondje polder. De sudderlappen zijn voor de huisgenoten die de hele middag al konden voorsnuiven.

lees verder

‘Misschien zien we wel otters. Of herten!” Ik probeer de interesse van mijn zoon te wekken voor een een korte vakantie in Schotland. Geen reactie. „We gaan met het vliegtuig.” „Piegtuig!”, krijt hij blij, en pakt zijn trein – ja, hij kent het verschil, maar Thomas moet altijd mee.
De eerste herten leiden in het reisgezelschap tot groot enthousiasme. Op fluistertoon worden we naar de ramen gewenkt, er zijn camera’s en verrekijkers. Het is ook indrukwekkend, de sierlijke achteloosheid waarmee ze langs het huis lopen. De gedachte er een op te eten is dan nog ver weg. lees verder

Herfst levert allerlei hartverwarmende ingrediënten op. Zoals kastanjes. Bij het woord alleen al zie ik een knapperende haard waarin de zojuist bij guur weer verzamelde  kastanjes  zachtjes liggen te roosteren. Een zoete, nootachtige geur vult de door kaarsen verlichte ruimte, de kastanjes zijn bijna gaar, en ieder moment kan het smullen beginnen.

Vergeet het. Wie die briljante herfstsaus bij gnocchi  wil maken van zelfgesprokkelde kastanjes moet een week vrij nemen en vast een manicure bestellen voor de volgende dag. Echt niets romantisch aan, proberen een halve kilo gare kastanjes los te peuteren uit buitenaards hete, keiharde velletjes. Wachten met pellen tot ze wat afgekoeld zijn is geen optie, want dan komen de brokjes onverbrande noot helemaal nooit meer los. En het maken van de inkeping die garen en pellen moet vergemakkelijken is door slipgevaar gewoon vragen om pleisters.
lees verder