Mensen zeggen weleens tegen mij: „Het gaat altijd over vlees bij jou. Jij schrijft nooit eens over groenten.” Dat laatste is natuurlijk niet waar. Zo schreef ik eerder over coleslaw (dat past zo goed bij die met vogels gevulde kalkoen). Ook schreef ik over ‘vergeten groenten’ (dat ik zo’n bloedhekel heb aan die term) en over bloemkool (dat het op zichzelf vaak niet te vreten is). Maar ik ben de beroerdste niet en ga een uitdaging zelden uit de weg.
Dus gaan we het niet hebben over de Simmentaler biefstuk uit Overveen die bij ons deze week met stip de steakproef won. En ook niet over de langzaam gegaarde varkensprocureur die we de dag daarna perfect roze opdienden op een bedje van spitskool. En zelfs niet over de meiknol, pastinaak en oerwortel die zo overheerlijk uit de oven kwamen doordat we de geklaarde boter waarin eerder de ganzenlever was gebakken eroverheen hadden gegoten.



