Joël Broekaert

Berichten door Joël Broekaert

Joël Broekaert (1982) is sinds 2010 redacteur binnenland bij nrc.next. Hij begon tijdens zijn studies Geschiedenis (IB) en Journalistiek in 2008 als stagiair bij de economiecorrespondent van NRC Handelsblad in New York en later datzelfde jaar als stagiair voor RTL Nieuws in diezelfde stad. In 2009 verving hij kort de vaste NRC-correspondent in NY. Naast het maken van de binnenland-pagina's van next schrijft hij artikelen voor nrc.next en NRC Handelsblad. Van een vaste portefeuille is nog geen sprake, wel van gezonde interesses: in muziek, de Verenigde Staten, enkele specifieke obscure sporten en vooral heel veel eten en drinken.

„Ik heb laatst kip klaargemaakt.”
„Oh echt, hoe was dat? Smaakt een beetje naar krokodil hè?”

Het is een hardnekkig misverstand dat reptielen naar kip smaken. Alles dat wit is en niet direct te vergelijken met iets anders, vinden we dan maar naar kip smaken, lijkt het wel. Kan daar ook gelijk een labeltje op. Wel zo handig.

Maar dat doet het dus niet, naar kip smaken. Vogels, en dus ook kip, zijn waarschijnlijk wel directe afstammelingen van dinosaurussen. Maar ook velociraptorfilet heeft ongetwijfeld zo z’n eigen kwaliteiten en smaaksensatie. Net als krokodil dus. lees verder

‘Ei, ei, ei, en we zijn zo blij’ zingen we als we wat te vieren hebben. Terecht! Want zonder ei geen cake. En wat is een feest zonder cake? Des te belachelijker dat we met Pasen, dé feestdag waarbij het ei centraal staat, een ei degraderen tot geen ei en pas genoegen nemen met drie.

Wat moeten we zonder het ei, met al haar magische eigenschappen. Je kunt lucht vangen met het wit, en vet met het struif. Het doet gerechten tot ver boven de randen rijzen en houdt burgers en ballen bij elkaar.

Alleen op zichzelf al heeft het ei zo veel gedaantes: romig wit van buiten en diep geel van binnen,  gekookt in de schaal, hard of zacht; of plat gebakken in de pan met de glanzende dooier als trofee er midden bovenop. Wat dacht je van geklutst tot een fluweel oranje omelet of een romig roerei. Of chique gepocheerd. Prachtig zoals het ei als een witte wolk uitwaaiert in het water en rondom de zwevende zachte dooier stolt.

Oh, ei.
lees verder

Zeker als het gepaard gaat met een dikke strot. Je proeft al niets omdat je neus dicht zit en als slikken ook nog pijn doet, wordt eten opeens een uiterst onaangename bezigheid. En wat is er dan nog wel leuk in het leven?

Ziek zijn zuigt nog harder, als het veroorzaakt wordt door een virus. Daar valt namelijk niets aan te doen. Wachten tot het over gaat, dat kun je eraan doen. Toch heeft iedereen wel een receptje klaar: ‘drie citroenen uitpersen onder een hete douche, terwijl je gorgelt met een rauw ei’. Het helpt net zo min als een antibioticum.

Maar aan machteloosheid willen we ons niet overgeven, dus klampen we vast aan de huis-tuin-en-keuken-middeltjes. Baat het niet, dan schaadt het niet. Wel zouden anti-oxidanten, zoals vitamine C, eventueel kunnen helpen bij het beperken van de schade die het virus aanricht aan onze cellen. Maar daar bestaat vooralsnog geen wetenschappelijk bewijs voor, heb ik mij door een bevriende arts laten vertellen. lees verder

Ik vind het altijd handig als dingen het direct doen. Als er batterijen bij inbegrepen zitten. Of als er schroeven en pluggen worden bijgeleverd. Fijn zijn ook die bierflesjes waar je de kroonkurk gewoon vanaf kan draaien. Of als er een klein lepeltje verstopt zit onder het dekseltje van een ijskuipje. Wat zou het mooi zijn als de saus al in het vlees zat, droom ik wel eens.

Dat blijkt dus gewoon te kunnen! In het voorwoord van Kitchen Mysteries geeft de Franse chemicus Hervé This –een grote naam in de wereld van de moleculaire gastronomie– een recept voor canard à l’orange uit de magnetron.

lees verder

Vriend E. had het aan het begin van de avond al gezegd: „Dat is zo mooi dooraderd, dat kan alleen maar Wagyu zijn.” Andere kwalificaties voor nummer zeven waren vol, bestorven en leverachtig. Iemand had zelfs voorzichtig het woord zepig in de mond genomen. Toch, een heel bijzonder stukje vlees, daar waren we het over eens. Een zeer verdiende tweede plaats.

U begrijpt, de biefstukclub was weer bij elkaar gekomen voor een steakproef. Wanneer de volgende zal plaatsvinden, over zes weken of een half jaar? Niemand weet het, maar elke Amsterdamse slager vreest de dag.
lees verder

Zullen we alsjeblieft ophouden met de term ‘vergeten groenten’. Natuurlijk, we zijn allemaal heel blij dat het meiknolletje weer op de radar staat. Het heeft mooie boeken opgeleverd met titels als  Van aardpeer tot zeekool. En het simpelste eetcafé leukt zo’n beetje elk gerecht op met een handje flinterdunne pastinaakchips.
We weten het nou wel. De pastinaak is back with a vengeance en aan de schorseneer hadden we blijkbaar toch geen boodschap. Voortaan zijn alleen de tomaten die zijn achtergebleven bij de kassa van de supermarkt ‘vergeten groenten’. Afgesproken?
Ondertussen, terwijl wij druk bezig zijn oerknollen te knuffelen, kun je bijna nergens meer savooiekool krijgen. We zijn zo druk bezig herinneringen op te halen, dat we niet zien dat een volgende generatie groenten onder onze ogen de vergetelheid inzakt.
Vooral de kolen moeten het ontgelden, en niet in de laatste plaats de oer-Hollandse bloemkool. Van alle vrienden en kennissen die ik het vroeg, zei er een wel eens bloemkool te kopen om er soep van te maken. Een aantal andere, vooral vrouwelijke, respondenten gaf toe wel eens bloemkoolroosje als rauwkost te eten, maar dan wel het liefst met een dipsausje.
Is het erg, kun je je afvragen, als we gekookte bloemkool gewoon collectief niet meer lekker vinden? Nee, niet echt, maar daarom hoeven we de bloemkool nog niet definitief af te schrijven. Ik ben geen fan van bloemkool an sich, maar in combinatie met andere ingrediënten kan bloemkool voor een heerlijke zachtbittere toon zorgen in een gerecht. Zoals in: coquilles in Parmaham met bloemkoolsaffraanmousse.

Voor 4 personen:

  • 250 gram bloemkoolroosjes
  • 150 ml room
  • 8 coquilles St. Jacques
  • saffraan
  • Parmaham
  • citroen
  • eetlepel crème fraîche

Kook de bloemkoolroosjes in 8 tot 10 minuten gaar in gezouten water. Giet ze af en laat even afkoelen. Verwarm ondertussen op laag vuur de room met een plukje saffraan, maar laat de room niet koken. Roer regelmatig zodat er geen velletje op komt.

Pureer de bloemkool met de saffraanroom en een eetlepel crème fraîche in een mengbeker met de staafmixer tot een schuimige mousse. Voeg zout en witte peper naar smaak toe. Maar kruid niet te sterk, de Parmaham zorgt voor het zout en de peper op de coquille voor de pit. De mousse moet juist koel en romig zijn.
Rol de coquilles langs de zijkant in een op maat gesneden plakje Parmaham. Bestrooi de coquilles met zwarte peper en bak ze kort aan beide kanten waar ze niet bedekt zijn door de ham. Hoe lang precies is afhankelijk van de grootte van de coquilles, maar zorg in ieder geval dat ze niet gaar zijn van binnen. Knijp er – vlak voor je de coquilles uit de pan haalt – wat citroensap over.

Schep een flinke lepel lauwwarme bloemkoolmousse op een bordje, sprenkel rondom wat grof gemalen zwarte peper en leg er twee coquilles op. Serveer met een paar sprietjes bieslook voor het oog en een schijfje citroen om nog wat na te druppelen naar smaak.

Vorige week gaf ik hier een recept voor visbouillon waarbij ik een kilo kabeljauwgraten zeker 3,5 uur door liet pruttelen. Dat was even schrikken bleek achteraf op het blog (nrcnext.nl/koken). Iedereen weet immers dat visbouillon niet langer dan half uur mag trekken.

Inderdaad, de Grote Larousse Gastronomique zegt 45 minuten en kookwetenschapper Harold McGee schrijft in zijn standaardwerk Over eten en koken dat de meeste chefs adviseren niet langer dan een uur te trekken, omdat de bouillon anders troebel en krijtwit wordt door de calciumzouten uit de graten.

Ik was echter niet op zoek naar een subtiele, heldere visbouillon om als zodanig te serveren. Ik wilde een krachtige-vis-garnalen-bouillon-om-ragout-mee-te-maken, dat had ik er misschien iets duidelijker bij moeten zetten. lees verder

Wie loopt er nog warm voor een pasteitje?
Ja, een pittige Surinaamse of een samosa, die doen het nog wel. Maar wanneer is de laatste keer dat je iemand hoorde zeggen: vandaag heb ik écht trek in zo’n ouderwets pasteitje.

Er is ook weinig hip  en sexy  aan zo’n flets deegbakje met van die beige brei erin.

Maar het is zo verdomd leuk om zelf ragout te maken. Al die verschillende technieken en stadia waarbij je de smaak in laagjes op kunt opbouwen. En een eetbaar bakje heeft toch nog altijd iets kinderlijks magisch. Je moet je gasten gewoon niet van te voren vertellen dat je ze pasteitjes gaat voorschotelen. Want lekker zijn uiteindelijk echt wel. lees verder

Liefhebbers van foie gras hebben altijd een mooi rijtje argumenten paraat om je ervan te overtuigen dat het niet wreed is om een eend of gans te dwingen meer te eten dan normaal door het beest een trechter op een stofzuigerstang door de strot te duwen.
 
Een eend ademt door een gaatje in zijn tong, dus stikt niet. De keel van eend is erop gemaakt om de snavel van moedereend te verdragen, dus het doet ook geen pijn. Dat die lever vervolgens zes keer zo groot wordt als normaal is ook geen enge ziekte. Zoals mensen een dikke buik (of dikke heupen) krijgen van te veel of te vet eten, zo slaan vogels hun vet op in de lever. Niets bijzonders dus.
 

lees verder

Vergelijk eens een kipkerrie-salade of een mayonaise uit een Nederlandse supermarkt met die uit een Belgische. Ze zijn hier altijd zoeter. Pizza Hawaï, zoetzure kip bij de Chinees, Nederlanders houden van zoet.

Niets mis mee, in principe. Maar er is één fantastische zoetmaker die men consequent links laat liggen: maple syrup. Ahorn- of suikeresdoornsiroop, in goed Nederlands. En dat is zo zonde. lees verder