Klary Koopmans

Berichten door Klary Koopmans



Iedere kok moet er minstens één hebben:  een ‘altijd-goed-recept’.  De maaltijd waar je haast geblinddoekt inkopen voor kunt doen, iets wat je zo vaak hebt klaargemaakt dat je, als je je pols gebroken hebt of door andere onvoorziene omstandigheden niet aan het fornuis kunt staan, vanuit een luie stoel je huisgenoot kunt instrueren.  Zo’n gerecht waar je minstens 1 x per maand aan denkt, als je even geen inspiratie hebt voor originele culinaire avonturen, en waar je je dan de hele dag stilletjes op verheugt omdat je wéét dat je die avond verschrikkelijk lekker gaat eten. Vandaag deel ik mijn altijd-goed-recept met jullie.

lees verder

Het geluk, dat helpen we graag een handje. Dus lieten we kurken knallen, schoten vuurwerk de lucht in om boze geesten te verjagen en roepen we elkaar nu nog tot diep in januari de ‘beste wensen’ toe. En dan is er natuurlijk nog allerlei gelukbrengend eten: wie de wereldwijde culinaire nieuwjaarstradities in één maaltijd had willen stoppen, kon heel Oudejaarsdag in de keuken staan. Om maar wat te noemen: Italiaanse linzenschotels (linzen lijken op muntjes, dus brengen financiële voorspoed), groenten als snijbiet en boerenkool (lijken op gevouwen bankbiljetten) en varkensvlees, dat geluk brengt omdat varkens optimistische dieren zijn die altijd in de grond aan het wroeten zijn naar lekkers. Wat meteen de reden is waarom je met Oud & Nieuw geen kreeft moet eten, want die zwemmen achteruit. En achteruitgang, dat willen we natuurlijk niet.

lees verder

Een van de origineelste feestjes die ik ooit bezocht was een bubbelspartijtje. Dat klinkt een beetje als de ballenbak van Zweeds meubelwarenhuis, maar het was veel leuker  (en bepaald niet geschikt voor kinderen): vrienden hadden in de eerste week van januari iedereen opgetrommeld om langs te komen met hun van oudejaarsavond overgebleven flessen mousserende drank, en een avond lang dronken we alleen maar champagne en champagne-achtigen. Het was fascinerend om te merken dat ik weliswaar van bijna elke prikwijn vrolijk word, maar dat qua smaak en mondgevoel toch echt de ene fles bruisend vocht de andere niet is.
Omdat de kookcolumn deze week in het teken staat van alle soorten mousserende wijn, ging ik nadenken over koken met champagne. Ik bedacht me al snel dat eigenlijk elke champagnesaus, -mousse en bonbon-met-champagnevulling die ik ooit heb geproefd, een teleurstelling was – de smaak is meestal niet van gewone witte wijn te onderscheiden, en de typische bruis verdwijnt geheel.

lees verder

Ik zal het maar meteen eerlijk zeggen: ik ben niet echt een kerstliefhebber. Zo iemand die al ver vóór Sinterklaas fantaseert over menukaarten, en welke kleur ballen hip is dit jaar. Niet dat ik een kersthater ben (ik ken iemand die 2 dagen binnen blijft met de gordijnen dicht en een pan stamppot, dat gaat mij ook weer te ver). Het is best gezellig, de feestdagen. Maar omdat ik nu eenmaal een moeilijk te onderdrukken neiging tot luiheid heb, vind ik veel van de dingen die in deze tijd van je verwacht worden vooral een hoop gedoe.
Kersttijd, zo aan het eind van het werkjaar, zou rusttijd moeten zijn. Lekker op de bank onder een fleecedeken met dat boek waar je steeds niet aan toe kwam, een glas wijn binnen handbereik en misschien een geurig kippetje in de oven. In plaats daarvan ren je de dag voor Kerst door de supermarkt op zoek naar oesterzwammen, of sta je op kerstochtend de ramen te lappen (want je moeder komt op bezoek). En op de achtergrond knaagt een vaag schuldgevoel omdat je nog stééds de kerstkaarten niet hebt gepost.

lees verder

Ik leid een dubbelleven. Een paar dagen per week zit ik thuis met mijn laptop, op blote voeten of met dikke sokken aan, al naar gelang het jaargetijde. De rest van de week bedenk ik ‘s ochtends welke leuke laarzen ik zal aantrekken, om een uur later ‘hoe was jouw weekend?’ gesprekken te voeren bij het koffieapparaat.
Alles heeft voor- en nadelen, maar thuiswerken heeft voor mij toch één onovertrefbaar pluspunt: wie kantoor houdt in de keuken, kan haar hele werkdag rondom eten programmeren. Beginnen met echte, lang gekookte havermout als ontbijt, dan de sudderlappen voor het avondeten vast opzetten, en halverwege de dag een luie, warme lunch. Niemand die controleert of je wel productief genoeg bent, dus vooruit, we kijken ter ontspanning ook nog even de vólgende Tell Sell commercial.

lees verder

Toen ik een paar weken geleden hier schreef over mijn Angst voor Groot Gebraad, kreeg ik prompt allerlei mailtjes en berichtjes van lezers die heel zorgzaam aanboden om mij van deze fobie af te helpen. Verschillende remedies werden geopperd, maar elk recept waar een sous vide-machine of een vleesthermometer aan te pas kwam legde ik (sorry) meteen opzij: het is juist afhankelijkheid van apparaten en gadgets die de fobie veroorzaakt heeft. Toch bleef er iets knagen. Ik wil geen kinderachtige of halsstarrige kok zijn. Aan de slag dus, met een stuk vlees van anderhalve kilo. lees verder

Na een zondagse boswandeling zit ik op een Goois terras van de herfstzon te genieten als naast me een echtpaar neerstrijkt. Verzorgde zestigers, met verstandige wandelschoenen en allebei een Burberry-sjaal. Ze zien eruit alsof ze al een mensenleven bij elkaar zijn en niet meer naar woorden hoeven te zoeken.

Waar ze ook niet naar zoeken is de menukaart. Als de serveerster komt, bestellen ze zonder aarzelen, in één adem en zonder dat typerende stellen-overleg (‘Wat neem jij?’, ‘Zou je dat wel doen, we gaan zo eten’). Zij een cappuccino, tomatensoep en een kroket zonder brood, hij een gewone koffie, cola light zonder ijs en een broodje kroket. Zouden ze dit elke zondagmiddag eten? Of zijn dit gewoon mensen die heel goed weten wat ze willen? Hoe dan ook, ik heb er ontzag voor. Ik vind kiezen wat ik wil eten namelijk lang niet makkelijk. Het liefst ga ik naar restaurants met een kleine menukaart waar ik alleen maar hoef te beslissen of ik vis, vlees of vega wil, en het verrassingsmenu is voor mij helemaal geweldig. „Geen rauwe ui en geen passievrucht alstublieft, verder is alles goed.” Maar uitgebreide kaarten vind ik een ramp. Ténzij er eend op staat. Tam of wild, gebraden of geconfijt, borst of bout, gerookt of rosé: als ik eend zie, bestel ik het. Het rare is dat hoe lekker ik het ook vind, eend voor mij vooral restauranteten is en dat ik het thuis zelden klaarmaak. lees verder

Je hebt vergeten groente, en dan heb je zielige groente. Die vergeten groente (pastinaken, aardpeer en schorseneren bijvoorbeeld) zijn allang niet meer zo obscuur als hun naam doet vermoeden. Chefs koken ermee, bladen schrijven erover en ik verwacht elk moment een vergeten-groente-starterspakket in de schappen van Albert Heijn. Nee, met de vergeten groenten komt het wel goed.
Het is de zielige groente die onze aandacht nodig heeft. De echte muurbloempjes die verguisd en veronachtzaamd achterblijven als jij met je rucola en radicchio de markt verlaat. Neem nou rettich (of daikon, of mooli, wat je maar de leukste naam vindt): een reusachtige albino winterpeen die je misschien het beste kent als het hoopje doorzichtige ‘spaghetti’ dat naast je sushi of sashimi geserveerd wordt. Rettich is familie van de radijs en smaakt ook een beetje radijs-achtig, maar dan zachter en zoeter, sappiger en knisperiger.

lees verder

Elke thuiskok heeft een veilige zone. Daarachter liggen onbereikbare en angstaanjagende projecten, zoals in mijn geval: Groot Gebraad. Stikjaloers ben ik op mensen die zonder blikken of blozen hele speenvarkens en halve lammetjes in de oven schuiven, een paar uur iets anders gaan doen en dan een perfect gegaard stuk vlees op tafel zetten. Ik begrijp grote stukken vlees niet. Wat gebeurt er van binnen? Is het nog half rauw of inmiddels uitgedroogd en taai? Laat mij maar voor 20 mensen ravioli in elkaar fröbelen of 3 kilo gehakt tot miniballetjes verwerken. Geduld, dat heb ik genoeg. lees verder

In een tijdperk waarin je het hele jaar door bijna alles kunt kopen en het een keuze is om met de seizoenen mee te eten, zijn er gelukkig altijd nog wel een paar dingen die je ineens, vanuit het niets, kunnen verrassen als je op de markt loopt voor je wekelijkse boodschappen. Mijn favoriete seizoensgebonden surprises: in het voorjaar de eerste rabarber, dunne fluorescerend roze stengels die erom schreeuwen gepocheerd te worden in zoete wijn, en nu, in de herfst, kweeperen – knobbelig en goudgeel, soms bedekt met een donzig grijzig waasje. Hoe langer je ze stooft, hoe roder, zoeter en zachter ze worden. lees verder