Menno Steketee

Berichten door Menno Steketee



In het chicklit-boekje I don’t know how she does it staat de hoofdpersoon op een kwaad moment een appeltaart van de supermarkt zo te maltraiteren dat deze eruitziet als zelfgebakken. Vroeger, vertrouwt ze de lezer toe, jokten vrouwen meestal tussen de lakens, maar konden ze tenminste wel zélf taart bakken. In deze geëmancipeerde, doch jachtiger tijden is het precies andersom. Tel uit je winst. Toch kan een beetje smokkelen natuurlijk helemaal geen kwaad – met die taarten dan, hè. Althans, wie iemand kent die nooit eens bij complexe recepten een sluiproute neemt, mag zich melden.

lees verder

Zoals een overwinning veel vaders heeft – en een nederlaag wees is – zo claimen veel volkeren Grote Uitvindingen. Kijk maar naar het Chinese of Italiaanse kompas, de Nederlandse, nee Duitse, of toch Chinese boekdrukkunst, of de Britse, o nee, Russische hovercraft. De atoombom zou een Duitse vinding zijn vanwege Albert Einstein, Joods vanwege Einstein en Amerikaans, want: Einstein.
Volgens dezelfde chauvinistische lijn van denken menen diverse nationaliteiten zelfs dat Jezus Christus er eentje van hen is. De Ieren baseren hun claim op de overlevering dat Hij, op de rand van sterven, nog iets te drinken vroeg en Italianen doen hetzelfde omdat Jezus zijn moeder een heilige vond. De Mexicanen zeggen op hun beurt dat Hij een van hen was omdat zijn voornaam Jesus was.
Ook de culinaire wereld kent chauvinisme. Ook van bier brouwen, pizza, het elektrische broodrooster en pasta eisen nogal wat nationaliteiten het intellectueel eigendom op. Vooral pasta is een slagveld van claims en counterclaims, bevochten door Chinezen en Italianen.
China stelt dat een van hun dynastieën het eerst was met het malen, in lange of platte vormen persen en drogen van koolhydraatrijke plantenzaden. Pasta dus. Dat dit om rijst ging, maakt ze niet uit.
Het curieuze verhaal – zelfs in Italië opgetekend – dat de ontdekkingsreiziger Marco Polo het idee van pasta ergens in de dertiende eeuw uit China zou hebben meegenomen, vergult menig patriottisch Chinees.
Dat Marco Polo-verhaal is trouwens snel te weerleggen. De Oude Grieken en Romeinen hadden al een soort pasta. Er is zelfs sprake van een Romeinse pasta-achtige substantie: lagana. Dat zal dus wel de lasagna zijn geworden, hoor je soms, maar dat klinkt niet logisch – woorden verlíezen meestal juist de ‘s’ in de loop der tijd. Maar je kunt dus net zo goed beweren dat Marco Polo het Italiaanse pasta-octrooi aan de Chinezen heeft verkwanseld.
Wie eerst was, is een triviale kwestie. Het is natuurlijk goed denkbaar dat pasta-achtige substanties overal ter wereld onafhankelijk van elkaar zijn bedacht – want hoe ingewikkeld is dat eigenlijk? Niet-Italianen en non-Chinezen zal het intussen worst zijn, wat onder andere blijkt uit de benaming van dit Filippijnse gerecht: ‘spicy vermicelli’ – gewoon rijstnoedels.

Snijd de speklap in reepjes en bak die. Zet apart en gooi de bakolie weg. Snijd ui, twee bosuitjes, de knoflook in stukjes en de paddenstoelen in kwartjes. Doe die nu in de pan, voeg daar de vissaus en de rijstwijn aan toe en laat garen.
Maak intussen de ‘vermicelli’. Wanneer het mengsel gaar is, kan het vlees erbij plus de garnalen. Laat nog even een minuutje doorpruttelen en verdeel dan over de noedels, met het vers gesneden bosuitje.

400 gram varkenslap
1 eetlepel vissaus
1 eetlepel rijstwijn
1 eetlepel sojasaus
200 gram ongepelde (gare) steurgarnalen
1 ui
3 bosuitjes
2 knoflooktenen
100 gram shiitake
pak ‘vermicelli’ – rijstnoedels
olie, peper, zout

Vorige week viel een uitnodiging van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging in de bus om op konijnen te gaan jagen. En dan niet met een geweer, maar met een havik. Curieus. Tam konijn is geen onbekende, maar hoe smaakt wild konijn?

Laat je vooral niet afschrikken door het villen van een konijn

Plaats van handeling: een guur gemengd bos bij het Brabantse Rijen. Valkenier Ad sluipt tussen de sparren en wijst na tien minuten zwijgend naar een paar gaten in de mossige bodem. Daar zit een „bouw”, een konijnenburcht. De havik kijkt vanaf een lederen handschoen streng toe hoe Ads helper uit een houten doosje een fret haalt en deze voor de ingang van een „pijp” zet. De albinobunzing steekt zijn neusje zoekend in de lucht en verdwijnt de gang in.

lees verder

Zeesap, jus de mer gastronomique. Dat klinkt even hoogdravend als de handelsnaam: Aqua Divina. Toch kun je Cor Poppe, directeur van een schelpdierhandel in het Zeeuwse Yerseke, een zekere flair voor marketing niet ontzeggen. Hij bedacht dat Oosterscheldewater, dat hij grondig filtert om zijn negotie vers te houden, ook per fles over de toog kan voor toepassingen in de keuken. Sinds vorige week ligt het ‘goddelijke water’ bij de horecagroothandel en plannen voor distributie via de supermarkt liggen klaar.

lees verder

Het is weer bramentijd. Niet die zwarte bessen, die kun je vanaf augustus in het bos plukken, maar de vis, de braam, Brama brama, die je zo ongeveer van november van het strand kan plukken. Het is eigenlijk een treurig verhaal, van die bramen. Grote scholen trekken in de zomer van de diepzee bij Portugal en Marokko naar het noorden, naar de dieptes bij Noorwegen. Wanneer ze weer naar huis willen, slaan sommige linksaf de ondieptes van de Noordzee in. Dan raken ze gedesoriënteerd en belanden ieder jaar ook op onze stranden, dit seizoen al tientallen – de koppenmaker van deze rubriek wordt trouwens ontraden om hierboven ‘bramadrama’ te zetten.

lees verder

Het landschap van de Franse Elzas heeft veel weg van een modelspoorbaan, maar dan op ware grootte: beboste heuvels, popperige dorpjes, boerderijen zoals kinderen die tekenen en rotspartijen als van gebroken zachtboard. Allemaal rechtstreeks uit de catalogus van Faller, Märklin of Fleischmann.

Dat zijn allemaal Duitse merken, ja, en dat is niet gek. Op het gevaar af Franse colère op te wekken: de Duitse wortels van de streek zijn dieper en ouder dan de Franse. Maar om de keuken van dit, vooruit, terroir, Duits te noemen, dat gaat te ver. En gelukkig maar. Goed, die melige Spätzle en de luie stoofschotel Baeckeoffe zijn eenvoudig te herkennen achter hun Gallische schuilnamen Pâte Alsacienne en Potée Boulangère. Maar daar is dan wel een Franse slag aan gegeven – in de goede betekenis van het woord. Knoflookteentje erbij, verse kruiden gebruikt, mooier opgemaakt, een beetje je ne sais quoi: er is allemaal nét iets beter over nagedacht.

lees verder

De levensloop van etnisch voedsel volgt een voorspelbaar patroon – je zou bijna zeggen: in de volksmond. Ga maar na: opeens was daar in de jaren vijftig ofzo de eerste Nederlandse ‘Chinees’, tot je twee decennia later zelfs tot in Botshol en Biggekerke kon kiezen uit De Grote Muur of De Gouden Draak. De kwantiteit was intussen haaks op de kwaliteit gaan staan en het gros is intussen, terecht, failliet. Toen pas kreeg je serieus goede ‘Chinezen’: kwaliteit kwam boven drijven.

lees verder

Kerstmis is zo langzamerhand hier ook al synoniem aan kalkoen. Net als in de Verenigde Staten, denken veel mensen, maar dat klopt niet: Amerikanen eten hun nationale vogel – als we de bald eagle even niet meerekenen – met Thanksgiving, met Kerst gaan ze aan de ham. Wat doet dat Nieuwe Wereld-dier hier eigenlijk op ónze kerstdis?

Voor de ontdekking van Amerika at men hier in Europa meestal iets groots en iets duurs – er viel immers wat te vieren. In Groot-Brittannië, Duitsland en Midden-Europa betekende dat een speenvarkentje of een karper, maar vooral: wilde gans. Die gans was seizoensdier: die was helemaal uit Siberië komen aanvliegen om hier te overwinteren.

lees verder

Interessante snipper warennieuws in het jongste nummer van het Journal of Agricultural and Food Chemistry. Dat vermeldt recent onderzoek naar de kwaliteiten van foie gras, uitgevoerd door de Universiteit van Toulouse – die Zuid-Franse stad, bekend om zijn geurige worstjes.

Foie gras is nogal omstreden omdat deze leververvetting ontstaat door geforceerd voeden. Niks aan de hand, zeggen lekkerbekken dan, niet zonder eigenbelang: „Eenden en ganzen zijn trekvogels die voor hun lange vlucht naar het zuiden grote vetvoorraden opslaan, onder andere in hun lever.” Die exquise vervetting zou dus een natuurlijk proces zijn en niet een soort opgelegde levercirrose.

lees verder

Ze kunnen bij Greenpeace beweren wat ze willen, maar het gaat niet goed met de blauwvintonijn. Schaamteloze overbevissing heeft de bestanden in de Middellandse Zee al uitgehold tot ver onder het niveau dat biologen nog verantwoord vinden. En dit jaar was het erger dan ooit. Franse, Italiaanse en Maltezer tonijnboten voeren zuidwaarts en gooiden netten uit in Libische wateren. Daar was het oorlog, dus er was tóch geen visserijinspectie te bekennen. De vangst zal intussen wel diepgevroren in Japanse koelhuizen liggen.

lees verder