Wie vlees eet, eet, zo is het nu eenmaal, van een dier. Als het een kip betreft zie je dat vaak ook, behalve als je kipfilet eet, of alleen de ‘drumsticks’ (een beetje zielig voor een kip, dat de dijen drumsticks heten). Bij een groter dier vergeet je vaak dat er nog veel meer aan en in zit dan de gebruikelijke stukken als biefstuk, karbonade, ribstuk of hamlap.
Er zit heel veel aan een dier dat weinig gegeten wordt, de incourante delen om zo te zeggen. Orgaanvlees natuurlijk, nier, hersenen, zwezerik, milt, tong. Maar ook onderdelen als wangen, staart, kinnebak of longhaas verheugen zich niet in veel belangstelling.
Dat is eigenlijk een tikje onheus tegenover zo’n dier. We slachten het wel helemaal. Maar van een heel groot deel zeggen we doodleuk: doe maar weg. Stuur maar naar China, draai maar tot frikandel, zie maar. En als je aan jezelf denkt in je hoedanigheid van spek/karbonade/haas-eter, dan lijkt het ineens of er heel veel varkens geslacht moeten worden voor jouw maaltijd. Want de hoeveelheid haas en karbonade is beperkt. En de rest eet je niet.
lees verder›