Marjoleine de Vos

Berichten door Marjoleine de Vos



Soms bof je, bijvoorbeeld die keer dat ik door een paar geitenkaasmakers in de Achterhoek was uitgenodigd om een dagje mee te komen helpen bij de verwerking van hun varken. Ze hielden een paar varkens, die een mooi leven leidden en na een jaar geslacht werden. Het was januari en een van de varkens was terug van het slachthuis.

De ene dag was de ene varkenshelft verwerkt, nu was het de tweede dag. Ik kwam het erf op rijden, de zon scheen, en aan de kap van de schuur hing, glinsterend in het eerste ochtendlicht, een half varken.

lees verder

Vorige maand kreeg ik een heel leuke  uitnodiging. Wil je meedoen aan een workshop orgaanvlees en andere incourante delen bij een slagerij?
Jawél! brulde ik en sprong een gat in de lucht. En toen ik bij de betreffende slagerij aankwam – slagerij Chateaubriand in Heemstede – en daar ’s ochtends om twaalf uur meteen een lekker hapje hersentjes geserveerd kreeg, wist ik dat ik gelijk had gehad met mijn enthousiasme.
Hersentjes zijn heerlijk, smeuiig zacht en aangenaam van smaak.

Bovendien, maar dat zal niet iedereen evenzeer aanspreken, heeft het wel wat om hersens in je hand te houden. Zo’n helemaal gaaf stel kalfshersenen, die geheimzinnige kronkels van waaruit een heel dier bestuurd werd – dat is mooi.

lees verder

Julie Powell is een in New York wonende vrouw van bijna dertig die zich de opdracht stelt om in één jaar tijd het zeer dikke Franse kookboek van Julia Child, De kunst van het koken, helemaal door te koken. 524 recepten.
Achteraf heeft ze er een boek over geschreven, Julie en Julia. Dat werd onlangs verfilmd, met Meryl Streep in de hoofdrol – een gezellige film voor wie van koken en van Streep houdt. Er komt niets engers in voor dan het vullen van een kip, maar in haar boek schrijft Powell onder meer over merg.

Je schijnt in New York zo goed als geen mergpijpje te kunnen krijgen. Eigenaardig. Maar Julie wil per se biefstuk met een saus van rundermerg klaarmaken. Als ze de mergpijp eindelijk heeft, probeert ze met een mes het bot door te zagen om het merg eruit te krijgen. Nu ja! Ze zegt dat dat van Julia Child moet. Ik kan het niet vinden in haar kookboek, eigenlijk komt het hele recept voor entrecôte bordelaise (bordelaise is de naam voor de rode wijnsaus met merg) er amper in voor.
lees verder

Het lijkt veelzeggend dat in sommige andere talen de incourante delen van een beest, gewoon regelrecht ‘afval’ worden genoemd: offal in het Engels en abats in het Frans. Maar dat schijnt niet zozeer te duiden op ‘goed om weg te gooien’, maar op dat het de delen zijn die van het karkas afvallen bij het verwerken van het geslachte dier.
In de tijd dat men nog zelf hele dieren verwerkte in de huisslacht werden al die delen juist gretig gebruikt en gegeten, nu wordt er vaak een beetje raar moeilijk over gedaan, behalve over lever.
Sinds slagerijen geen halve karkassen meer hebben hangen is vlees als het ware ‘enger’ geworden. In andere landen zie je vaak veel meer liggen: koppen of trosjes ingewanden aan haken. Wij vinden dat nu bijna obsceen, maar menige Fransman, heb ik wel eens gelezen, vindt onze slagerijen met al dat voorgesneden roze vlees, obsceen. En bovendien verkeerd ten opzichte van het vlees, dat gewoon ter plaatse afgesneden zou moeten worden.

lees verder

Wie vlees eet, eet, zo is het nu eenmaal, van een dier. Als het een kip betreft zie je dat vaak ook, behalve als je kipfilet eet, of alleen de ‘drumsticks’ (een beetje zielig voor een kip, dat de dijen drumsticks heten). Bij een groter dier vergeet je vaak dat er nog veel meer aan en in zit dan de gebruikelijke stukken als biefstuk, karbonade, ribstuk of hamlap.

Er zit heel veel aan een dier dat weinig gegeten wordt, de incourante delen om zo te zeggen. Orgaanvlees natuurlijk, nier, hersenen, zwezerik, milt, tong. Maar ook onderdelen als wangen, staart, kinnebak of longhaas verheugen zich niet in veel belangstelling.

Dat is eigenlijk een tikje onheus tegenover zo’n dier. We slachten het wel helemaal. Maar van een heel groot deel zeggen we doodleuk: doe maar weg. Stuur maar naar China, draai maar tot frikandel, zie maar. En als je aan jezelf denkt in je hoedanigheid van spek/karbonade/haas-eter, dan lijkt het ineens of er heel veel varkens geslacht moeten worden voor jouw maaltijd. Want de hoeveelheid haas en karbonade is beperkt. En de rest eet je niet.

lees verder