Roos Ouwehand

Berichten door Roos Ouwehand



Nee, ik zal geen poster van ’m boven mijn bed hangen en als ik hem ooit in het wild tegenkom beloof ik dat ik niet zal gaan gillen. Maar al met al denk ik dat je me met een gerust hart een Yotam Ottolenghi- groupie kan noemen. Terugkijkend op het afgelopen jaar is het vooral zijn boek Plenty – dat al in 2011 verscheen zag ik, maar ik ben nu eenmaal niet zo bij de tijd – dat me beïnvloed heeft. Door het boek werd ik weer eens op een ander been gezet en kwam ik in winkels allerlei nieuwe ingrediënten tegen, die er misschien al jarenlang stonden, maar die me nog nooit waren opgevallen. De beste kookboeken zijn toch wel díe boeken waaruit je niet constant allerlei recepten klakkeloos overneemt, maar die je eigen fantasie en lust tot experimenteren aanwakkeren.

lees verder

Als ik terugdenk aan het oud-en-nieuwfeest van vorig jaar krimp ik ineen van schaamte. Twee onvergeeflijke zonden heb ik die avond begaan. Ten eerste heb ik een speech gehouden, waarvan ik zelf heel erg moest huilen. En dan heb ik het voor alle duidelijkheid niet over één zo’n decoratieve, biggelende traan, nee, er was sprake van langdurig gesnik en gesnotter. Want ik had helaas niet de tegenwoordigheid van geest – of het juiste alcoholpromillage – om af te ronden en het dessert te gaan halen.

lees verder

Afgelopen week kwam dochter informeren wat ‘halal’ precies betekent. Het begrip was ter tafel gekomen tijdens voorbereidingen voor de kerstviering op school. Sommige kinderen, zo vertelde ze met een serieus gezicht, mochten alleen ‘halal’ kerstdineren. Zoals zo vaak wist ik het antwoord wel ongeveer, maar niet precies. In dergelijke gevallen biedt Het Klokhuis uitkomst. Dit onvolprezen kinderprogramma heeft een site waarop je filmpjes over alle mogelijke onderwerpen (terug) kunt vinden.

lees verder

Alleen uit eten. De meeste ‘singles’ peinzen er niet over. Veel te ongemakkelijk, zo alleen aan een tafeltje. De KHN (Koninklijke Horeca Nederland) zou dat graag anders zien. Ons land kent zo’n 2,6 alleenstaanden. Flink wat potentiële klanten dus, waar de worstelende horecasector om zit te springen. Maar hoe halen ze die allenige eters binnen? Door ze niet aan een lullig achteraf-tafeltje bij de wc’s te zetten, blijkt uit onderzoek dat de KHN heeft laten doen. En ook op andere vlakken verschillen de wensen van solo-eters niet erg van die van ‘gewone’ klanten. Ze zijn vooral op zoek naar vriendelijk personeel, schappelijke prijzen en niet te grote porties. Er is inmiddels een website (alleeneten.nl) met adressen die zijn getest op hun gastvrijheid tegenover de solo-eter en in een aantal horecagelegenheden staan tegenwoordig zogenaamde ‘aanschuiftafels’. Daaraan kan de alleeneter plaatsnemen en – desgewenst – in contact komen met anderen.

lees verder

Afgelopen maandag ging in 57 bioscopen de film Alles is Familie in première. En gezien de eerste reacties zou het wel eens net zo’n klapper kunnen gaan worden als de charmante en succesvolle voorganger Alles is liefde. Wat de titel precies betekent, is me niet duidelijk. Volgens mij is alles helemaal niet familie. Ik noem maar wat, de spin die zich al drie maanden voor mijn keukenraam ophoudt en die ik niet durf weg te halen omdat hij angstaanjagend dik en harig is, beschouw ik bijvoorbeeld niet als familie. Maar ik snap wel dat de kreet in deze periode van het jaar, als de dagen korter worden, de nachten kouder en de feestdagen lonken, exact de juiste gevoelens oproept. In deze barre tijden wil iedereen wel eens wat anders horen dan: ‘Alles is crisis’ of ‘Alles is hypotheekschuld’.

lees verder

Indien u verslavingsgevoelig bent, kunt u dit stukje maar beter niet lezen. Voor mij is het reeds een verloren zaak, voor u is er wellicht nog hoop. Nou raak ik ook gemakkelijk ergens aan verslingerd, moet ik zeggen. Chocola met zeezout bijvoorbeeld. In Frankrijk in de supermarkt te koop, hier vrijwel nergens, helaas. Probeer daar maar eens na twee beschaafde stukjes vanaf te blijven.

Het recept van vandaag bevat ook een zeer verslavend onderdeel, namelijk het gefrituurde kappertje. De vriendin die mij hierover tipte bekende dat ze regelmatig ’s avonds laat de aandrang niet kan weerstaan en in de keuken een pannetje olie opzet om zo’n bakje knapperige kappertjes (goeie tongbreker) klaar te maken. U bent – nogmaals – gewaarschuwd.

lees verder

De gemoederen liepen de afgelopen maanden hoog op, hier in de vinex. Eindelijk zou er, na lang wachten, een zaterdagmarkt komen op het ongezellige plein achter het winkelcentrum. In het bestemmingsplan was altijd gerept over een ‘levendig stadsdeel’ met ‘ruime voorzieningen’. Maar toen de huizenverkoop hier een jaar of wat geleden stilviel, hoorden we ook niet veel meer over de beloofde bioscoop en bibliotheek. Logisch natuurlijk, dergelijke zaken zijn alleen rendabel bij een bepaald inwonersaantal. En die gezellige zaterdagmarkt, daar kwam de lokale middenstand dan weer tegen in opstand. Die hadden hun nek uitgestoken door hier een paar jaar geleden in het opgespoten zand hun viszaak of bloemenwinkel op te zetten. En nu moesten ze – met hun torenhoge huur – concurreren met een márkt?

lees verder

In het ‘LINDA Opvoedboek’ las ik een herkenbaar artikel van Sylvia Witteman over moedeloos makende kinderen die ‘niets lusten’. Ze laat daarin een deskundige aan het woord die benadrukt dat je op jonge leeftijd moet beginnen om de smaak van je kroost ‘te ontwikkelen’ en als ouder moet uitstralen dat het normaal is om gezond en gevarieerd te eten.

lees verder

Krootjes. Ik kreeg ze vroeger nooit, want mijn moeder gruwde ervan. De nare zwaveldamp die uit zo’n pan kokende bieten komt, had ze tijdens haar jeugd net iets te vaak geroken. Zonde, want de smáák van een bietje, daar valt weinig gemeens over te zeggen. En er is een simpele oplossing om die vieze lucht te omzeilen: door de bietjes niet te koken, maar te poffen. Dat duurt even, maar het is geen grote moeite. En als u er wat knoflook en rozemarijn bij legt, zal uw huis ook nog eens heerlijk gaan ruiken.

lees verder

Als ik vroeger met mijn ouders uit eten ging, bestelde ik steevast een Poire Belle Hélène; zo’n halve peer met chocoladesaus en vanilleijs. In de oorspronkelijke versie, bedacht door Escoffier, was de peer gestoofd in suikersiroop en werden er gesuikerde viooltjes bij gegeven, las ik ergens. In de Nederlandse restaurantversie kwamen de peren altijd uit blik en een viooltje heb ik er nooit naast zien liggen. Maar dat mocht de pret natuurlijk niet drukken. Dat toetje was het hoogtepunt van mijn avond. Die goddelijke combinatie van ijs met warme chocoladesaus. Dat was iets waar je je mond helemaal mee wilde vol stoppen. Nú zou je mij er geen plezier mee doen; ijs en zoetigheid hebben hun magische aantrekkingskracht verloren. Geef mij maar een oester of een stuk kaas. Maar misschien komt die lust naar chocoladesaus weer terug als ik ‘op leeftijd’ ben. Dan keert de voorkeur voor zoet/zoeter/zoetst, die ook bij mijn kinderen zo opdringerig aanwezig is, vaak terug, merk ik. Zo kon mijn oma intens genieten van een stuk hazelnootschuimtaart of borstplaat.

lees verder