Berichten in de categorie Amuse/borrel

Het is altijd riskant voedsel dat  ooit ergens ver weg goed smaakte, thuis te reproduceren. Zouden bijvoorbeeld deze Georgische khinkali wel net zo magisch zijn zonder de ingrediënten kristalheldere lucht, loslopende paarden, witbesneeuwde toppen, net-een-hele-hoge-berg-beklommen, en – jawel – mannen met baarden?

Ik moet eerlijk zijn: nee. Niet nét zo magisch. Dat kan ook bijna niet. In die omstandigheden zijn zelfs paardenvijgen een lekkernij.  Maar de gehaktdumplings, die de Georgiërs na een kortstondige Mongoolse overheersing al eeuwen eten, zijn ook hier onder grijze wolkenluchten goed feesteten. lees verder

Een van de origineelste feestjes die ik ooit bezocht was een bubbelspartijtje. Dat klinkt een beetje als de ballenbak van Zweeds meubelwarenhuis, maar het was veel leuker  (en bepaald niet geschikt voor kinderen): vrienden hadden in de eerste week van januari iedereen opgetrommeld om langs te komen met hun van oudejaarsavond overgebleven flessen mousserende drank, en een avond lang dronken we alleen maar champagne en champagne-achtigen. Het was fascinerend om te merken dat ik weliswaar van bijna elke prikwijn vrolijk word, maar dat qua smaak en mondgevoel toch echt de ene fles bruisend vocht de andere niet is.
Omdat de kookcolumn deze week in het teken staat van alle soorten mousserende wijn, ging ik nadenken over koken met champagne. Ik bedacht me al snel dat eigenlijk elke champagnesaus, -mousse en bonbon-met-champagnevulling die ik ooit heb geproefd, een teleurstelling was – de smaak is meestal niet van gewone witte wijn te onderscheiden, en de typische bruis verdwijnt geheel.

lees verder

Ik zal het maar meteen eerlijk zeggen: ik ben niet echt een kerstliefhebber. Zo iemand die al ver vóór Sinterklaas fantaseert over menukaarten, en welke kleur ballen hip is dit jaar. Niet dat ik een kersthater ben (ik ken iemand die 2 dagen binnen blijft met de gordijnen dicht en een pan stamppot, dat gaat mij ook weer te ver). Het is best gezellig, de feestdagen. Maar omdat ik nu eenmaal een moeilijk te onderdrukken neiging tot luiheid heb, vind ik veel van de dingen die in deze tijd van je verwacht worden vooral een hoop gedoe.
Kersttijd, zo aan het eind van het werkjaar, zou rusttijd moeten zijn. Lekker op de bank onder een fleecedeken met dat boek waar je steeds niet aan toe kwam, een glas wijn binnen handbereik en misschien een geurig kippetje in de oven. In plaats daarvan ren je de dag voor Kerst door de supermarkt op zoek naar oesterzwammen, of sta je op kerstochtend de ramen te lappen (want je moeder komt op bezoek). En op de achtergrond knaagt een vaag schuldgevoel omdat je nog stééds de kerstkaarten niet hebt gepost.

lees verder

Toen ik een tijd geleden een feestje gaf, maakte ik de fatale fout om om elf uur rond te gaan met een schaal zelfgemaakte blini’s met zalm. Nou. Die gingen erin als koek. De buurman stapelde er, terwijl hij opschepte over zijn nieuwe Volvo, vijf op elkaar en schoof die in een keer, hoppetee!, naar binnen. Binnen twee minuten waren alle zeventig boekweitpannenkoekjes verdwenen.
Wie de catering gaat verzorgen voor een partij, dient zich een helder beeld te vormen van zijn/haar doelgroep. Ken uw klant. Waar hebben zij behoefte aan. Mensen die op een feestje het ene glas na het andere naar binnen slaan hebben vooral behoefte aan demping. Hoe die eruitziet of smaakt doet er niet zoveel toe. Dergelijke klanten moet je een zak chips of een leverworst toewerpen en geen met bloed, zweet en tranen gebakken en met dure wilde zalm belegde blini’s.
lees verder

Eén vooroordeel over de Amerikaanse keuken klopt wel: er wordt met overgave gefrituurd. Op de jaarlijkse State Fairs (een soort gigantische boerenkermissen waar je tussen de koeien- en paardententoonstellingen ook in de achtbaan kunt en naar stand-up comedy kan kijken) wordt zo’n beetje alles wat eetbaar is in heet vet gegooid. ‘Gewone’ dingen zoals worstjes en patat, maar ook balletjes roomboter, in chocola gedoopte bacon en perziken met slagroom. Alleen al het lezen van zo’n lijstje maakt je een beetje misselijk. lees verder

Bananen, Bloody mary’s, vitamine B, amandelen, kippensoep, rauwe kool, ei en een kransje van peterselie om je nek. Allemaal vermeende remedies om het grootste nadeel van het  drinken van alcohol (vooruit: naast dik worden, verslaving, en  spijtveroorzakende aankopen, auto-ongelukken en onenightstands) te bezweren.

Want de kater, die komt inderdaad  later. Hoe zit dat? De houten kop en aanverwante klachten hebben meerdere oorzaken. Allereerst zijn het ordinaire ontwenningsverschijnselen. Jij en je lichaam moeten het harde leven  weer aan, zonder de zoete verdoving van de alcohol. Dat doet fysiek pijn. Daarom helpt een laatste glaasje bij het opstaan ook zo  goed. Levensgevaarlijk natuurlijk. lees verder

We zijn deze hele week aan de drank. Maandag en dinsdag  leerden we hoe je water in wijn verandert en gisteren deelden  we vijf brooddrank en twee schelvispekel tot een grote hoeveelheid, althans een hoog percentage, alcohol. Vandaag  gaan we  van de ene drank de andere maken: cocktails, drankjes naar  mijn hart. Ik begon mijn alcoholistencarrière op zestienjarige leeftijd niet zoals mijn klasgenoten met bier of Shandy, maar met  felgekleurde en mierzoete cocktails met namen als Sex on the  Beach en Banana Cow.  Ik stond onder de brug jaren bekend als  de ‘chickdrinkdrinker’. En hoewel ik inmiddels een wat volwassener smaak heb ontwikkeld laat ik mijn 20 jaar oude single  malt whisky nog altijd bij voorkeur serveren in een uitgeholde  ananas met een parapluutje. lees verder

Zelf je eigen cider of bramenwijn maken is leuk, maar zoals eerder uitgelegd zal je thuisbrouwsel nooit meer dan ongeveer 15 procent alcohol bevatten. Meestal mag je met een procentje of 10 zelfs al heel tevreden zijn. Daar doet de Dorstige Drinker het natuurlijk niet voor. Gelukkig bestaat er een methode om van een beetje alcohol veel alcohol te maken. De Chinezen (daar zijn ze weer) hadden namelijk al een paar duizend jaar geleden door dat afgekoelde damp van verwarmde babymuizenwijn meer alcohol bevatte dan het origineel. Eureka, riep men, en doopte het proces met de typisch Chinese naam ‘destilleren’. Het duurde overigens nog wel een aantal eeuwen voor men erachter kwam dat er door middel van hetzelfde proces ook Bacardi-Cola en Passoa-Jus gemaakt kon worden. Men beschouwde alcohol toen nog voornamelijk als medicijn.

De truc van het destilleren zit hem in de verschillende kookpunten van alcohol en water. Alcohol kookt, en verdampt, bij een lagere temperatuur dan water, namelijk 78 graden. Dat betekent dat als je een alcoholhoudende vloeistof zoals wijn verhit, de alcohol als eerste verdampt. Wanneer je deze dampen vervolgens afkoelt, bevat je destillaat naast wat van de geurstoffen uit de wijn, al snel zo’n 30 tot 40 procent alcohol. Mik je dit in een eikenhouten vaatje dan heb je een paar maanden later cognac. Het is allemaal zo makkelijk. Zo maak je calvados van gestookte cider, rum van gestookte suikerrietwijn en jenever van gestookte graanwijn (moutwijn) opgeleukt met een handje jeneverbessen. lees verder

Lekker hoor, die zelfgemaakte bramenwijn van gisteren. Althans, dat weten we eigenlijk pas over een jaar. Er kan nog van alles misgaan waardoor de wijn uiteindelijk ondrinkbaar blijkt. Verkeerde gisten, te weinig of teveel suiker, onduidelijke diertjes, exploderende flessen, voedselvergiftiging, ik heb het allemaal wel eens meegemaakt. Dat was dan per ongeluk. Er zijn ook mensen die willens en wetens de meest verschrikkelijke dranken fabriceren en naar binnen werken. Ik noem slechts Baby Mice Wine. Ja, dat is wat je denkt dat het is, rijstwijn die op smaak wordt gebracht met twee of drie dagen oude babymuisjes. Populair in Korea en China. Zal wel iets te maken hebben met gezondheid, viriliteit en eeuwig leven ofzo. Van jou dan, niet van de muisjes. lees verder