Berichten in de categorie Arabisch

Vroeg in de ochtend kwam een sms’je binnen. Van een kennis, die de dag ervoor blij had verteld dat hij op de markt een mooie harder had gescoord. De vis zou in moten in de pan gaan en van de kop en de graten zou hij bouillon trekken, voor de soep.

De voorbereidingen waren gelukt maar, rampspoed, hij was vergeten voorgaande nacht het vlammetje onder de bouillonpan te doven. De visresten hadden een parcours gevolgd dat voerde van trekken, via inkoken naar grillen. Het eindstation was, sms’te hij „een helse stank”, die hem net had gewekt. Dit „koksleed” stond er, was vast aan mij besteed. lees verder

Vorig weekend kreeg ik van mijn moeder een pasteivorm die nog van mijn oma is geweest en daar was ik helemaal niet blij mee. Er geldt namelijk een verscherpt toelatingsbeleid in mijn keuken en op de naleving daarvan wordt streng toegekeken door mijn echtgenoot. Er komt geen enkel stuk overbodig huisraad meer in. Alle kasten puilen uit van de gebarsten theekopjes en ontroerende bordjes die ik uit kringloopwinkels heb gered en hij vindt het hoog tijd dat ik onder ogen zie dat er een grens is aan wat een mens allemaal kan bewaren en verstouwen. De afspraak is dat alleen spullen die werkelijk functioneel en onmisbaar zijn een verblijfsvergunning krijgen. Vol is vol. lees verder

De precieze toedracht zou hier te veel tekst kosten, maar vorige week donderdag bevond de kok-van-dienst zich in een auto van het ministerie van Informatie van Oman, in de hoofdstad Muskat. Voorin, chauffeur Salim, naast hem gids Saïd. Bestemming: het Nationale Instituut voor Gastvrijheid om hét nationale gerecht van de Golfstaat te bereiden – en kennis te maken met de Arabische ‘cuisine’ in het algemeen.

Achter bijna elke zin van Salim en Saïd klonk inshallah,maar het is inderdaad Gods wil geweest om hét Omaanse gerecht klaar te maken.

Wat ís eigenlijk het nationale gerecht? Dat moet biryani zijn, zegt de chauffeur. Maar dat is toch een Indiaas gerecht? Jawel, zegt Saïd, maar de keuken van Oman heeft veel Indiase invloeden, net als uit Iran, Pakistan,Jemen  en zelfs Oost-Afrika – Zanzibar was een kolonie van Oman.

lees verder

De week van het onbekende, onbeminde graan zit erop. Heb je de smaak te pakken gekregen? Dan kan je bijvoorbeeld op zoek gaan naar teff (het graan voor de Ethiopische injera pannenkoeken), of freekeh (Noord-Afrikaanse tarwe die onrijp geoogst, en daarna in brand gestoken wordt). Andere granen die de krant deze week niet hebben gehaald: sorghum, spelt, amaranth, Job’s tranen, boekweit… er valt nog een hoop te ontdekken.

Voor het laatste recept gaan we terug naar een gewoon graan in een ongewone vorm. Bulgur (voor wie recepten wil gaan googelen: soms ook te vinden als burghul of bulgar) is gestoomde, gedroogde en gebroken tarwe. Bulgur koop je het beste bij de Turkse winkel, waar verschillende soorten te krijgen zijn – van fijn tot grof gemalen. En als je toch bij de Turkse super bent kun je gelijk een pot milde paprikapasta meenemen. Blijft heel lang goed in de koelkast en is een heerlijk alternatief voor tomatenpuree. De pikante variant is trouwens ook lekker, maar minder multifunctioneel inzetbaar.

Bulgur past goed bij de smaken van het Midden-Oosten, zoals in deze troostrijke pilaf: zoete kikkererwten, kruidige, warme specerijen en rokerige tahin. Laat de saus vooral niet achterwege. Die maakt voor dit gerecht het verschil tussen ‘lekker’ en ‘geweldig’.

Het dagelijks consumeren van bijna drie ons rauwe groenten en vers fruit vermindert de kans op een beroerte met ruim een derde, zo is onlangs aangetoond door de Universiteit Wageningen. Daarom aten we hier deze hele week rauw.

Geen straf, wat mij betreft. Ik vind veel groenten in rauwe vorm zelfs lekkerder dan gaar. Bloemkool bijvoorbeeld, wordt al snel weeïg als je hem kookt. Geroosterd in de oven met een mengsel van olijfolie, komijn en chilipeper, of met Indiase massala gaat het al stukken beter. Maar telkens wanneer ik bloemkool op het menu heb staan, heb ik voordat hij de pan in gaat al minstens een derde opgesnoept, zo uit het vuistje.
Rauwe bloemkool heeft een heel andere, pittiger smaak dan gare bloemkool, en bovendien een prettige bite. Ik hoef je vast niet te vertellen dat kleine roosjes rauwe bloemkool heel geschikt zijn om te dopen in kaasfondue, in allerhande sausjes of gewoon in olijfolie met een paar vlokjes zeezout. Maar wist je dat je bloemkool ook grof kunt malen, hakken of raspen en dan verwerken in een salade?

lees verder

De Ronde van Spanje is een mooie aanleiding de Spaanse keuken eens te verkennen. Terwijl de koers vandaag van Tarragona naar Vinaròs gaat, fietsen wij alvast door naar het zuiden: Andalucia.
De keuken van Andalusië is gevormd door de enorme diversiteit van het landschap en klimaat, maar ook sterk beïnvloed door de Moren die er gedurende achthonderd jaar de dienst uit maakten. In mijn herinnering ruikt het op alle Andalusische pleinen naar amandel- en sinaasappelbloesem, maar ik ben er dan ook alleen maar tijdens het voorjaar geweest.
Behalve fruit worden er ook veel olijven verbouwd, waaronder een ras genaamd Hojiblanca. Hojiblanca-olijven geven een verfijnde olie met een sterk parfum, heerlijk om bijvoorbeeld een eenvoudige salade van plakjes sinaasappel met olijven mee te besprenkelen. (De liefhebber gebruikt ook nog een drupje oranjebloesemwater.) Lenie schreef afgelopen maandag op het kookblog over deze olie  – volgens haar de beste olijfolie van Spanje – dat hij te koop is bij Xenos.
Zo warm als in Zuid-Spanje is het hier niet, maar rondom een vuurtje is het nog prima buiten zitten. Laten we daarom vanavond nog wat nazomeren met pinchos morunos, Moorse spiesjes met de warme smaak van specerijen, knoflook en sherry.

lees verder

Halloumi is een Cypriotisch kaasje, meestal gemaakt van een mengsel van schapen- geiten- en koemelk. Vacuüm verpakt te koop bij goedgesorteerde kaasboeren en bij Turkse en Marokkaanse winkels. Tahin is een pasta van sesamzaad, in dezelfde winkels en bij natuurvoedingswinkels te koop.

Voor 4 personen:

  • 1 klein bloemkooltje, in roosjes
  • 5 eetlepels olijfolie
  • 2 theelepels gemalen komijn
  • 200 g kerstomaatjes
  • 200 g halloumi, in dobbelstenen
  • 1 1⁄2 eetlepel tahin
  • 1 teentje knoflook, fijngehakt
  • sap van 1 citroen
  • 1 blik kikkererwten (400 g)
  • 2 handjes verse kruiden als bladpeterselie, koriander, munt, basilicum

Verwarm de oven op 200 graden. Meng 3 eetlepels olie in een grote kom met de komijn en 1 theelepel zout. Schep er de bloemkoolroosjes, kerstomaatjes en halloumi door. Spreid de bloemkoolroosjes uit over de bakplaat en schuif 10 minuten in de oven. Leg er de kerstomaatjes en dobbelstenen kaas tussen en laat nog ongeveer 5 minuten bakken, tot de kaas begint te smelten. Laat afkoelen tot lauwwarm.

Klop een dressing van de tahin, knoflook, citroensap en de rest van de olijfolie. Maak op smaak met zout en peper en verdun het sausje zo nodig met wat water. Spoel de kikkererwten af onder koud stromend water en laat uitlekken. Maak een salade van de kikkererwten, de kruiden, de lauwwarme bloemkool, tomaatjes en kaas en meng er de dressing door. Serveer direct.

We kookten vier gerechten uit Arabia deze week, een kookboek van Merijn Tol en Nadia Zerouali. Ik zou je er het liefst nog minstens tien geven. De gerstesoep met arganolie en anijszaad, de Syrische koffie met rozen, alle Tunesische groentesalades, de tajines met lamsvlees en gekonfijte sinaasappel; allemaal recepten die uitnodigen tot een bezoek aan de Turkse groenteboer-slash-minisupermarkt of aan de Marokkaanse slager-die-behalve-vlees-eigenlijk-alles-verkoopt.

Maar de week is om. Daarom rest ons nog slechts één laatste gerecht: kibbeh. Kibbeh wordt in veel landen in het Midden-Oosten gegeten. Het kan de vorm hebben van een taart of van ovalen balletjes. In beide gevallen gaat het om een vulling van gehakt, in een deeg waarin eveneens gehakt verwerkt is. Onderstaand recept komt uit Libanon en bevat, behalve lams- en kalfsgehakt ook pistachenootjes. Het is een kibbeh in taartvorm, en als hoofdgerecht, met een salade en brood erbij, voldoende voor 6 personen.

lees verder

Slimane is een scheepstimmerman van Tunesisch-Algerijnse afkomst. Hij leeft gescheiden van zijn vrouw en kinderen in een pension in de haven van Sète, Zuid-Frankrijk. Vlak voor zijn pensioen wordt hij ontslagen. Van zijn ontslagpremie koopt hij een aftandse viskotter. Doel: de boot verbouwen tot een Noord-Afrikaans specialiteitenrestaurant, met zijn ex-vrouw als kokkin. Hij knapt de boot op, geholpen door Rym, de dochter van zijn minnares. Teneinde de benodigde vergunningen los te weken, nodigt hij de lokale ambtenarij uit om couscous met vis te komen eten. Het moet een overtuigend feest worden, maar er gaat van alles mis. Dan staat Rym op en probeert de avond te redden door de gasten te betoveren met een gloedvolle buikdans.

lees verder

Wie wel eens in Andalusië of Sicilië is geweest, heeft zelf kunnen proeven hoe Arabisch sommige gerechten daar aandoen. Het gebruik van amandelen, saffraan, kikkererwten, rozijnen, abrikozen, honing, allemaal verwijzingen naar de Moren die er ooit de dienst uitmaakten.

Over deze invloed van de Arabische op de Europese keuken, heeft Jacques Meerman een intrigerend boek geschreven: 1001 koks (Uitgeverij Mets & Schilt). En als we Meerman moeten geloven, gaat die invloed nog veel verder dan de onderste regionen van Zuid-Europa.

lees verder