Je hebt gegeten en gedronken in een Italiaans buurtpizzeria. Je hebt betaald, maar net wanneer je op wilt stappen komt de baas aanzetten met een vijfliterfles fluorescerend geel vocht. Terwijl jij iets sputtert over aan je tax en morgen weer vroeg dag enzo, schenkt hij de glazen vol en dwingt je met al zijn Italiaanse charme tot een ad fundum.
Limoncello. Je houdt ervan, of je haat het, maar van iets er tussenin heb ik nog nooit gehoord. Zelf bevond ik mij jaren in het haatkamp. Niet alleen verlaat ik een restaurant graag met het bloedalcoholpercentage dat ik zelf heb uitgekozen, limoncello in reuzenflessen is zelden te zuipen. (‘Zelfgemaakt door mijn neef in Sorrento’, ammehoela, zelf voor een paar stuivers gekocht zul je bedoelen.)



