Berichten in de categorie Italiaans

De voormalige Beatle Paul McCartney heeft getekend voor de muzikale hoofdact tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen, volgend jaar in Londen. Dat is aardig van hem, want voor het geld hoeft hij het vast niet meer te doen: zijn vermogen wordt geschat op een miljard.

Calvinisten voegen daar dan vaak zuinigjes aan toe, dat je toch maar één maal per dag biefstuk kunt eten. Maar zelfs dat doet Paul McCartney niet, want hij is zo vegetarisch als een courgette. lees verder

 
 Je hebt gegeten en gedronken in een Italiaans buurtpizzeria. Je hebt betaald, maar net wanneer je op wilt stappen komt de baas aanzetten met een vijfliterfles fluorescerend geel vocht. Terwijl jij iets sputtert over aan je tax en morgen weer vroeg dag enzo, schenkt hij de glazen vol en dwingt je met al zijn Italiaanse charme tot een ad fundum.

Limoncello. Je houdt ervan, of je haat het, maar van iets er tussenin heb ik nog nooit gehoord. Zelf bevond ik mij jaren in het haatkamp. Niet alleen verlaat ik een restaurant graag met het bloedalcoholpercentage dat ik zelf heb uitgekozen, limoncello in reuzenflessen is zelden te zuipen. (‘Zelfgemaakt door mijn neef in Sorrento’, ammehoela, zelf voor een paar stuivers gekocht zul je bedoelen.)

lees verder

Tijdens een lange, warme, stoffige autorit door Marokko ontdekte ik eens hoe fantastisch koffie smaakt bij tomaat. Gewoon een slok gloeiendhete koffie en een hap uit een rijpe, sappige tomaat.

Natuurlijk speelt bij zo’n ontdekking de totaalervaring een niet te verwaarlozen rol – in dit geval het desolate Marokkaanse landschap, een hevig zwetende taxichauffeur en de zinderende namiddaglucht die door de open raampjes van zijn kreunende Mercedes naar binnen waaide. Ik had dorst, was plakkerig en vermoeid en ik sluit niet uit dat zelfs een kom zure geitenmelk me op dat moment nog goed zou hebben gesmaakt. En toch. Koffie en tomaat.
lees verder

Het was meer ambitie dan ervaring die me een jaar of wat geleden deed besluiten mijzelf te verenigen met een bonte verzameling jagers, zwammenzoekers, eierrapers, bessenplukkers en meer van dat soort Panoramix-achtige lieden. Het concept van vrije voedselvergaring appelleerde hevig aan mijn stiekeme, uiteraard hopeloos grootsteedse droom van een arcadisch leven als zuiver buitenmens.

Lang heeft mijn amourette met de Slow Food-werkgroep ‘Oogsten zonder zaaien’ dan ook niet geduurd. Toen ik na een jaar lidmaatschap nog geen enkel gaatje in mijn agenda had gevonden om een paddenstoelenplukdag, een berkensaptapdag of een ganzeneierenspeurdag bij te wonen, nam ik beschaamd afscheid van mijn woudlopende vrienden. Als buitenmens was ik mislukt.
lees verder

Het was weer tijd voor de visbeurs der visbeurzen: de European Seafood Exposition, editie 2011. De immense hallen van de Brusselse Expo in de schaduw van het Atomium waren afgelopen week bezet door Aziatische handelaren in diepgevroren kweekvis. Heel de beursvloer? Nee, een klein Hollands paviljoen bleef dapper weerstand bieden tegen de overmacht aan diepgevroren pangasius en tilapia.

Functionarissen van het Nederlands Visbureau, promotor van de nationale visserijbranche, maar ook de aanwezige vissers zelf waren het met elkaar eens: als je niet aan ‘waardevermeerdering’ van gevangen échte vis doet, leg je het af tegen het geweld van dat goedkope bulkspul.
lees verder

Deze week wil ik het graag hebben over Italië en ik begin dit stukje daarom maar gelijk met een bekentenis: Ik ben er nog nooit geweest. Een schande, want het schijnt dat in Italië de beste pasta’s en pizza’s ter wereld worden gemaakt.

In dat opzicht heb ik blijkbaar al heel wat gemist, want ik word namelijk erg gelukkig van ‘la cucina Italiana’ en van het echte werk heb ik dus nog niet eens mogen genieten. Gelukkig voor mij struikel je ook in de rest van de wereld over de ‘trattorias’ en ‘ristorantes’  en puilen bovendien de schappen in de supermarkten uit van het Italiaanse spul. Tel daar de enorme hoeveelheid Italiaanse kookboeken die er in omloop zijn bij op en zelfs de meest onervaren Italiëganger is in staat om tot in detail te beschrijven hoe een goede pizza of pasta smaakt. lees verder

Ik zoek graag tussen de afgedankte kookboeken in kringloopwinkels. Je komt er pareltjes tegen als ‘De nieuwe keuken met natuurlijke aroma’s’; een werkje over de geneugten van etherische oliën, waarin je gerechten tegenkomt als wortelsoep met gistvlokken en marjoleinolie. En een Libelle-kookboek genaamd ‘Eenvoudig koken in de herfst’, vol oranje-bruine jaren tachtig foto’s en recepten voor ananasvla en bananencrème.

Maar soms heb je ineens onwaarschijnlijke mazzel en zie je tussen alle ongein ineens een boek staan van Wina en Han Born genaamd ‘Pizza’. Een naslagwerk met 280 recepten, waarin ook de verre neven en nichten van de pizza, zoals chapati en blini, aan bod komen. Daar betaal je dan 1 euro voor en vervolgens zit je avondenlang likkebaardend te lezen. lees verder

Natuurlijk had ik de berichten wel gelezen over de vieze, bittere nasmaak die sommige pijnboompitten achter kunnen laten, maar ik had  die verhalen eerlijk  gezegd altijd afgedaan als gezeur en aanstellerij. Ik roosterde  regelmatig een lading pitten voor door de pesto Genovese (hopeloos passé, volgens de culi-trendwatchers , maar ik ben nu eenmaal niet zo hip) en ik had nooit last van die veelbesproken vieze nasmaak.
Welnu: hoogmoed komt voor den val, zoals wij allen weten, en een paar weken geleden kregen die ellendige pitten ook mij te pakken. Het gemene is: terwijl je ze eet denk je niet: ‘Bah, wat vies’. Pas een dag of twee later registreren je papillen ineens alleen nog maar bittere, metalige narigheid en smaakt niets, maar dan ook niets meer lekker. Zelfs mijn wijn liet ik staan. ‘Misschien krijg je griep’, zei echtgenoot. Maar ik wist wel beter: ik had het pijnboompittenvirus.

lees verder

Het Britse kookprogramma Ready Steady Cook verdwijnt tot mijn grote verdriet van de buis. Hoewel er hysterisch in werd geschreeuwd, gegrapt en gekookt, was ik er toch nogal dol op. Het was zo’n programma, waarin eigenlijk elke dag exact hetzelfde gebeurde. Dezelfde volgorde, dezelfde presentator, dezelfde grapjes. Zeer verslavend, zo’n strak format. En tegelijkertijd heel rustgevend.
lees verder

Het probleem is – zoals zo vaak – maatvoering. Want op zich is het natuurlijk leuk, koken met de seizoenen. En het gaat ook een beetje vanzelf. De zomer smeekt om bittere sla en in de lente dringen de zuiglammeren zich, geflankeerd door asperges, aan je op.
En de herfst, hmmmm, die heerlijke herfst. Die vraagt vooral om duistere, warme, smaken. En om langzaam, lekker langzaam. Als de oktoberstormen opsteken, gaan wij sudderen, stoven en stampen. En nog meer sudderen, weer stoven en doorstampen.
Tot-het-je-neus-uitkomt.
Niet dat het niet lekker is, maar het is niet bepaald tintelende kost, die potten vol dikke, verstrengelde smaken. En ook in de herfst zijn er gelegenheden waarbij je wel eens wat pzazz, zzing, kick-ass etcetera kunt gebruiken. Alles immers, is communicatie. Ook eten. Een coq-au-vin, dat zet je bijvoorbeeld een oude vriend voor die een goed gesprek verwacht. Stamppot aan je fietsvrienden na een stevig rondje polder. De sudderlappen zijn voor de huisgenoten die de hele middag al konden voorsnuiven.

lees verder