Het probleem is – zoals zo vaak – maatvoering. Want op zich is het natuurlijk leuk, koken met de seizoenen. En het gaat ook een beetje vanzelf. De zomer smeekt om bittere sla en in de lente dringen de zuiglammeren zich, geflankeerd door asperges, aan je op.
En de herfst, hmmmm, die heerlijke herfst. Die vraagt vooral om duistere, warme, smaken. En om langzaam, lekker langzaam. Als de oktoberstormen opsteken, gaan wij sudderen, stoven en stampen. En nog meer sudderen, weer stoven en doorstampen.
Tot-het-je-neus-uitkomt.
Niet dat het niet lekker is, maar het is niet bepaald tintelende kost, die potten vol dikke, verstrengelde smaken. En ook in de herfst zijn er gelegenheden waarbij je wel eens wat pzazz, zzing, kick-ass etcetera kunt gebruiken. Alles immers, is communicatie. Ook eten. Een coq-au-vin, dat zet je bijvoorbeeld een oude vriend voor die een goed gesprek verwacht. Stamppot aan je fietsvrienden na een stevig rondje polder. De sudderlappen zijn voor de huisgenoten die de hele middag al konden voorsnuiven.
lees verder›