Blijf toch alsjeblieft thuiskok. U dacht dat een kerstdiner voor acht personen stressen was? Wat te denken van een viergangendiner voor vijftig man. Ik was afgelopen zaterdag chef puree. Dat betekende in de praktijk dat ik binnen afzienbare tijd met de bolle kant van een soeplepel vijftien kilo aardappel-knolselderijpuree door een fijne zeef moest zien te krijgen.
Toen het voorgerecht werd uitgegeven was ik nog steeds maar halverwege. Dus moest ik nog harder duwen en nog sneller draaien. En de puree moest natuurlijk ook op tijd weer warm zijn. Er zat maar een ding op: au-bain marie verder werken. Nu ben ik niet zo’n lange kok, dus stond ik boven mijn macht te passeren. Van de spierpijn kreeg ik de volgende twee dagen mijn rechterarm niet hoger dan mijn schouder getild. Wat een vak.
lees verder›
Berichten in de categorie Lunch
De voorstelling waarin ik momenteel speel (Augustus, Oklahoma) begint al om zeven uur. Dat betekent dat er vanaf half zes wordt geschminkt en – dus – om klokslag 5 uur wordt gegeten. Niemand heeft dan nog erg veel trek, iedereen zit lusteloos wat in zijn salade te prikken of met de pasta te spelen. Rampzalig gevolg: tijdens de tweede pauze, als we nog een heel bedrijf te gaan hebben, worden we allemaal bevangen door de gillende geeuwhonger.
Dan begint het grote snaaifestijn. Op de gang bij de kleedkamers staat een tafel waarop elke avond iets eetbaars wordt neergezet, zodat iedereen die even ‘af’ is snel wat in zijn mond kan stoppen. Het begon – een paar weken geleden – met een simpel zakje chips. Maar ja, die is natuurlijk snel leeg, als je er met z’n dertienen in gaat staan graaien. lees verder›
‘Ei, ei, ei, en we zijn zo blij’ zingen we als we wat te vieren hebben. Terecht! Want zonder ei geen cake. En wat is een feest zonder cake? Des te belachelijker dat we met Pasen, dé feestdag waarbij het ei centraal staat, een ei degraderen tot geen ei en pas genoegen nemen met drie.
Wat moeten we zonder het ei, met al haar magische eigenschappen. Je kunt lucht vangen met het wit, en vet met het struif. Het doet gerechten tot ver boven de randen rijzen en houdt burgers en ballen bij elkaar.
Alleen op zichzelf al heeft het ei zo veel gedaantes: romig wit van buiten en diep geel van binnen, gekookt in de schaal, hard of zacht; of plat gebakken in de pan met de glanzende dooier als trofee er midden bovenop. Wat dacht je van geklutst tot een fluweel oranje omelet of een romig roerei. Of chique gepocheerd. Prachtig zoals het ei als een witte wolk uitwaaiert in het water en rondom de zwevende zachte dooier stolt.
Oh, ei.
lees verder›
Omdat ik volgende maand jarig ben, was ik deze week al druk op zoek naar een taartrecept om enorm veel indruk te maken op mijn familie en vrienden. Het plan was oorspronkelijk ook om het daarom in dit stukje over taart en icing en kaarsjes enzovoorts te hebben. Maar toen ik de taartliteratuur en boeken over de perfecte mierzoete prinsessen-cupcakes er op nasloeg, stuitte ik geheel per ongeluk op het fenomeen hartige muffins.
Ik kon er natuurlijk voor kiezen om stug verder te zoeken naar briljante verjaardagstaarten, maar ik schuif dingen vaker op de lange baan, dus dat fantastische recept houden jullie nog van mij te goed. Nu ga ik het even over muffins hebben. In mijn beleving horen deze kleine cakejes zoet te zijn en versierd met bosbossen en stukjes witte chocolade, maar met deze recente ontdekking ging er voor mij een nieuwe wereld open. lees verder›
Waarschijnlijk leest u dit stukje terwijl u de eerste maaltijd van de dag aan het nuttigen bent. Grote kans dat u dit doet aan de eettafel met een boterhammetje smeerworst en een beker melk. Of misschien dat u meer bent van het koppensnellen terwijl u op volle snelheid een bruine met kaas aan het aanrecht naar binnen werkt. Of wie weet hebben we in uw geval te maken met iemand die zijn ochtendrituelen voor de treinreis bewaart en onder het genot van een kopje koffie to-go onze pennenvruchten doorneemt. lees verder›
Vergelijk eens een kipkerrie-salade of een mayonaise uit een Nederlandse supermarkt met die uit een Belgische. Ze zijn hier altijd zoeter. Pizza Hawaï, zoetzure kip bij de Chinees, Nederlanders houden van zoet.
Niets mis mee, in principe. Maar er is één fantastische zoetmaker die men consequent links laat liggen: maple syrup. Ahorn- of suikeresdoornsiroop, in goed Nederlands. En dat is zo zonde. lees verder›
Ik leid een dubbelleven. Een paar dagen per week zit ik thuis met mijn laptop, op blote voeten of met dikke sokken aan, al naar gelang het jaargetijde. De rest van de week bedenk ik ‘s ochtends welke leuke laarzen ik zal aantrekken, om een uur later ‘hoe was jouw weekend?’ gesprekken te voeren bij het koffieapparaat.
Alles heeft voor- en nadelen, maar thuiswerken heeft voor mij toch één onovertrefbaar pluspunt: wie kantoor houdt in de keuken, kan haar hele werkdag rondom eten programmeren. Beginnen met echte, lang gekookte havermout als ontbijt, dan de sudderlappen voor het avondeten vast opzetten, en halverwege de dag een luie, warme lunch. Niemand die controleert of je wel productief genoeg bent, dus vooruit, we kijken ter ontspanning ook nog even de vólgende Tell Sell commercial.
Wat fijn! Het wordt warmer en zonniger. Nog bepaald geen hittegolf, maar er kan tenminste weer geluncht worden in de tuin. Omdat ik hier toch bezig ben met een serie over de Griekse keuken, vandaag een recept voor choriatiki, een salade die gemaakt lijkt voor zomerse dagen. (Sterker: ik zou nooit of te nimmer choriatiki eten op een koude, bewolkte dag.)
Er wordt nog wel eens laatdunkend over gesproken, maar een Griekse salade verdient heus het nodige respect. Mits bereid van met zorg gekozen ingrediënten, is er niets sleets aan. Doe je ogen eens dicht en denk aan de knapperige frisheid van komkommer, de prikkelende smaak van groene paprika’s, het zoete sap van rijpe tomaten, pittige rauwe ui, vlezige olijven. Daarbovenop het zoute, het mildzure en het romige van schapenfeta. En dat alles gul overgoten met romige olijfolie. Niks om nuffig over te doen, toch?
Bij een tripje naar een Zuid-Europese stad hoort een bezoekje aan de plaatselijke versmarkt. En dus slenterden De Hongerige Man en ik gisteren tussen de varkenskoppen, de Jabugohammen, de artisjokken, de slakken, de kreeften en de kazen op de Valenciaanse Mercado Central.
De Mercado stamt uit 1912 en volgens onze reisgids is het de grootste overdekte markthal van Europa. Wat zou ik graag wat van die slakken mee naar huis nemen (ik wist niet eens dat er zoveel soorten bestonden), een zak vol pimentos padron (groene pepertjes die je gefrituurd en gezouten als tapa eet) en vooral een paar bossen wilde asperges (die je in Nederland slechts heel zelden tegenkomt). Maar helaas, we hebben maar één koffer mee naar Valencia, en die zat op de heenweg al zo goed als vol. lees verder›
Op een balkonnetje kan het. In een piepkleine tuin kan het. Moestuinieren. Zelfs als je géén tuin en géén groene vingers hebt en lui van aard bent, kun je prima je eigen groente kweken. Dat schrijven Marian Flint, Claudette Halkes en Annemarieke Piers in het voorwoord van hun boek Zelfgeoogst (uitgeverij Snor).
Kijk, dat geeft de luie, groenevingerloze stadstuinbezitter moed. Wie droomt er nu niet over worteltjes uit eigen tuin, en tere jonge sla, en aardappeltjes die onder de modder zitten en een bedje met bietjes en een met radijs. Ik wel in ieder geval, al zou je het aan die 60 vierkante meter woestenij achter mijn huis niet zeggen. lees verder›



