Berichten in de categorie Saus

Ik ben weer even hulpkok, voornamelijk voor de lol. Twee dagen per week, voor de komende zes weken in mijn favoriete eetcafé annex stamkroeg ergens in Amsterdam. Het is niet mijn eerste baantje in de keuken, maar het was wel lang geleden.
Als de gasten eenmaal aan tafel zitten, is het slaatjes en toetjes rammen. En een hoop afwas. Maar de kok heeft een echte koksopleiding gehad dus vraag ik me suf tijdens het voorspoelen. Nu geeft hij nog graag antwoord. We hebben pas twee keer samen gewerkt.
Maar het leukste deel van de dienst zijn die twee uurtjes voordat we open gaan: de mise en place. Daar leer je het meest.  Het fijne van zo’n eetcafé is dat het eten er in een redelijk hoog tempo doorheen gaat. Dus als je de ene keer een lading tuiles maakt voor bij de koffie, kun je drie dagen later weer een ander koekje uitproberen. Als de koektrommel thuis om de drie dagen leeg moet omdat je eens wat verschillende koekjes wil maken, staan daar een hoop rondjes hardlopen tegenover.
lees verder

De verscheiden Britse televisiekok en dorstig type Keith Floyd was erg enthousiast over koken met wijn. Heel soms zelfs, zei hij, doe ik wijn in het eten zelf. Floyd’s vond wijn als ingrediënt maar een omweg.
Daarin stond hij niet alleen. Zijn visie doet denken aan die van een Utrechtse medestudent die de biermagnaat Freddie Heineken ooit per nette brief het advies gaf om het stadium van fusten, flessen en blikjes maar over te slaan. In plaats daarvan zou de opperbrouwer het bier beter direct in de studenten kunnen bottelen – hij kreeg nog een briefje terug trouwens, dat hij zich na zijn afstuderen maar in Zoetermeer bij de marketingafdeling moest melden.
lees verder

Afgelopen weekend bezocht ik een culinair evenement in Alphen aan den Rijn. Ik was daar niet alleen omdat ik zelf van lekker eten houd, maar ook voor mijn werk als verslaggever bij de lokale krant van Alphen. Nu vind ik het moeilijk te zeggen of ik daar liever in mijn vrije tijd of voor mijn werk naartoe ga.
In je eigen tijd kun je op een dergelijk festivalletje lekker uitgebreid dineren onder het genot van een wijntje, geniet je van muziek van dat ene leuke bandje en wie weet maak je nog wel een dansje. Ondertussen kun je urenlang bijpraten met het gezelschap dat je hebt meegenomen en is het allemaal leuk, lekker, sociaal en heel gezellig.  Aan de andere kant word je als verslaggever als een koningin ontvangen.
Tijdens interviewtjes bij de verschillende restaurantjes werd ik volgepropt met heel veel eten. Na de vraag, ‘Wat is het lekkerste gerecht op uw kaart’, kwam elke chefkok binnen vijf minuten met het bewuste hapje op de proppen. Of ik niet even wilde proeven, en of ik er niet een lekker drankje bij wilde drinken. ‘Mjum’, zei ik dan na een paar happen, terwijl ik over mijn buik wreef en mijn handen langs mijn wangen zwaaide.
Toen ik die middag aantekeningen maakte en chefkoks het vuur na aan de schenen legde, kon ik tussen het proeven door ook even aanschuiven bij een cursus barbecuen. Ik viel binnen terwijl de cursisten druk bezig waren met het maken van een barbecuesaus. Deze roze saus, gemaakt van tomaten en olie en pijnboompitten is binnen no-time klaar en doet het goed bij visgerechten.
Zoals bij onderstaande garnalenprikkers bijvoorbeeld.

  • 15 grote garnalen
  • handje pijnboompitten
  • twee romatomaten
  • 2 el fijngehakte peterselie
  • 2 tenen knoflook
  • snuf pittige paprikapoeder
  • citroen olijfolie
  • goede azijn
  • versgemalen peper en zout
  • lange satéprikkers

 

Maak allereerst een marinade voor de garnalen. Doe dit door een scheutje olijfolie, de peterselie, fijngehakte knoflook en peper en zout met elkaar te mengen. Leg de garnalen in het mengsel en zet een uurtje apart om te marineren.
Laat de garnalen vervolgens goed uitlekken en prik per drie op een satéprikker. Rooster ze op de barbecue, knijp er een half citroentje boven uit en serveer met het sausje.
Voor de saus rooster je de pijnboompitten in een droge koekenpan. Maal ze fijn met een vijzel. Snijd de tomaten klein en voeg toe aan het pittenmengsel. Blijf malen en doe er een snufje paprikapoeder, een scheutje azijn en een flinke hoeveelheid olijfolie bij.
Meng alles goed door elkaar en breng op smaak met peper en zout en wat citroensap. De saus mag lekker dun zijn. Proef tussendoor en voeg eventueel meer peper en zout toe.

De Britse reisjournalist Pete McCarthy had een Eerste Reiswet: ‘Koop bij aankomst eerst een lokale krant en ga dan een kroeg in.’ Een werkbare wet. Hij biedt een anker wanneer je net dat mondiaal inwisselbare luchthaveninterieur hebt verlaten en bent geïnstalleerd op een al even universeel ingerichte hotelkamer. Ik heb ook een Eerste Reiswet: ‘Vraag bij aankomst waar de vismarkt is’ – en koop dán een lokale krant, enzovoorts.

Het vooruitzicht van een koel betegelde hal met vissen, kwikzilver, nog nat van zeewater, niet die doffe loodkleur die de vitrinedieren bij de detaillisten hier ontsiert, werkt onmiskenbaar rustgevend. Misschien zijn er weer exotische soorten onder, plastic kratten met krabben, houten kisten met schelpen, gapende muilen van zeeduivels, garnalen in alle schakeringen oranje. Geen idee waarom dat kalmerend is, misschien is het een afwijking, maar dan ken ik veel meer patiënten.

lees verder

Je kunt het gerust een stinkkaas noemen: Maroilles. Deze koemelkse kaas met gewassen schimmelkorst wordt al sinds de zevende eeuw gemaakt in de Thiérarche en is berucht om zijn penetrante aroma. Naar verluid is hij zo sterk omdat de Noord-Franse mijnwerkers, door een leven lang werken onder stoffige omstandigheden, veel van hun reuk- en smaakzin verloren hadden.

In de komedie Bienvenue chez les Ch’tis speelt Maroilles een klein, maar veelzeggend rolletje. De film gaat over Philippe, een Zuid-Franse chef van de posterijen die tegen zijn zin wordt overgeplaatst naar het noorden, een streek waarover bij veel Fransen hardnekkige vooroordelen bestaan – het is er koud, de bewoners zijn dom, ze houden er weerzinwekkende eetgewoonten op na, en spreken een onverstaanbaar Frans vol rare ch-klanken.
lees verder

Laatst werd ik gevraagd om op een thema-avond iets te komen vertellen over de combinatie muziek en eten. Er zijn natuurlijk talloze leuke anekdotes te bedenken over muzikanten en eten. Zo zou je op de opname van het nummer ‘Vegetables’ van de Beach Boys kunnen horen hoe Paul McCartney een stengel selderij wegknaagt.

Ook een mooi verhaal is dat de rockband Van Halen in 1982 bij elk optreden een schaal M&M’s eiste in de kleedkamer. Maar, daar moesten wel alle bruine M&M’s tussen uitgehaald zijn. Gewoon omdat ze het konden maken.
lees verder

‘Goedemorgen slager, ik kom zo bij u een speenvarken ophalen. Ik vroeg me af, heeft u daar dan een tasje bij?’
Daar hing ze, veertien kilo schoon aan de haak. Ze was het mooiste speenvarken dat ik ooit had gezien  en ze was helemaal van mij. Maar, hoe kreeg ik haar mee? Niet onder de arm of vrolijk achterop de fiets, zo veel was duidelijk.
Thuis in de oven zou ze sowieso niet passen. Gelukkig had een bevriende chef met veel bravoure de professionele oven in de keuken van het restaurant waar hij werkt ter beschikking gesteld (of hij ooit verwacht had dat ik ook echt met zo’n beest aan zou komen zetten, is een tweede). Mijn rolmaat vertelde me dat ze helaas ook niet geheel in die oven zou gaan. Dus moest ze in stukken. Dat deed de slager met een ouderwetse handzaag. Kop eraf, pootjes en de hammen. En zo ging ze, in een vuilniszak, op de achterbank.
lees verder

Het was meer ambitie dan ervaring die me een jaar of wat geleden deed besluiten mijzelf te verenigen met een bonte verzameling jagers, zwammenzoekers, eierrapers, bessenplukkers en meer van dat soort Panoramix-achtige lieden. Het concept van vrije voedselvergaring appelleerde hevig aan mijn stiekeme, uiteraard hopeloos grootsteedse droom van een arcadisch leven als zuiver buitenmens.

Lang heeft mijn amourette met de Slow Food-werkgroep ‘Oogsten zonder zaaien’ dan ook niet geduurd. Toen ik na een jaar lidmaatschap nog geen enkel gaatje in mijn agenda had gevonden om een paddenstoelenplukdag, een berkensaptapdag of een ganzeneierenspeurdag bij te wonen, nam ik beschaamd afscheid van mijn woudlopende vrienden. Als buitenmens was ik mislukt.
lees verder

Zoals iedereen fantaseer ik er wel eens  over om een totaal ander leven te beginnen. Om mezelf ergens ver weg helemaal opnieuw uit te vinden. Programma’s als Ik vertrek of Het roer om, waarin mensen huis, haard en huilende ouders in de steek laten, om in een onooglijk gat te gaan wonen waar het altijd mist en iedereen boos kijkt, kijk ik dan ook trouw.

Heel graag zou ik een keer een reportage zien over Anja en Jan Jacob Baak. Zij vertrokken in 2000 naar het hart van Schotland om aldaar een landgoed te beheren. Jan Jacob hield onder andere toezicht op de hertenpopulatie op het terrein. Van het een kwam het ander en inmiddels heeft het echtpaar een bedrijf genaamd Great Glen Game en maken ze van lokaal hertenvlees – in Schotland moeten  elk jaar zo’n 50.000 herten worden afgeschoten om de wildstand op peil te houden –  peperoni, salami, chorizo en bresaola.  lees verder

Het was weer tijd voor de visbeurs der visbeurzen: de European Seafood Exposition, editie 2011. De immense hallen van de Brusselse Expo in de schaduw van het Atomium waren afgelopen week bezet door Aziatische handelaren in diepgevroren kweekvis. Heel de beursvloer? Nee, een klein Hollands paviljoen bleef dapper weerstand bieden tegen de overmacht aan diepgevroren pangasius en tilapia.

Functionarissen van het Nederlands Visbureau, promotor van de nationale visserijbranche, maar ook de aanwezige vissers zelf waren het met elkaar eens: als je niet aan ‘waardevermeerdering’ van gevangen échte vis doet, leg je het af tegen het geweld van dat goedkope bulkspul.
lees verder