‘Goedemorgen slager, ik kom zo bij u een speenvarken ophalen. Ik vroeg me af, heeft u daar dan een tasje bij?’
Daar hing ze, veertien kilo schoon aan de haak. Ze was het mooiste speenvarken dat ik ooit had gezien en ze was helemaal van mij. Maar, hoe kreeg ik haar mee? Niet onder de arm of vrolijk achterop de fiets, zo veel was duidelijk.
Thuis in de oven zou ze sowieso niet passen. Gelukkig had een bevriende chef met veel bravoure de professionele oven in de keuken van het restaurant waar hij werkt ter beschikking gesteld (of hij ooit verwacht had dat ik ook echt met zo’n beest aan zou komen zetten, is een tweede). Mijn rolmaat vertelde me dat ze helaas ook niet geheel in die oven zou gaan. Dus moest ze in stukken. Dat deed de slager met een ouderwetse handzaag. Kop eraf, pootjes en de hammen. En zo ging ze, in een vuilniszak, op de achterbank.
lees verder›
Berichten in de categorie Slow food
Ik ben bepaald geen held in de keuken. Sommige gerechten maak ik nooit, enkel en alleen omdat er één klein dingetje in het recept staat dat me angst aanjaagt. Bij het woord gelatine bijvoorbeeld, sla ik direct de bladzijde om. Ik weet wel dat het niet werkelijk ingewikkeld is – gewoon een beetje gedoe en geknijp in rare, glibberige velletjes – en toch durf ik het niet aan. Blind bakken; ook zoiets intimiderends. Waarschijnlijk lukt het me heus wel, als ik me er een keertje toe weet te zetten. Maar als ik het in een recept zie staan, denk ik toch: ik zoek nog even verder.
Tegen het maken van een risotto heb ik me ook jarenlang verzet. Als er gesproken werd over de bereiding van dit gerecht begon iedereen namelijk heel streng te kijken en volgden er steevast gruwelverhalen over te gaar of te hard of hélémáál aangebrand. Laat maar zitten, dacht ik dan altijd; ik maak wel wat anders. lees verder›
Vandaag het tweede deel van een recept voor pastel de frango, Braziliaanse pasteitjes met kip. Gisteren stond op deze plek een recept voor het deeg. Hieronder een recept voor de vulling en hoe de pasteitjes te bakken. Ze laten zich overigens heel goed ongebakken invriezen. Ideaal voor een feestje.
Voor ongeveer 18 pasteitjes:
- olijfolie
- 1 ui, gesnipperd
- 2 teentjes knoflook, fijngesneden
- 3 kippenbouten
- 1 laurierblad
- 50 gram boter (of margarine)
- 3 afgestreken eetlepels bloem
- 100 gram maïs uit blik, uitgelekt
- een handje platte peterselie, fijngehakt
- sap van ½ – 1 limoen
- tabasco of andere pepersaus
- 2 eidooiers lees verder›
Een interessant blogje op Bright.nl. De Brit James Reynolds ontwierp een slim verpakkingsconcept en kassabon waarmee je in één oogopslag kunt zien waar producten vandaan komen.
Hoewel ik ’s zomers best af en toe een bordje risotto lust – met verse doperwten erin, groene asperges of, zoals laatst, gegrilde kerstomaatjes –, begint met de herfst voor mij het ware risottoseizoen. Waarom? Omdat twintig minuten in een pan roeren aangenamer is naarmate de regen harder tegen het keukenraam tikt. Omdat zo’n warme, geurige rijstebrij in je buik helpt tegen dreigende najaarsmelancholie. Maar vooral omdat risotto zich zo fijn leent voor typische herfstproducten als paddestoelen, pompoen, kastanjes en, zoals in onderstaand recept, radicchio.
Osteria’s zijn Italiaanse eetgelegenheden waar nog traditioneel wordt gekookt. Helaas zijn er steeds minder osteria’s en dreigen de gerechten die er geserveerd worden in de vergetelheid te raken. Slow Food heeft daarom een aantal boeken uitgegeven met recepten uit deze restaurants. Drie boeken zijn tot nu toe in het Nederlands verschenen. Eentje met visrecepten, eentje met groenterecepten en een algemeen boek, Recepten van Italiaanse osteria’s, waaruit we deze week elke dag iets koken.
Op onze giro d’Italia zakken we vanuit Umbrië af naar Campanië. ‘Minestra maritata’ kwam tot het einde van de achttiende eeuw zowel bij de gegoede burgerij als bij de gewone man op tafel. Daarna ging de voedzame groentesoep lange tijd door voor volks. De laatste tijd is hij terug op de kaart van betere restaurants, zoals Trattoria Di Pietro in Melito Irpino.
Ter gelegenheid van de gastronomische Slow Food-beurs, die afgelopen weekeinde werd gehouden in Turijn, koken we deze week slow. Dat wil zeggen, met aandacht voor ambachtelijk geproduceerde ingrediënten en traditionele bereidingswijzen. En omdat we niet alleen slow, maar ook Italiaans koken, hoort daar het liefst ook zelfgemaakte pasta bij.
Vandaag maken we uit het boek Recepten van Italiaanse Osteria’s: papardelle con sugo di cinghiale. Het recept komt uit Ristorante Rifugio San Gaspare in Giano dell’Umbria. Papardelle is een specialiteit uit Toscane die ook in Umbrië vaak op tafel komt. Hij wordt traditioneel gecombineerd met dikke vleessauzen, die goed blijven ‘hangen’ aan de brede linten.
En, hoe waren de gevulde savooienkoolrolletjes gisteren? Je hebt ze toch wel langzaam opgegeten, hè? Eerst even aan geroken, toen voorzichtig geproefd en vervolgens rustig gekauwd. Je hebt ze toch niet haastig weggespoeld met die mooie Barbera? Het was tenslotte slow food, langzaam eten, nietwaar?
Het woord ‘slow’ en de slak die de Slow Food-organisatie als logo gebruikt zouden je bijna doen denken dat dat het doel is. Langzaam koken en langzaam eten. Voedsel voor slome duikelaars. Maar wie voorbij naam en logo kijkt, merkt al snel dat dat niet de essentie is. Slow staat niet voor langzaam, slow staat voor aandacht. Voor met aandacht geproduceerd, bereid en geconsumeerd voedsel. Net waaraan het tegenwoordig vaak ontbreekt dus, en precies waaraan we zo’n behoefte hebben.
Vandaag is de laatste dag van de Salone del Gusto in Turijn, de internationale gastronomische beurs die tweejaarlijks wordt georganiseerd door Slow Food. Over de Salone kun je meer lezen in mijn verslag en dat van Cuno op de pagina Eten. Op deze plaats gaan we voor de gelegenheid eens lekker slow koken. En wel uit het eerste officiële Slow Food-kookboek Recepten van Italiaanse Osteria’s. Het is een pil van een boek, in heel prettig Nederlands vertaald door Pietha de Voogd en uitgegeven door Mets en Schilt. Van de 550 gerechten uit de regionale keuken gaan we er vijf maken.
Marktplaats, handelscentrum, schoolreisbestemming, conferentieoord, de Salone del Gusto heeft vele gezichten. De grote Slow Food-beurs, die vanaf vorige week donderdag wordt gehouden in Turijn, maakt de stad even tot het epicentrum van de goede smaak. Een gastronomisch walhalla. Naar schatting zullen er vanavond, aan het einde van de vijfde en laatste beursdag, 150.000 bezoekers op de teller staan. Ze zijn naar de beurs gekomen om te ruiken, te voelen, te proeven. En te kopen. Want de Salone is bovenal een consumentenbeurs. Met hun trolleys, extra grote boodschappentassen op wieltjes, schuifelen ze door de kaasstraat, de worststraat, de bierstraat, de specerijenstraat, de olijfoliestraat. Ze houden onvermoeibaar stil bij de helft van misschien wel vijftig salami-standjes om te proeven. De salami’s smaken immers elk weer anders, naar venkel, naar rozemarijn, naar knoflook, al naar gelang de regio van herkomst van de producent.



