Berichten in de categorie Snoep

Snoep is net goud. Het is vanzelf al erg aantrekkelijk, maar wordt nog begerenswaardiger als je het omsmelt tot iets anders. Het meest omgesmolten snoepgoed is uiteraard chocolade. Je hoeft een in stukken gebroken reep chocola alleen maar zachtjes te verwarmen in een kom die je bovenop een pan met kokend water hebt gezet, en daarna kun je ermee doen wat je wilt.
Ongezouten pinda’s erdoor, kleine bergjes maken op een vel bakpapier, af laten koelen en je hebt pindarotsjes. Datzelfde kan met rozijnen en hazelnoten, maar ook met cornflakes of met cruesli. Of je doopt reepjes gekonfijt sinaasappel voor de helft in de gesmolten chocolade. Of een stukje noga op een stokje.
Met Snickers en Marsen, maar ook met After Eight, kun je trouwens een supersnelle dessertsaus maken. Snijd grote repen eerst in stukjes en laat ze daarna op een laag vuurtje smelten in slagroom. Roer tot je een mooie saus hebt en giet hem warm over vanille-ijs.

lees verder

Het zal wel een trendje uit de moleculaire keuken zijn: in restaurants worden steeds vaker marshmallows geserveerd. Niet zomaar van die gewone roze en witte suikerwatten, maar heuse culimarshmallows.
Zo proefde ik al een marshmallow van rozenwater, een marshmallow van tomaat, en, afgelopen zaterdag tijdens een experimenteel diner, een marshmallow van banaan met peterselie. Echt lekker vond ik die laatste niet, maar dat lag niet aan de banaan. Het kwam door de schilferige peterselie, die het marshmallow-mondgevoel verpestte.
Na afloop van het diner dronk ik bij het haardvuur een glas whisky met een Canadees die lyrisch begon te vertellen over de marshmallows uit zijn jeugd. Drijvend in een kop warme cacao, aan een stokje geroosterd bij een knetterend fikkie, en samen met een stuk chocolade tussen twee koekjes (de zogenaamde s’more, een beruchte Amerikaans/Canadese schoolkampversnapering). De man keek erbij alsof hij het liefst altijd tien jaar oud zou zijn gebleven.

lees verder

Vandaag begint de 55ste Kinderboekenweek. Het thema dit jaar is ‘Aan tafel – eten en snoepen in kinderboeken’. En daarom hebben wij het hier deze week over snoep. Snoepen is ongezond en slecht voor je tanden, maar ook heel erg lekker. En als je het nu gewoon maar één keer per dag doet, en liefst meteen daarna nog even je tanden poetst, kan volgens mij niemand erop tegen zijn.
Natuurlijk zijn er altijd wel een paar van die saaie grote mensen die vinden dat een ketting van bruine appelschijfjes ook telt als snoep. Of een prikkertje met een blokje kaas en een rozijntje. Of een mandarijn. Maar daar trappen wij niet in. Wij eisen suiker in ons snoep! Onversneden, pure, witte suiker die binnen een paar minuten je bloedsuikerspiegel omhoog doet schieten zodat je je lekker high voelt. Sugarhigh.

lees verder

Mijn kinderen hebben volmaakte gebitjes. Nou ja, bij de oudste staat de boel schots en scheef. Maar geen van beiden heeft ooit een gaatje gehad. En omdat wij een uiterst aardige tandars hebben, met een erg lieve assistente, gaan de jongens altijd huppelend mee naar de halfjaarlijkse controle.
Onbevreesd gaan ze op de grote tandartsstoel liggen, trekken hun bekkies wijd open en laten zich uitgebreid complimenteren met hun fantastische poetsprestaties. Vol trots nemen ze vervolgens hun beloning in ontvangst, een tubetje fluoridetandpasta en een handvol stickers van  grappige tandenmannetjes.

En dan is mama aan de beurt. Mama vindt de tandarts ook aardig en de assistente lief. Maar mama heeft een wat minder volmaakt gebitje en tamelijk slechte herinneringen aan die grote tandartsstoel. Mama is zelfs een keer flauw gevallen terwijl ze in die stoel lag en de aardige tandarts en zijn assistente in haar mond zaten te klooien met tangen en boren en tampons en heel veel rondspattend bloed.

lees verder

Behalve Pippi Langkous ken ik maar één kind dat niet van snoep houdt. Wat er ook wordt uitgedeeld, dit meisje schudt ongeïnteresseerd haar hoofd. Merkwaardig. Alle andere kinderen die ik ken zijn er namelijk net zo gek op als grote mensen op geld. Snoep is hun raison d’être.
Zodra je het s-woord laat vallen beginnen hun oogjes te glinsteren. Lego, stiften en nunchuk veranderen op slag in waardeloze bijzaken. Snoep! Nog voor je de p hebt uitgesproken zwermen ze om je heen, de mollige klauwtjes zwevend boven de schatkist, als grijparmen boven een bak vol goedkope horloges op de kermis. En dan begint het. Het gemarchandeer.
‘Hoeveel mogen we er?’ ‘Hoezo, hoeveel mogen we er? Eén natuurlijk.’ ‘Maar hij neemt een lolly en dat is veel meer dan een winegum.’ ‘Dan neem jij toch ook een lolly.’ ‘Nee, ik wil geen lolly. Ik wil drie winegums, want dat is net zoveel als een lolly.’ ‘Net zoveel wat?’ ‘Gewoon, net zoveel. Hoeveel mag ik er nou?’ ‘(Zucht)… Je mag twee winegums.’

lees verder

De bel. Acht keer op een septembermiddag. „Wil je hazelnoten kopen?” Een verfrommeld boterhammenzakje onder mijn neus, bijeengehouden door een smoezelig kinderknuistje en gevuld met twee dozijn hazelnoten van het formaat kaboutertheekopje. „Een euro maar.” „Nee dank je Stefanie, Wessel, Jim, Sebastiaan, Maurits, Chemee, Joep, Guusje, ik heb al drie kilo gratis gekregen van Tijn en Pep.”

Schattig hoor, die ieniemienie-jager-verzamelaar-mensjes. Pedagogisch gezien had ik er misschien zo’n antroposofisch altaar omheen moeten bouwen, met boombladeren in alle kleuren van het herfstpalet, eigenhandig gefröbelde poppetjes van vilt en schapenwol. Of ik had alle kinderen uit de straat kunnen uitnodigen om hazelnootkoekjes te komen bakken.

lees verder

‘Wat doe jij het allerliefst op de hele wereld, Poeh?’ ‘Het allerliefste’, zei Poeh en toen moest hij eerst eens even nadenken. Want al was Honing Eten iets vreselijks prettigs, er was toch een ogenblikje, vlak voor je begon, dat nog prettiger was, maar hij wist niet hoe dat heette. Aan deze Poeh-wijsheid (uit Het huis in het Poeh-hoekje) moet ik vaak denken wanneer ik oog in oog sta met een reep chocolade.

Zoals ik gisteren al schreef, eet ik iedere middag rond een uur of vier een stukje chocolade. Het is een ritueel dat zich nauwelijks laat onderscheiden van een fysieke behoefte. Om drie uur is er nog niets aan de hand, vanaf half vier begint voorzichtig het verlangen. Voordat – en nu komt het Poeh-moment – ik de chocola in mijn mond steek, ervaar ik een scala aan sensaties die minstens zo essentieel zijn voor de totale chocobeleving als het op de tong laten smelten zelf.

lees verder