Berichten in de categorie Soep

Ik woon in de Utrechtse wijk Lombok en dat is met recht een bijzondere buurt te noemen. Toen ik hier kwam wonen, keek ik mijn ogen uit. Opgegroeid in een redelijk nieuwe stad in het oosten van het land kwam de hectiek van deze wijk over alsof ik ergens in het Midden-Oosten over de markt liep.

Groente en fruit rollen over straat, mannen met indrukwekkende gewaden staan de hele dag in onverstaanbare taal en op luide toon met elkaar te babbelen, en de straten ruiken naar verse kruiden, kebab en uitlaatgassen. Het was even wennen, maar al snel ben ik van deze buurt gaan houden.
Hoewel mijn eerste ontmoeting met deze plek alweer vijf jaar geleden is, en ik het idee heb dat ik alles al een keer heb meegemaakt, kan mijn omgeving me nog steeds verbazen. lees verder

„Het waait, zand vliegt in de rondte, de zilte lucht wordt gevuld met het geluid van krijsende meeuwen en de zon staat hoog aan de hemel.”  In deze setting bevond ik me laatst toen ik een paar dagen op het strand logeerde. De grootouders van vriendin S. hebben namelijk een huisje aan zee en ze willen het soms wel een weekendje uitlenen aan S. en haar vriendinnen. Dus toen het een beetje mooi weer werd besloten wij om maar eens een bezoekje te brengen aan het strand.
Nu is het huisje van de meeste gemakken voorzien, maar heel luxe is het niet. Er zijn genoeg zachte bedden, een koelkast, een toilet en je zit helemaal uit de wind. Maar het stromende water is koud en bovendien niet bedoeld als drinkwater.
Er is wel een klein gasstelletje, maar uitgebreid koken behoort niet echt tot de mogelijkheden. We waren dus aangewezen op de strandtenten, barbecue, of iets simpels. We kozen voor dat laatste want de strandtent en de barbecue waren respectievelijk te prijzig om elke avond te doen en er was te veel zand en wind om fatsoenlijk buiten te eten.
lees verder

Opeens was Nederland verdeeld in mensen die nog wel komkommers durfden eten en mensen die er niet over peinsden zo’n groene jongen ook maar aan te raken. Behorend tot de eerste categorie kocht ik vorige week twee zwaar afgeprijsde komkommers op de Haagse biomarkt. De groentehandelaar keek me bij bestelling bewonderend aan. ‘Een avontuurlijke eter’, zag je hem denken.

Dat viel eigenlijk wel mee. Het ging om Hollandse komkommers, dus het was niet alsof ik een spelletje Spaans roulette speelde. Bovendien, wat moest ik mijn bloedjes van kinderen anders te eten geven? Zoals het Van der Valk-concern gebouwd is op een schaaltje appelmoes, zo komt er bij mij thuis slechts bij uitzondering géén komkommer op tafel.
lees verder

Het is vandaag precies een jaar geleden dat ik mijn afstudeeropdracht moest inleveren. Met gemengde gevoelens denk ik nog wel eens terug aan de tijd dat ik in mijn eerste jaar op kamers een uur bij de Aldi in de rij stond voor een pak vissticks die daar tien cent goedkoper waren dan bij Albert Heijn.

Gelukkig merkte ik binnen zeer korte tijd dat de term ‘arme student’ de meest creatieve grote-mensen-fabel is sinds de ontdekking van Sinterklaas en kon ik de rijen in de discountsupermarkt inruilen voor de ruime gangpaden bij de a-merken. Stonden mijn klasgenoten en ik daar na college bakken met geld uit te geven aan drank, vlees, luxe magnetronmaaltijden en voorgesneden salades en groenten. Want laten we eerlijk wezen, blut stond dan misschien niet in ons woordenboek, maar lui waren we wel. lees verder

Vraag: Wat is er Hollands aan de Hollandse tomatensoep van Unox? Antwoord: Niets. Of, nou ja, niets; alleen de basilicum komt van Nederlandse bodem. De rest van de ingrediënten – tomatenpuree, raapzaadolie, citroensapconcentraat, gistextract, specerijen – reist de halve wereld over om in het Brabantse Oss in een 500 liter-soepketel te worden gebrouwen tot een tomatensoep naar Pools recept.
Het is het soort Keuringsdienst-van-Waarde-achtige informatie waar ik dol op ben, en waar ‘Ons eten’, van Volkskrantjournalist Mac van Dinther en fotograaf Tony Leduc, vol mee staat. We wéten allemaal wel dat de voedingsindustrie ons vaak maar wat op de mouw speldt – denk aan het woord ‘ambachtelijk’, dat sinds haar succesvolle introductie op het product-etiket een geheel nieuwe betekenis kreeg – maar wat nu precies werkelijkheid is, en wat ontsproten aan het creatieve brein van de marketingafdeling, blijft meestal in het ongewisse.
lees verder

Toen ik aankondigde dat ik een paar weken in Thailand zou verblijven, leek het mijn omgeving een goed idee om mij vol te proppen met goedbedoelde adviezen en wijze raad.

Volgens vriendinnen kon ik het beste naar eiland zus en eiland zo, want daar waren de mooiste stranden. Via via hoorde ik dat ik op zoek moest naar dat ene kleine dorpje waar de toeristen nog niet in de meerderheid zijn. Mijn moeder drukte me op het hart niet met vreemden mee te gaan, en de vrouw die mijn vaccinaties in mijn arm spoot waarschuwde me om vooral niet in binnenlandse wateren te zwemmen en dat ik absoluut geen kraanwater mocht drinken. lees verder

‘Alles wat je ziet dank ik aan spaghetti”, antwoordde Sophia Loren eens op de vraag hoe ze toch aan haar prachtige figuur kwam. Zo’n uitspraak smeekt erom geparodieerd te worden. Welnu, alles wat je leest dank ik aan kippensoep. zonder kippensoep was dit stukje niet geschreven.

Toen ik een paar maanden geleden ziek werd, bracht vriend S me pannetjes van het spul, zo vol smaak en krachtig dat je er een dode mee tot leven had kunnen wekken. Eenmaal weer voorzichtig op de been, vlijde ik zelf de ene na de andere vette soepkip in een pan water, stookte er een vuurtje onder en beroofde hen van hun levenssappen, opdat ze mij zouden sterken. En sinds het nog iets beter gaat, neem ik minimaal eens per week de tram naar Chinatown om mij te laven aan Aziatische kippensoep in alle denkbare varianten.

Goede soep begint met goede bouillon. De allerheilzaamste, allerlekkerste kippenbouillon trek je van een gepensioneerde legkip of, zoals Surinamers zeggen: een harde kip. Zulke oude dames hebben dijen om u tegen te zeggen, een dito onderhuidse vetlaag en wegen al snel een kilo of 2 à 2,5.

lees verder

In koken kun je heel veel creativiteit kwijt en daarom is het zo’n hele leuke hobby. De ingrediënten zijn de verf en de pan is het doek. Te veel zout kan funest zijn voor je stoofschotel, net als te veel zwart dat kan zijn voor een houtskooltekening. Met een talent voor tekenen en schilderen wordt je meestal geboren, maar ik ben er van overtuigd dat iedereen die een beetje zijn best doet kan leren koken. Het is een kwestie van geduld en vooral veel proberen en experimenteren.

Toen ik op kamers ging vond ik het moeilijk om creatief te zijn in de keuken. Vooral aardappelen vond ik erg lastig. In mijn eerste week op mezelf kocht ik een grote zak piepers van vijf kilo, precies zoals mijn moeder altijd deed. Ik begon enthousiast met het maken van stamppot en gebakken aardappeltjes (iets anders kon ik nog niet bedenken), maar omdat vijf kilo wel erg veel was voor een meisje als ik, duurde het niet lang voor er schattige plantjes uit de aardappelen begonnen te groeien. lees verder

Je hebt vergeten groente, en dan heb je zielige groente. Die vergeten groente (pastinaken, aardpeer en schorseneren bijvoorbeeld) zijn allang niet meer zo obscuur als hun naam doet vermoeden. Chefs koken ermee, bladen schrijven erover en ik verwacht elk moment een vergeten-groente-starterspakket in de schappen van Albert Heijn. Nee, met de vergeten groenten komt het wel goed.
Het is de zielige groente die onze aandacht nodig heeft. De echte muurbloempjes die verguisd en veronachtzaamd achterblijven als jij met je rucola en radicchio de markt verlaat. Neem nou rettich (of daikon, of mooli, wat je maar de leukste naam vindt): een reusachtige albino winterpeen die je misschien het beste kent als het hoopje doorzichtige ‘spaghetti’ dat naast je sushi of sashimi geserveerd wordt. Rettich is familie van de radijs en smaakt ook een beetje radijs-achtig, maar dan zachter en zoeter, sappiger en knisperiger.

lees verder

In de herfst- en wintermaanden maak ik zeer regelmatig met vriendinnen een pompoensoep. Onze soepcyclus verloopt ongeveer als volgt: Begin oktober verklaren we onze liefde aan het gerecht en wordt het omgedoopt tot lievelingshapje.

Niemand is veilig voor onze soepguerrilla en alle vrienden, familie en huisgenoten moeten worden bekeerd tot pompoensoep-liefhebber. Zodra de zon weer begint te schijnen is de passie voorbij en houden we ons koest tot de herfst.

Over het algemeen denk ik dan tot eind september niet meer aan winterse kost, maar dat liep dit jaar anders toen ik deze zomer in Brazilië tegen een aantal pompoenen aanliep.  Het was op de beroemde markt van Belém, een stad aan de monding van de Amazonerivier. Een plek waar vissers elke ochtend voor dag en dauw hun verse vis verkopen. Waar toverdokters met een pilletje en een aai, tumoren en ander lichamelijk leed kunnen genezen. En waar de kippen levend tussen kramen door rennen om een culinaire dood voor te blijven.
lees verder