Berichten in de categorie Spaans

Drie biertjes, een bak nachos en een portie olijven bestellen in een Spaanse bar? Geen probleem. Toen ik nog op de middelbare school zat volgde ik vijf jaar lang het vak Spaans, en bovenstaande bestelling rolt er nog steeds vloeiend uit. Naast het uit ons hoofd leren van deze essentiële frases, moesten mijn klasgenoten en ik ook regelmatig boeken van Spaanstalige schrijvers lezen.

Ik was in die tijd behoorlijk gecharmeerd van de hongerig makende roman Como agua para chocolate of in het Nederlands, Rode rozen en tortillas, van Laura Esquivel. Dit liefdesverhaal draait grotendeels om eten en koken, en in het boek maken we kennis met Tita, een briljante kok met een bijzondere gave. Ze kan niet alleen fantastisch koken, maar ook haar gevoelens overbrengen via de gerechten die zij maakt, wat niet altijd goed afloopt. lees verder

Vrijwel iedereen associeert de Costa Brava, het noordelijke deel van de Spaanse westkust, met megadisco’s, Hollandse supermarkten en roodverbrande bierbuiken. Maar nog geen twintig kilometer van waldolala-oorden als  Lloret de Mar en Blanes is het wonderschoon en doodstil, constateerde ik vorige week tijdens een korte vakantie.

Daar, ergens bovenop een berg, middenin een natuurgebied, langs een pad uit de middeleeuwen (lees: diepe kuilen, gruwelijke afgronden, roofvogels met een indrukwekkende vleugelspanwijdte) stond ons vakantiehuis. lees verder

Afgelopen weekend was ik op bezoek bij vrienden in Valencia. Naast een korte introductie met de stad en omgeving maakte ik ook kennis met de ambachtelijke Spaanse paella. Ik heb wel eens paella gegeten in een toeristenrestaurant in Barcelona, maar dat mag ik eigenlijk niet meetellen.

Paella eet je namelijk niet tijdens het avondeten, maar ’s middags (en dan het liefst op zondag) tussen twee en vier. Dus werd het tijd voor een herkansing en dat kan nergens beter dan in Valencia, waar de paella oorspronkelijk vandaan komt.  lees verder

Op bezoek in het zuiden van Spanje, in de streek rond Jabugo, de hoofdstad van de beroemde serranoham. Niet die beunhammen die de grootsuper hier laatst met Kerst aan de man bracht, maar echte – kijk hier fronsend en gedecideerd bij – jamón ibérico.

De leveranciers van deze prijzige vleeswaren – een tientje per ons is geen uitzondering – zijn de matzwarte varkens van het Ibérico-ras. Dat zijn nog eens schárrelvarkens: per hectare kurkeikbos loopt misschien een dozijn dieren rond. Beetje wroeten, beetje eikels opsmakken, beetje rug tegen eik schurken.  Wanneer je langs het hek loopt knorren ze gezellig naar je – ze moesten eens weten. lees verder

Iedere kok moet er minstens één hebben:  een ‘altijd-goed-recept’.  De maaltijd waar je haast geblinddoekt inkopen voor kunt doen, iets wat je zo vaak hebt klaargemaakt dat je, als je je pols gebroken hebt of door andere onvoorziene omstandigheden niet aan het fornuis kunt staan, vanuit een luie stoel je huisgenoot kunt instrueren.  Zo’n gerecht waar je minstens 1 x per maand aan denkt, als je even geen inspiratie hebt voor originele culinaire avonturen, en waar je je dan de hele dag stilletjes op verheugt omdat je wéét dat je die avond verschrikkelijk lekker gaat eten. Vandaag deel ik mijn altijd-goed-recept met jullie.

lees verder

De herfst is nog niet eens begonnen, maar het Sinterklaas-marsepein ligt alweer een paar weken in de supermarktschappen. Mijn echtgenoot vindt dat fijn want die heeft iets met die zoete aardappeltjes. Ik zou daar natuurlijk  nare opmerkingen over kunnen maken, maar we hebben allemaal onze heimelijke, genante genoegens. Mij kun je bijvoorbeeld niet alleen laten met een zak ordinaire musketkransen.
Sinds ik echte, handgemaakte Portugese marsepein heb gegeten haal ik mijn neus op voor de geverfde varkentjes en wortels die hier in Nederland voor marsepein doorgaan. De ouders van een ex-geliefde woonden in de Alentejo. Als hij bij ze op bezoek was geweest nam hij altijd een doos pastelkleurige, met poedersuiker bestoven amandelhompjes van de plaatselijke banketbakker voor me mee. Zo ongehoord lekker. Ik droom er nog weleens over.
lees verder

De keuken van Valencia telt vele rijstgerechten, maar er mag er maar één paella Valenciana heten. De originele versie van dit beroemde gerecht bevat kip, konijn, gároffo (bleke reuzenbonen) en ferráura (een soort snijbonen). Soms, in de zomer, gaan er ook nog slakken door, en dan telt de paella nog net als traditioneel. Maar paella’s met vis, met zeevruchten, met eend of met artisjokken kunnen het schudden. Hoe lekker ook, ze blijven afgeleiden van de enige echte. lees verder

Een stad aan zee zoals Valencia heeft natuurlijk een naam hoog te houden als het gaat om verse vis en zeevruchten. Gisteren ging het hier al over de clóchina, een lokale, naar verluid bijzonder smakelijke mossel.

Ik had die clóchinas graag eens geproefd, maar omdat dit het seizoen is waarin mosselen zich voortplanten, worden ze nergens geserveerd. Even leek dat een teleurstelling, tot ik bedacht dat het juist heel goed is dat Valencianen zich niet gek laten maken door toeristen die per se, hier en nu, mosselen willen eten. Seizoen is seizoen, en als je, zoals ik, toevallig in mei in Valencia bent, heb je gewoon pech.

lees verder

Eén dag in Valencia en alweer zoveel ontdekt. Kleine en grote culinaire ontdekkingen, maar allemaal de moeite waard om over te berichten, en dat doe ik deze week, vanaf mijn ligstoel op een zonovergoten terras met uitzicht op de Middellandse zee.

Vanzelfsprekend behoort paella tot de grotere ontdekkingen. Niet dat ik nooit eerder paella at, maar dat waren in retrospectief toch allemaal slappe aftreksels van de enige echte paella Valenciana. Hier, tussen de rijstvelden, is het gerecht ontstaan, en hier wordt hij nog steeds gemaakt volgens de regels der traditie. Met kip en konijn en diepgoud van kleur, dankzij saffraan uit La Mancha en pimentón de la Vera.

Later deze week een recept voor paella, uiteraard. Vandaag eerst iets over één van die kleinere ontdekkingen, pepito, een lokale tapa waarvan ik nog nooit gehoord had. Ik at het bij een barretje aan een naar sinaasappelbloesem geurend plein in het oude centrum van de stad.

Fundada en 1917, staat er boven de menukaart van Bar Pilar, en verdomd, het lijkt wel of de tijd er sindsdien gestold is. Alle Valencianen zijn het erover eens dat dit de beste plek is om clochinas, een regionale mosselsoort, te eten. Dat wil zeggen, tijdens het mosselseizoen, want rond deze tijd van het jaar werken de schelpdiertjes aan hun voortplanting en mogen ze niet worden gevangen.

lees verder

De week begon met een broodje kaas, in zijn voortreffelijke eenvoud hét symbool voor de Nederlandse lunchcultuur. Heus niks mis met een broodje kaas. Mits de juiste kaas op het juiste broodje. En mits niet teveel, en vooral echte  boter.

Maar om heel eerlijk te zijn baal ik zo af en toe wel een beetje van die Hollandse broodjekaashegemonie. Waarom zo sober? Waarom zo koud? Hoe zou het toch komen dat wij de lunch niet beschouwen als een volwaardige maaltijd, zoals in België, in Frankrijk, in Engeland, in Italië, in Spanje, eigenlijk in ieder land buiten het onze?

Deze week nog schreef Lisa op het kookblog over de 3-gangen-lunches die in Chili gebruikelijk zijn. Karien vertelde over de uitgebreide middagmaaltijden – soms met een biertje, nooit zonder dessert – in Engeland. En Susanne doet regelmatig verslag van de menu’s die in de mensa van haar Romeinse kantoor wordt geserveerd. Als dat eens bij ons zou kunnen.

lees verder