Berichten in de categorie Taart

In een nogal tuttig Amerikaans kookboek las ik over een appelstrudel die werd gemaakt van lagen  filodeeg, met geroosterde broodkruimels ertussen. Dat leek me wel wat, het toch al knapperige deeg kreeg door die kruimels vast een hemelse crunch. Als ik nou eens een hartige versie maakte? Met spinazie bijvoorbeeld? Zou dat niet een fijn bijgerecht opleveren?

Op zich geen slecht idee. Jammer dat de uitvoering te wensen overliet.  O, wat ben ik blij dat u niet in mijn keuken kon kijken terwijl ik dat strudel-kreng stond te maken. Kant en klaar filodeeg is natuurlijk een prachtige uitvinding – het kost een grijpstuiver en je maakt er heerlijke dingen mee – maar het verwerken ervan vereist kalmte en slagvaardigheid. Eigenschappen waar het mij meestentijds aan ontbreekt.
Toen de strudel – die overigens prima smaakte – klaar was, zag mijn keuken eruit alsof Laurel en Hardy er hadden huisgehouden. lees verder

Mamma beer is altijd thuis / altijd achter ‘t kookfornuis. Deze zinnen spoken al twee dagen door mijn hoofd. Uit welk kinderboek ze afkomstig zijn weet ik niet meer, maar ze zijn me zo vaak voorgelezen dat ze onderdeel zijn geworden van mijn DNA. Dat deze wat ongeëmancipeerde regels nu ineens omhoog borrelen zal te maken hebben met mijn uithuizigheid van de afgelopen weken en de rust die nu is weergekeerd; Mamma beer mag eindelijk weer achter ‘t fornuis. Met de nadruk op mág. Want ik vind koken een voorrecht en ik heb het gemist de afgelopen tijd. Dat dagelijkse gehak, geroer en gekneed werkt ontspannend, inzicht verschaffend en stress-verlagend. Laat mij maar koken, dan scheelt therapie en yoga, dus tijd en geld.
lees verder

Hoewel het KNMI verwacht dat het prachtige weer nog even aanhoudt, bereid ik me voor op treurige paasdagen. Zoals elk jaar ga ik met mijn gezin, zus en nichtje naar mijn ouders, waar we op de paashaas wachten en eieren zoeken. Daarna lunchen we, als het weer dat toelaat, tussen de bloeiende clematis en de pioenrozen. Klinkt bepaald niet naar, ik weet het. Het verdrietige is dat Pasen dit jaar ook een afscheid wordt. Mijn ouders hebben hun huis verkocht en volgend jaar bewonen zij een huurappartement met een lift en een onderhoudsarm balkon.

In het huis dat ze gaan verlaten ben ik niet geboren en opgegroeid. Maar het is wel het huis waaruit ik ben vertrokken toen ik achttien was. Toen ik het allemaal he-le-maal anders ging doen. En het is ook de plek waarnaar ik altijd kon terugkeren met  liefdesverdriet of een tas vuile was. En waaromheen in de loop der jaren -door toegewijd wieden, schoffelen en snoeien- een prachtige tuin opbloeide. Vol prieeltjes en haagjes waarachter kinderen en chocoladehazen zich prima kunnen verstoppen.

lees verder

Bij Pasen hoort een paastaart. Nu is algemeen bekend dat banketbakkers en kooktijdschriften vinden dat daar zoveel mogelijk advocaat en slagroom aan te pas moeten komen, pastelkleurige chocolade-eitjes, paarse linten, pluizige kuikentjes en meer van dat soort Paas-parafernalia, maar daar trek ik me niets van aan. De taart die ik ieder jaar met Pasen bak, de taart van Nina, heeft niets frivools, niets hoera-het-is-lente-achtigs, of het moeten de 12 eieren zijn die erin gaan.

Met mijn gezin woonde ik ooit een paar maanden in het zuiden van Portugal, en Nina was onze buurvrouw. Op bestelling bakte ze koekjes en taarten voor restaurants en winkels in de omgeving – een vorm van huisnijverheid die in Portugal nog veel voorkomt. Ik zat graag bij haar in de keuken. Zoals zij balletjes rolde van amandelspijs om er koekjes van te bakken, of zoals ze met een verweerde houten lepel beslag roerde voor amandeltaart; ik kon geen genoeg krijgen van de rust en vaardigheid waarmee ze eindeloos dezelfde handelingen verrichtte. lees verder

Wat zijn bepaalde zeepgeuren toch sterk verbonden met jeugdherinneringen. Als ik Maja-zeep ruik zie ik direct de vooroorlogse badkamer van mijn opa en oma in Schiebroek voor me. En laatst rook ik in een drukke winkelstraat een vleug appelshampoo en was ik plots weer dertien en waste ik mijn immer vette tienerharen boven de wasbak. Knalgroen was die shampoo en hij rook appeliger dan een echte Granny Smith appel ooit ruiken zal.

Badedas, het badschuim dat mijn vader ieder jaar van Sinterklaas kreeg, bestaat nog steeds. Ik zag de groene fles laatst staan bij de drogist en hoefde de dop er niet af te halen om me te herinneren hoe het ook weer rook: dennenbomen, mos en een beetje pepermunt. En op de rand van ons bad stond altijd een gezinsflacon Fa: Met de wilde frisheid van limoenen. lees verder

Ik kan er niet omheen: mijn dochter heeft een onwaarschijnlijk slechte smaak. Een paar jaar geleden zat ze in de zogenoemde ‘prinsessenfase’ en lag het huis vol monsterlijke, paarse glitterwaaiers, Barbie-lipgloss en My Little Pony-balletpakken. De opluchting was groot toen deze roze storm eindelijk ging liggen.
Inmiddels bevinden we ons in fase twee: die van de babychihuahua. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat stroopt dochter het internet af op zoek naar beeldmateriaal van deze mormels. Het allerliefst vindt ze een ras  dat ‘teacup’ genoemd wordt. Ze heten zo, kwam ze me kwispelend vertellen, omdat ze niet groter zijn dan een theekopje; ze passen in de palm van je hand.

lees verder

Januari is de gouden maand, zo lazen we van de week in NRC Handelsblad. Althans voor sportschoolhouders en afslankkuurverkopers. Op stoppen met roken na, is afvallen waarschijnlijk het populairste goede voornemen. En dus een uitgelezen thema voor een kookrubriek in de eerste week van januari.

Het is direct ook het meest afgezaagde thema voor een kookrubriek in de eerste week van januari. Zo zouden we samen gezellig zelf knäckebröd en hüttenkäse kunnen maken. Of nog eens het mantra herhalen dat alles gezond is, zolang je het maar met mate nuttigt. Maar dat is saai en daarbij schieten we er niets mee op.

lees verder

Ik heb een hekel aan fruit. Niet aan frambozen en aan aardbeien natuurlijk. En ook niet aan mango of druiven. Maar je zult me niet voor m’n lol naar een appel zien grijpen of een peertje zien schillen. En bananen vind ik een verschrikking. Ik koop ze wel voor mijn kinderen maar ze mogen niet in mijn bijzijn worden opgegeten. Wie er zo nodig een wil, gaat maar even in de tuin staan. Of op de gang.  Want het is bovenal de geur die me tegenstaat.  Die weeïge, treurige lucht van een iets te oude banaan.

Waar mijn fruit-afkeer vandaan komt weet ik niet, maar ik heb ’m al heel lang. Als ik vroeger bij mijn grootouders op bezoek ging werd ik door oma volgestopt met heerlijkheden als hazelnootschuimtaart, borstplaat en wit brood met veel roomboter en rookvlees. Opa meende daar iets gezonds tegenover te moeten stellen en schilde altijd een peertje voor zijn kleindochters. Ik zie het roestige mesje waarmee hij het fruit schoonmaakte nog voor me en zijn benige, magere vingers, nat van het perensap. Brrr. lees verder

Ik ben een zzp’er; een Zelfstandige Zonder Personeel en moet in die hoedanigheid verplicht ingeschreven staan bij de kamer van koophandel. Zo’n inschrijving  kost een euro of veertig per jaar en in ruil daarvoor krijg je dan heel veel ongewenste post. Krantjes met opgewekt ondernemers nieuws, reclamefolders vol nietapparaten en fineliners en brieven van accountantskantoren die zich over mijn treurige administratie willen ontfermen.

Waarschijnlijk kan ik me – als ik enige moeite doe –  wel afmelden voor al dit ongewenste drukwerk, maar tot nu toe is dat er door tijdgebrek en laksheid niet van gekomen. Gelukkig maar, want tussen alle onzin trof ik recentelijk een brief van de directeur van de Makro aan. lees verder

De herfst is nog niet eens begonnen, maar het Sinterklaas-marsepein ligt alweer een paar weken in de supermarktschappen. Mijn echtgenoot vindt dat fijn want die heeft iets met die zoete aardappeltjes. Ik zou daar natuurlijk  nare opmerkingen over kunnen maken, maar we hebben allemaal onze heimelijke, genante genoegens. Mij kun je bijvoorbeeld niet alleen laten met een zak ordinaire musketkransen.
Sinds ik echte, handgemaakte Portugese marsepein heb gegeten haal ik mijn neus op voor de geverfde varkentjes en wortels die hier in Nederland voor marsepein doorgaan. De ouders van een ex-geliefde woonden in de Alentejo. Als hij bij ze op bezoek was geweest nam hij altijd een doos pastelkleurige, met poedersuiker bestoven amandelhompjes van de plaatselijke banketbakker voor me mee. Zo ongehoord lekker. Ik droom er nog weleens over.
lees verder