Berichten in de categorie Winter

Toen ik een paar weken geleden hier schreef over mijn Angst voor Groot Gebraad, kreeg ik prompt allerlei mailtjes en berichtjes van lezers die heel zorgzaam aanboden om mij van deze fobie af te helpen. Verschillende remedies werden geopperd, maar elk recept waar een sous vide-machine of een vleesthermometer aan te pas kwam legde ik (sorry) meteen opzij: het is juist afhankelijkheid van apparaten en gadgets die de fobie veroorzaakt heeft. Toch bleef er iets knagen. Ik wil geen kinderachtige of halsstarrige kok zijn. Aan de slag dus, met een stuk vlees van anderhalve kilo. lees verder

In mijn straat is nog één van de weinige Hollandse paardenslagers in de wijde omtrek te vinden. Toen ik hier vier jaar geleden kwam wonen moest ik er een beetje van gruwelen. Ik was in mijn jeugd fanatiek amazone en ook al was de laatste keer dat ik een manege van binnen zag al jaren geleden, paardenvlees was voor mij nog steeds not done.

Wat dat betreft ben ik toch wel een beetje schijnheilig. Ik ben geen vegetariër, en met het eten van ander vlees heb ik nooit problemen gehad. In de gemiddelde frikandel of kroket is meestal ook paardenvlees verwerkt en die kan ik ook zonder blikken of blozen naar binnen werken. Dus werd het tijd om me te vermannen en moest ik van mezelf gewoon keer bij de paardenslager een stukje vlees halen. lees verder

Toen ik zeven jaar geleden verhuisde naar IJburg, een vinexwijk bij Amsterdam, waren er nog geen trams, geen geldautomaten en geen winkels. Dat had aanvankelijk een zekere charme, maar na een half jaar werd het toch vervelend dat je voor elk pak luiers een half uur moest rijden. Uiteindelijk vestigde een dappere ondernemer zich op het nieuw opgespoten land. In een klapperende tent opende hij een supermarkt, waar acht soorten diksap en ligakoek te koop waren, maar waar de sla er altijd wat sneu bij lag. Inmiddels heeft IJburg een heus winkelcentrum, met een visboer en een biowinkel, maar toch verlang ik nog vaak naar de groenteman waar ik de broccoli haalde toen ik nog in De Grote Stad woonde. Zo’n norsige  Amsterdammer was het, die goed wist te verbergen hoe aardig hij eigenlijk was. Zijn sperziebonen smaakten naar sperziebonen en hij verkocht verse, ongekookte krieltjes die hij ter plekke voor me in de schrapmachine wierp. Heerlijke aardappeltjes waren dat, die helemaal niets te maken hadden met die geel geverfde, rubberen balletjes die in de supermarktschappen liggen.
lees verder

Wat een schitterende dag om te stemmen vandaag. Nee, ik heb het niet over de gemeenteraadsverkiezingen. Ik heb het over de stem die je als consument bijna dagelijks uitbrengt in de supermarkt. Een stem voor een beter milieu bijvoorbeeld. Voor een diervriendelijker vleesindustrie. Voor een fatsoenlijk bestaan voor boeren. Voor doorzichtiger productiemethoden. Voor gezonder, beter en duurzamer eten.

Wie betaalt, bepaalt namelijk. Of, zoals Karien deze week schreef op het kookblog: ‘Als we willen dat de voedingsmiddelenindustrie betere producten maakt dan is het beste wat we kunnen doen bewuste keuzes maken. De industrie luistert zeker naar NGO’s, protesten, onderzoeken en het eigen geweten. Maar ze luisteren altijd nog het meeste naar de consument. Wat die niet koopt, zullen ze ook niet maken. In die zin heeft de consument altijd het laatste woord.’ lees verder

Ik had het maandag al beloofd: een recept voor ragù van wild zwijn, een urenlang gestoofde vleessaus met een volle, geconcentreerde wildsmaak. Je zou er aardappelpuree bij kunnen serveren, maar juist vanwege die sterke smaak gaat er niets boven de combinatie met deegwaren. Kies geen dunne elegante soort zoals spaghetti, maar een dikke, korte pasta, bijvoorbeeld conchiglie (schelpen) rigatoni (dikke, geribbelde pijpjes) of fusili (spiralen).
Zoals je van me gewend bent bij dit soort stoofgerechten, levert onderstaand recept een flinke pan vol op, al snel voor 8 – 10 personen. De saus laat zich uitstekend invriezen, en ik kan je uit ervaring vertellen dat het een waar feest is wanneer er op een drukke dag ineens zo’n voorraad ragù di cinghiale opduikt uit je vriezer. 
 

lees verder

Buiten is het bitter, bitter koud. Binnen ook. Onze verwarming is kapot, en het wachten is op de monteur die het natuurlijk razend druk heeft met het repareren van al die andere verwarmingen die er precies nu, hartje winter, de brui aan hebben gegeven.
Op dit soort momenten zou ik willen dat ik een AGA-fornuis had. Zo’n heerlijk ouderwetse kookkachel, het warme middelpunt van elke Engelse cottagekeuken. Een AGA-fornuis brandt altijd, zomer en winter, of je nu aan het koken bent of niet. Dat heeft iets buitengewoon knus, en in geval van een haperende centrale verwarming, ook iets heel praktisch.

lees verder

We eten gewoon. Dat had ik me althans voorgenomen bij wijze van kookthema deze week. Maar wat is gewoon? De andijviestamppot met gehaktballen van gisteren, die was echt gewoon, toch? Of was-ie alweer iets te ongewoon door de knoflook en ketjap in de ballen? Of door het tomaatje in de jus?

Het zou eigenlijk best interessant zijn te weten wat nou echt het gewoonste eten van Nederland is, of, om het iets overzichtelijker te houden, het gewoonste januari-eten. Is dat inderdaad stamppot? Witlof met ham en kaas? Erwtensoep? Of is het pasta met spekjes en spinazie? Als ik het goed heb wordt dinsdag beschouwd als de gewoonste dag van de week. Doordeweekser dan de dinsdag schijnt er niet te zijn. Dus: Wat eten jullie op dinsdag? Je kunt erover meepraten op het kookblog, nrcnext.nl/koken. lees verder

Hè hè, dat hebben we weer gehad. Twee weken eten en drinken. Het was een feest. We hebben genoten. Tot het onze neuzen uitkwam. En nu niet op dieet of dat soort gekkigheid. We gaan gewoon eten. Eten zoals eten bedoeld is. Voedzaam, gezond en natuurlijk ook lekker. Want als ik me iets heb voorgenomen voor 2010, is het om vooral lekker te blijven eten.

Laten we beginnen met een van de gewoonste dingen uit de gewone Hollandse keuken: andijviestamppot. En dat dan samen met een ander doodgewoon, maar oh zo heerlijk ding uit het vaderlands repertoire: de gehaktbal. Want als je gehaktballen maakt, heb je meteen ook jus, en – lees er ‘De allegorie van de vette jus’ van Wim T. Schippers’ maar op na – wat wil een mens nog meer dan ‘een lekker prakje met een kuiltje jus’. lees verder

Terwijl in Kopenhagen een klimaatakkoord wordt gaar gesudderd, bereiden wij ons hier voor op het kerstmenu. Klimaat/kerstmenu. Klinkt als totaal verschillende grootheden. De toekomst van onze planeet/een etentje waarbij toch iedereen weer dronken wordt en ruzie gaat zoeken. Nee, die twee krijg ik niet zo snel gelinkt.

Maar wacht even. Bestaat er niet een wet die zegt dat alles met alles te maken heeft? Karma of zo? Ik weet het al, iets praktischers: we halen de Klimaatweegschaal erbij. Op de website van het Voedingscentrum kun je je plannen voor het kerstdiner laten wegen op CO2-uitstoot. Je typt je boodschappen in, en of je ze op de fiets of met de auto gaat doen. Je geeft aan voor hoeveel personen en hoe je ze gaat bereiden – koken of bakken, op gas of elektrisch, met of zonder deksel op de pan. En dan rolt daar een percentage uit dat aangeeft hoeveel CO2-uitstoot jouw maaltijd kost, vergeleken bij een gemiddelde maaltijd.

Een gemiddelde warme maaltijd brengt 2,35 kilogram CO2-uitstoot per kilo eten teweeg. Dat heeft het Voedingscentrum uitgerekend aan de hand van 300 maaltijden. Die 2,35 kilogram CO2 is vergelijkbaar met de uitstoot die je veroorzaakt door 20 kilometer auto te rijden. Of door een dag te wassen, drogen en verlichten. Je begrijpt, wie eindeloos gaat zitten puzzelen tot-ie een milieuvriendelijk kerstdiner bij elkaar heeft en vervolgens met de auto naar de supermarkt rijdt, die heeft het niet helemaal begrepen. lees verder

Voor het derde jaar werd begin deze maand de verkiezing van het ‘Kookboek van het jaar’ gehouden. Winnaar van 2009 in de categorie Nederlandstalig is het boek Twaalf maanden lekker eten, een uitgave van Albert Heijn. Naar verluid klonk er bij de bekendmaking protest in de zaal. Een Albert Heijnboek? Boeh (schijnt iemand echt geroepen te hebben).

Een verrassende keuze was het zeker. Ten eerste is het eigenlijke doel van zo’n kookboekenprijs om de handel van uitgevers en boekhandels op te krikken, en trekken die met deze winnaar aan het kortste eind. Ten tweede leek de juryvoorzitter, culinair journalist Felix Wilbrink, al bij de nominaties bevooroordeeld: „Het is een gotspe, het bedrijf wat ons van de seizoenen afhaalde komt nu met een goed seizoenskookboek”. lees verder