Berichten in de categorie Zoet

Yoghurtijs met walnoten „Hoi, mijn naam is Stéphanie, en ik ben verslaafd aan kinderijs.” Als er een praatgroepje zou zijn voor mensen met een dergelijke verslaving, dan had ik inmiddels een vaste stoel toegewezen gekregen.
Neem nou dit stukje bijvoorbeeld. Dit stukje is grotendeels getypt met alleen mijn rechterhand. Niet omdat er iets mis is met de linkerkant, maar omdat die hand al in gebruik is door een knalgele ijslolly. 

Zag u vandaag een bruinharig meisje van ergens in de twintig gelukzalig op een ijslolly knagen, dan bestaat de kans dat ik het was. Als de dame in kwestie ook nog een servetje om het ijsje had gewikkeld tegen koude handen, dan kan u er vrijwel zeker van zijn dat u een nrc next-columnist in het wild heeft gespot. Het ging mis na een recente ontdekking in het drankenpad van de supermarkt.

lees verder

Aardbeien mogen dan zomerkoninkjes worden genoemd, voor mij is en blijft de framboos de koningin van het bal. Prijzig zijn ze wel; zo’n mini-bakje donkerrode kussentjes kost je een rib uit je lijf, maar ik vind ze onweerstaanbaar. En hoewel mij vroeger geleerd is dat je niet mag eten op straat, zijn ze meestal op voor ik thuis ben.

 Dat er types zijn die het in hun hoofd halen om van frambozen coulis maken vind ik je reinste majesteitsschennis. Het genot van het eten van frambozen zit ‘m immers niet alleen in de smaak, maar zeker ook in de textuur. Een halsmisdaad is het, om zulke prachtige, fluwelige vruchtjes in een blender te gooien. Je kunt er hooguit -met veel egards- iets op, onder of naast leggen. 

lees verder

“Een ‘compacte krant’ betekent geenszins ‘minder krant’,” schrijft hoofdredacteur Peter Vandermeersch over het vernieuwde NRC Handelsblad, dat vanaf vandaag op tabloidformaat verschijnt. Zelfde inhoud, handiger verpakking. Is dat niet ideaal? En zou dat concept eigenlijk niet op meer dingen in het leven van toepassing moeten zijn, zeg, op eten?

Een bijdehante Bosschenaar schijnt onlangs een speciaal schoteltje te hebben ontworpen voor het beroemdste gebak van zijn stad. De Bossche bol is notoir lastig te eten. Zet er je tanden en de slagroom zit tot aan je oren. Doe het met een vorkje, en de bol vliegt van het schoteltje, pardoes in je schoot.

Ik heb er een paar maanden geleden nog eens een geprobeerd, bij bakkerij Jan de Groot aan de Stationsweg zelve uiteraard, want daar maken ze nog altijd de beste. Kansloos geklieder. Maar nu is er dus dat schoteltje, met in het midden een kegeltje waarop je de soes vast kunt pinnen. Slim bedacht. Alleen zou het allicht nog slimmer zijn om de bol zelf te restylen.

Zonder de inwoners van ’s Hertogenbosch voor het hoofd te willen stoten – ik zou niet durven tijdens carnaval – moet gezegd dat hun geliefde sjekladebollen feitelijk gewoon grote soezen gevuld met slagroom en geglaceerd met gesmolten pure chocolade zijn. Dat knappende glazuur maakt wel het grote verschil met moorkoppen, die het moeten doen met een armzalig laagje cacaovernis. U leest, lieve Bosschenaren, ik ben heus pro-Bossche bol. Maar vandaag pas ik er de NRC-formule op toe: compacter, maar beslist niet minder.

Voor een stuk of 40 eenhaps-soesjes:

  • 75 ml melk
  • 100 gram roomboter
  • 3 eetlepels + ½ theelepel suiker
  • ½ theelepel zout
  • 150 gram bloem
  • 4 middelgrote eieren
  • 400 ml slagroom
  • 150 gram pure chocolade

Verwarm de oven op 180 graden. Breng melk, 50 ml water, de boter, een halve theelepel suiker en het zout in een steelpan aan de kook. Neem de pan van het vuur en voeg de bloem toe. Roer stevig met een houten lepel, tot een deegbal ontstaat. Zet de pan terug op matig vuur en blijf een minuut roeren, tot het deeg lichtjes gaat glanzen. Stort het deeg in een kom en voeg, onverdroten roerend, de eieren toe. Vul een spuitzak met grove kartelmond en spuit kleine deegbergjes op twee met bakpapier beklede bakplaten (of gebruik twee lepels).
Bak de soesjes in ongeveer 20 minuten goudblond en gaar (open de ovendeur pas op zijn vroegst na een kwartier) en laat afkoelen op een rooster. Maak een kleine inkeping in de onder- of zijkant van de soesjes. Klop de slagroom op met suiker en vul ze hiermee. Laat de chocolade au bain marie smelten en doop de soesjes met hun bolle bovenkant in de chocola. Serveer wanneer de chocolade gestold is (of maak er terwijl de chocola nog kleverig is een mooie soesjesberg van.)

Ik heb mij eens laten vertellen dat het succes van de fastfoodbusiness is gebaseerd op het eenvoudige gegeven dat vrijwel niemand aan ketchup kan denken zonder te gaan watertanden. Aan de tomatensaus die op elke hamburger wordt gesmeerd is nogal wat suiker toegevoegd en het is de combinatie van zuur (van de tomaten) en zoet die dagelijks miljoenen klanten naar de McDonald’s en de Burger King lokt. Waarschijnlijk werkt het al als u dit leest en bent u nu bescheiden smakgeluiden aan het maken. En anders gebeurt dat wel als ik begin over zoete, oude sherry met Franse kaas. Of roomijs met zure appeltaart.

Een andere smaakcombinatie om van te watertanden is een glas champagne met een lange vinger uit Reims. Biscuits Roses de Reims heten de koekjes officieel en ik proefde ze voor het eerst in het huis van een vriendin in Frankrijk. Ze was net op excursie geweest naar Reims, de hoofdstad van de champagnestreek en bij een van de wijnhuizen kreeg ze naast haar flute een schaaltje langwerpige, roze koekjes aangeboden.

lees verder

Ik lust geen chocola. Sterker nog, ik heb er sinds mijn kindertijd al een gruwelijke hekel aan. Vroeger weigerde ik tot groot ongenoegen van mijn moeder mijn boterhammen met chocoladepasta op te eten. Ik verstopte mijn bammetjes overal in huis of probeerde ze aan de hond te voeren (die mijn afschuw deelde en ze ook niet opvrat). Gelukkig kwam ze na een poosje tot het inzicht dat het hier niet om een tijdelijk probleem ging en kreeg ik jam of pindakaas op mijn brood.

Mijn afkeer voor het bruine goedje heeft destijds niet alleen mijn moeder, maar ook menig gastvrouw grijze haren bezorgd wanneer ik een zelfgemaakte chocoladetaart als monsterlijk smerig bestempelde. Tegenwoordig ben ik iets genuanceerder in mijn afwijzingen van chocoladebaksels, en zeg ik op een fatsoenlijke manier dat ik het echt niet lust. Dat is voor velen nog steeds niet te begrijpen, maar gelukkig heeft mijn omgeving deze ‘abnormale’ eigenschap inmiddels geaccepteerd. lees verder

We rijden op Highway 24 in Zuidwest Amerika. Voor ons, achter ons, naast ons rotsige woestijn. Ik ben moe en een beetje kribbig. We reizen al een paar dagen door de staat Utah, waar ze hele rare alcoholwetten hebben (bier van 3,2 procent, wat moet je er mee?) en hoe indrukwekkend het landschap ook is, we beginnen onderhand genoeg te krijgen van de stoffige rotsformaties. We hebben de vaart erin. Dan ga ik ineens rechtop zitten: „Ik zag een bakker!” We keren om en jawel, een klein gebouwtje, een moestuin, een paar slaperige honden, en binnen een allervriendelijkste meneer die ter plekke de bonen voor mijn koffie maalt. „Hoe kwam je er zo bij om hier een bakkerij te beginnen?” vraag ik. „We needed bread. I baked some. Before I knew it, I was running a bakery.”
We nemen koffie en kaneelbroodjes, de specialiteit van het huis, mee naar het terras. Uit een krakende radio komt de stem van Stevie Wonder. Met de honden aan onze voeten kijken we de woestijn in. Die lijkt ineens een stuk minder onvriendelijk.
lees verder

Ik ben een beetje een snobistische zoetekauw. Fabriekssnoep zoals drop, winegums en supermarktcake kan ik heel goed aan me voorbij laten gaan. Ik eet liever een zelfgemaakte boterkoek, of een taartje van een echte goede banketbakker. Maar in Amerika maak ik een uitzondering voor alles waar ‘Reese’s’ op staat: goedkoop snoepgoed van chocola en pindakaas. Geen tankstation is veilig. Ik moet alle schappen scannen op mij nog onbekende variaties.

De originele Reese’s Peanut Butter Cup (een bakje van chocola met een zachte pindakaasvulling) werd in 1928 uitgevonden door Harry Burnett Reese. Veertig jaar later kon hij zijn snoepbedrijfje voor een slordige 23 miljoen dollar verkopen aan zijn voormalige werkgever, chocoladefabriek Hershey. Ik ben kennelijk niet de enige fan van Reese’s snoepgoed. lees verder

Tot besluit van deze Provençaalse week een romige, luchtige parfait met de subtiele smaak van lavendel en honing. Ik schreef het gisteren al: lavendel heeft een sterk, ietwat zepig aroma, dat snel domineert. Je moet het dus niet overdrijven met die mooie paarse bloemetjes. Als je het in huis hebt kun je lavendelhoning gebruiken, maar laat de verse lavendel in dat geval liever weg.

De parfait is lekker genoeg om zo, op zichzelf, te eten, maar combineert ook goed met zomerfruit als frambozen of bosaardbeitjes. Wie zich echt wil uitsloven geeft er abrikozen bij, besprenkeld met muskaatwijn en gebakken in de oven. En als je die fles muskaat toch openmaakt, voeg er dan ook meteen een scheutje van toe aan de parfait.
lees verder

Het gaat hier over zomerfruit deze week, en vanzelfsprekend hoort daar een recept met frambozen bij. Alleen, met frambozen heb ik een probleem. Frambozen zijn zulke volmaakte vruchtjes, zo snoeperig van vorm, zo delicaat van structuur, zo fijnzinnig van smaak, dat ik het al snel blasfemisch vind ze anders dan in hun volle glorie op te dienen.

Natuurlijk, je kunt frambozen prakken of pureren en dan heb je een fantastische felrozerode saus voor over ijs, of, om nog maar iets te noemen, panna cotta. Ze combineren wonderwel met chocola, en ik moet toegeven dat ik bij een hap van mijn frambozen-chocoladetaart (recept te vinden in het archief van het kookblog) zelden denk: wat zonde van de frambozen. Maar over het algemeen ben ik geneigd ze zo puur mogelijk te eten. lees verder

Zijn ze niet onweerstaanbaar: de aardbeien, de kersen en aalbessen, de meloenen en perziken en al die andere tere vruchten die nu op hun hoogtepunt zijn? Ik kan ze in elk geval maar moeilijk laten liggen. Ze zijn er maar zo kort, en ze zijn zo verrukkelijk zoet en sappig en fris. Het ideale soort eten op een warme dag.

Het vaakst eet ik zomerfruit gewoon as it is. Bijna iedere middag gaat er wel een pond kersen doorheen, achteloos opgesnoept achter mijn bureau. Mijn kinderen hakken dagelijks een bakje aardbeien of frambozen weg, bij wijze van 4-uurtje. En zonder gekoelde watermeloen als tussendoortje kunnen we eigenlijk ook al niet meer.

lees verder