Berichten in de categorie Zomer

Yoghurtijs met walnoten „Hoi, mijn naam is Stéphanie, en ik ben verslaafd aan kinderijs.” Als er een praatgroepje zou zijn voor mensen met een dergelijke verslaving, dan had ik inmiddels een vaste stoel toegewezen gekregen.
Neem nou dit stukje bijvoorbeeld. Dit stukje is grotendeels getypt met alleen mijn rechterhand. Niet omdat er iets mis is met de linkerkant, maar omdat die hand al in gebruik is door een knalgele ijslolly. 

Zag u vandaag een bruinharig meisje van ergens in de twintig gelukzalig op een ijslolly knagen, dan bestaat de kans dat ik het was. Als de dame in kwestie ook nog een servetje om het ijsje had gewikkeld tegen koude handen, dan kan u er vrijwel zeker van zijn dat u een nrc next-columnist in het wild heeft gespot. Het ging mis na een recente ontdekking in het drankenpad van de supermarkt.

lees verder

Bij een vorige aflevering van deze rubriek ontstond wat discussie over de wenselijkheid van verdoven voor de slacht. De conclusie was grofweg: hoe lager de diersoort, hoe minder druk men zich maakt – en moét maken. Het moet ook niet te gek worden. Voor je het weet, moet je je al schuldig voelen om het ombrengen van een pan mosselen.

Maar intussen is een uitzondering te binnen geschoten: de octopus. Dat is een evolutionair nederige mollusk, een slak. Een reguliere slak is gewoon sloom, maar een octopus is eigenschappen als behoedzaam, belangstellend en leep toe te dichten.

Duikers zeggen dat de achtarmen ze onder water echt aankijken, contact zoeken – ‘hogere’ vissen doen dat zelfs niet. Een tijdje terug was er in een Amerikaanse dierentuin zelfs een octopus die iedere nacht vanuit zijn aquarium naar de aanpalende garnalentank sloop om te snacken. Hij deed steeds netjes achter zich de deurtjes dicht. De oppassers krabden zich weken op hun achterhoofd over het mysterie van de verdwijnende garnalen – tot ze de octopus op heterdaad betrapten.
lees verder

Dat met dat koken, seizoenen en het weer, dat begint de keel uit te hangen. Er is natuurlijk wel iets voor te zeggen om in de keuken met jaargetijden mee te gaan. Het zou zó een van de duurzame stelregels van de Amerikaanse voedselgoeroe Michael Pollan – „als het door je autoraam wordt geserveerd, is het geen voedsel” – kunnen zijn: eet wat dán ruim voorhanden is. En dat is vaak nog goedkoop ook. Maar de kuddegeest die alles wat zich culinair behept noemt bevangt wanneer het weer een beetje omslaat, begint toch antiperistaltisch te werken.

Is het lente, dan steken die onvermijdelijke asperges – google voor de grap eens ‘asperges’ en ‘witte goud’ – en die maatjesharingen weer de kop op. In de zomer zit je vast aan übergezellige barbecues en exotisch schaterfruit. In de herfst dreigt oververzadiging door paddenstoelen en wild. lees verder

Het was de week van de makkelijke maaltijdsalades. Lekker zomers en licht eten, waarvoor je niet al te lang in de keuken hoeft te staan. Dat laatste geldt niet helemaal voor de salade van vandaag. Met het bereiden van de couscous en het roosteren van courgettes, aubergines, tomaten en halloumi ben je toch al snel een half uur, drie kwartier kwijt. Maar het resultaat is de moeite waard.

De receptuur luistert overigens niet heel nauw. Wie wil vervangt een van de groentes door een andere. Geroosterde en ontvelde paprika’s bijvoorbeeld, zijn ook lekker in deze salade. Net als gegrilde groene asperges. En koriander in plaats van, of naast peterselie en munt, het kan allemaal.

lees verder

Het is een van de mooiste salades ter wereld, en tegelijkertijd is het een van de vaakst verneukte: salade Niçoise. Wat er allemaal niet fout kan gaan bij de bereiding van zoiets eenvoudigs; het gaat je inbeeldingsvermogen soms te boven.

Mon Dieu, wie haalt het nu in zijn hoofd om zongedroogde tomaten in een Niçoise te gebruiken, of feta, of pesto? Ik verzin dit niet hoor, heb het allemaal meegemaakt, en erger. In handen van ongeïnteresseerde, onkundige of übercreatieve koks, blijft er schrikbarend weinig over van dit kostelijke, Zuid-Franse zomergerecht.
lees verder

Lang leve de zomer; het ideale seizoen voor slow life. Als ik geen huisgenoten had om rekening mee te houden, zou ik het wel weten. Ik zou die hele heerlijke zomer leven op sla en tomaten, een blikje tonijn, een bol mozzarella, een avocado hier en daar.

Er zou waarschijnlijk geen fornuis meer aan te pas komen. Hooguit zo af en toe om een paprika te roosteren, of een in lange plakken gesneden courgette of aubergine te grillen. Maar ook die zou ik vervolgens koud opeten, gemarineerd in citroensap of azijn, een scheut olijfolie en wat verse kruiden uit de tuin. lees verder

Het gaat hier over zomerfruit deze week, en vanzelfsprekend hoort daar een recept met frambozen bij. Alleen, met frambozen heb ik een probleem. Frambozen zijn zulke volmaakte vruchtjes, zo snoeperig van vorm, zo delicaat van structuur, zo fijnzinnig van smaak, dat ik het al snel blasfemisch vind ze anders dan in hun volle glorie op te dienen.

Natuurlijk, je kunt frambozen prakken of pureren en dan heb je een fantastische felrozerode saus voor over ijs, of, om nog maar iets te noemen, panna cotta. Ze combineren wonderwel met chocola, en ik moet toegeven dat ik bij een hap van mijn frambozen-chocoladetaart (recept te vinden in het archief van het kookblog) zelden denk: wat zonde van de frambozen. Maar over het algemeen ben ik geneigd ze zo puur mogelijk te eten. lees verder

Zijn ze niet onweerstaanbaar: de aardbeien, de kersen en aalbessen, de meloenen en perziken en al die andere tere vruchten die nu op hun hoogtepunt zijn? Ik kan ze in elk geval maar moeilijk laten liggen. Ze zijn er maar zo kort, en ze zijn zo verrukkelijk zoet en sappig en fris. Het ideale soort eten op een warme dag.

Het vaakst eet ik zomerfruit gewoon as it is. Bijna iedere middag gaat er wel een pond kersen doorheen, achteloos opgesnoept achter mijn bureau. Mijn kinderen hakken dagelijks een bakje aardbeien of frambozen weg, bij wijze van 4-uurtje. En zonder gekoelde watermeloen als tussendoortje kunnen we eigenlijk ook al niet meer.

lees verder

De afgelopen twee dagen schreef ik hier over Hunger for Freedom, een boek van Anna Trapido over het leven van Nelson Mandela. Het is geen gewone biografie, maar eerder een culinair testament, of, zoals Zindzi Mandela zegt op de achterflap: ‘een historische foodprint van een groot man’.

Het boeiendste deel van het boek is het hoofdstuk over het eten in de gevangenis op Robbeneiland, waar Nelson Mandela van 12 juni 1964 tot 11 februari 1990 gevangen werd gehouden. Ik beschreef gisteren al het dieet waarop hij die 27 jaar leefde: maïspap, maïskolven, groente en dunne vleessoep. Een aantal van Mandela’s medegevangenen was iets beter af; zij kregen ook brood en margarine, plus een extra schep suiker voor in de pap. lees verder

Op 2 juni 2000 was het bloedheet. De dagen ervoor waren ook al flink warm geweest; weer om languit in het park te liggen en veel ijs te eten. Zoet, romig, verkoelend ijs, het ideale voedsel voor hoogzwangere vrouwen.

Mijn ijsmachine draaide die zomerse dagen op volle toeren. Op de ochtend van 1 juni had ik een eiervla gekookt, een bak aardbeien gepureerd en erdoor geroerd, en het geheel in de koelkast gezet om door en door koud te worden. ’s Avonds stond er aardbeienroomijs op het menu. lees verder