Vorige zomer bracht ik een memorabele avond door in een jazzcafé in downtown Madrid. Ik at er een schaaltje Ibericoham en dronk een fles rode Rioja. Naast mij zat Whoopy Goldberg, die zich voorstelde als Threatha (tzereetza). Haar volle lijf danste mee op de blue notes en haar handen trommelden onvermoeibaar op tafel. ,,I don’t understand a thing, but I understand music”, schreeuwde ze boven de zangeres uit. We werden meteen vriendinnen.
Ze woonde in New Orleans, tenminste, als ze niet op zee zat. Deze imposante oma bestuurde mammoettankers. Haar moeder was jazz-zangeres geweest en zelf hield ze ook veel van zingen. Ik informeerde naar haar lievelingslied. ,,Summertime”, zei Whoopy en begon nog meer te glimmen. Ik hoefde nauwelijks aan te dringen voor ze me mee naar buiten nam voor een privéoptreden. Haar monumentale stem, de warme Madrileense nacht, mijn kippenvel, ik heb ze zorgvuldig in mijn hoofd gearchiveerd onder onvergetelijke momenten.



