Berichten met de tag Aardperen

Ieder jaar, ergens begin december, stroomt mijn mailbox vol kerstmenu’s. Slagerijen, restaurants, supermarkten, allemaal willen ze hun culinaire plannen wereldkundig maken. Het worden er steeds meer. En wat maken ze ons het leven toch makkelijk. We hoeven komende Kerst nog geen kwartier de mouwen op te stropen om onze gasten toch te verrassen met een kerstdiner uit eigen keuken. Dat wil zeggen: in eigen keuken opgewarmd, op schalen gedrapeerd en voorzien van een toefje peterselie.
Voor wie graag kookt is de verlokking van die schalen zalmmousse, de voorgemarineerde kalkoenrollades  en plastic glaasjes tiramisu moeilijk te begrijpen. Maar mensen die een hekel hebben aan koken, beschouwen dit kant- en klaaraanbod als een zegen. Wel het gezellig samenzijn rond een feestelijk gedekte, goedgevulde tafel, geen stress. Prima.

Alleen tegen wie wél van koken houdt maar het met Kerst simpelweg niet durft – omdat er veel mensen komen eten, en alles perfect zou moeten zijn en je daarvan bij voorbaat al doodzenuwachtig wordt – zou ik willen zeggen: ontspan. Een kerstdiner koken is helemaal niet zo zenuwslopend als al die slagerijen, restaurants en supermarkten ons met hun traiteursmenu’s willen doen geloven. Laat je niks wijsmaken; iedereen kan koken.
lees verder

Deze week was gewijd aan een aantal van mijn favoriete, doch in Nederland minder bekende kookschrijvers. Simon Hopkinson, Marcella Hazan, Jonathan Waxman en Paula Wolfert passeerden al de revue. Vandaag wil ik je graag voorstellen aan Maggie Beer.

Niet dat ik ook maar iets te klagen heb over mijn eigen moeder (en haar kookkunsten), maar áls ik er een tweede bij mocht kiezen, gewoon voor de heb, dan zou Maggie hoog op mijn lijstje staan. Dat zou betekenen dat ik in Australië geboren was en opgevoed op een fazantenboerderij-annex-fazantenrestaurant in de Barossa Valley. Best een leuke gedachte. Ik ben dol op het platteland. En op restaurants bovendien. lees verder

Jaren geleden liet mijn schoonmoeder mij een vlekkerig bruin knolletje uit haar moestuin zien. Het was onregelmatig van vorm, een centimeter of acht lang en op zijn dikste punt hooguit tweeënhalf in doorsnede. Een onooglijk ding dat rook naar koude aarde.

Ik kon alleen maar gokken wat het was. Een premature suikerbiet? Een verschrompelde tulpenbol? Eenmaal gekookt bleek het mysterieuze knolletje een beetje zoet te smaken. Het had iets van tamme kastanje, met een vleugje artisjok. De textuur van het roomkleurige vruchtvlees deed me eerder denken aan knolselderij. Ik geef het op, zei ik. Het is een aardpeer, zei mijn schoonmoeder.

lees verder