Berichten met de tag Bleekselderij

De afgelopen dagen las ik met plezier Is there a nutmeg in the house van de Britse kooksschrijfster Elizabeth David. Ik wist wel dat David met haar boeken vol mediterrane, zonnige gerechten halverwege de vorige eeuw een enorme invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de Britse kookkunst maar had – schande!- nog nooit iets van haar gelezen. Is there a Nutmeg in the House kwam pas na haar dood uit en is een verzameling van niet eerder verschenen artikelen en favoriete recepten. Aangezien ze allemaal zo rond 1960-1970 zijn geschreven is het opvallend hoe weinig gedateerd het boek overkomt. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de no nonsense toon die David bezigt en met het gemak waarmee ze allerlei exotische gerechten en kruiden bespreekt.

lees verder

Een goed verhaal maakt eten lekkerder. Mits het eten goed is om mee te beginnen natuurlijk. En dat was het bij restaurant Merkelbach in Amsterdam, waar we afgelopen zaterdag gedurende een uur of vijf werden gefêteerd. Oesters, konijn, langoustines, lam als boter en een overheerlijk dessert met rum. Elke gang kwam uiteraard met een eigen glas wijn en daarbij… een goed verhaal van de oberkelner.

Maar het hoeft niet altijd over eten te gaan. Restaurant Merkelbach huist in een van de weinige overgebleven stadsvilla’s van Amsterdam, Huize Frankendael, gebouwd in de zeventiende eeuw als buitenverblijf van een rijke Amsterdamse koopman. Acht bewoners later deed het dienst als pleziertuin en eind negentiende eeuw als internaat van de tuinbouwschool. Het landgoed was de stadskwekerij. Nu is het een park. lees verder

Kon ik dichten, schreef ik vandaag iets moois over de lente. Een ode van vederlichte woorden geweven in dartele regels, iets met tintellichtluchten, bevende witte vlinders en experimenten in groen.

Maar een mens moet zijn beperkingen kennen; de naam is Gorter noch Gerhardt noch Dickinson. Een prozaïsche ode dan, een eerbetoon in romig, zachtgolvend pastel: risotto met jonge prei, saffraan, kalfsbouillon en een gepocheerd ei. lees verder

Wie loopt er nog warm voor een pasteitje?
Ja, een pittige Surinaamse of een samosa, die doen het nog wel. Maar wanneer is de laatste keer dat je iemand hoorde zeggen: vandaag heb ik écht trek in zo’n ouderwets pasteitje.

Er is ook weinig hip  en sexy  aan zo’n flets deegbakje met van die beige brei erin.

Maar het is zo verdomd leuk om zelf ragout te maken. Al die verschillende technieken en stadia waarbij je de smaak in laagjes op kunt opbouwen. En een eetbaar bakje heeft toch nog altijd iets kinderlijks magisch. Je moet je gasten gewoon niet van te voren vertellen dat je ze pasteitjes gaat voorschotelen. Want lekker zijn uiteindelijk echt wel. lees verder

Als ik hier schrijf dat mijn leesclub laatst kwam eten, klinkt dat een stuk cultureel verantwoorder dan het was. Mijn eetclubje kwam een boek bespreken ligt net zo dicht bij de waarheid. Of eigenlijk: er kwamen drie vrienden eten met wie ik kortgeleden in een opwelling besloten had een leesclub op te richten, eentje waarbij goed eten en drinken integraal onderdeel zou zijn van elke bijeenkomst.

Afijn, omdat niemand van ons ooit eerder in een leesclub had gezeten, hadden we geen idee wat te doen. Een boek bespreken ja, maar hoe? Daar zaten we aan mijn keukentafel, ieder met z’n eigen exemplaar van Knut Hamsun’s Mysteriën (uitgeverij De Geus) voor z’n neus. Eerst maar wat eten, riep ik, en zette een schaal gravad lax op tafel. En bubbelwijn, want in Mysteriën wordt voortdurend en liederlijk champagne gedronken en we moesten tenslotte een beetje in de stemming komen. lees verder

Een boterham met hüttenkäse, tomaat en bieslook. Eentje met blauwschimmelkaas en komkommer. Met ham en augurkjes. Met tomaten-gember-chili-jam. Het gaat hier deze week over broodtrommeltjes en wat erin te stoppen, en op het kookblog kwamen gisteren alvast talloze tips en suggesties binnen.

Fijn, want de meeneemlunch is een onderwerp waar ik als thuiswerker weinig ervaring mee heb. Ik vrees bovendien dat ik er weinig van zou bakken, gesteld dat ik op een kantoor zou werken. Het idee om een kwartier eerder op te staan speciaal om dat trommeltje een beetje aardig te vullen? No way.

Maar intussen koester ik grote bewondering voor mensen die dat wel doen. Het is een vorm van houden van jezelf, alleen weggelegd voor mensen die in staat zijn te genieten van kleine, dagelijkse dingen. En zo’n levenshouding verdient mijns inziens het grootst mogelijke respect.

lees verder

Het was maar een klein bericht in deze krant vorige week, maar mijn hart maakte een sprongetje. ‘Het eten van bijna drie ons rauwe groente en fruit per dag vermindert het risico op een beroerte met ruim eenderde,’ zo bleek uit onderzoek van de Universiteit Wageningen.  Nu is er weinig zo onzeker als de wetenschap, en zijn dit soort resultaten slechts geldig tot een concurrerende universiteit het tegendeel heeft bewezen. Maar toevallig ben ik verzot op rauwe groenten en fruit, en dus laat ik me in dit geval graag verleiden tot een bescheiden media-hypetje.
We gaan volledig rauw deze week.

Die bijna drie ons intrigeert trouwens. Hoeveel is precies bijna drie ons? Geen 250 gram zou je zeggen, anders had dat er wel gestaan. 299 gram? 298? 295 misschien? Hoeveel het ook is, het is best te doen. Een beetje appel weegt als snel 150 gram. Hap er twee weg en je hebt zomaar 33,33% minder kans op een beroerte.

lees verder

Tarwebloem, geharde plantaardige olie, zetmeel, maltodextrine, zout, melksuiker, aroma, paddestoelen (3%), melkeiwitten, champignonextract, wortel, smaakversterker (E621, E631, E627), ui, bieslook, voedingszuur (E331, E270), gistextract, witte peper.

Je mag drie keer raden wat dit is. Neem ik intussen nog even de tijd om terug te komen op de Amerikaanse journalist/activist Michael Pollan waar ik hier afgelopen woensdag over schreef. Pollan maakt zich al jaren publiekelijk zorgen over ons westerse voedselsysteem, dat gedomineerd wordt door een te machtige industrie. In zijn boek Een pleidooi voor echt eten breekt hij een lans voor een natuurlijker voedingspatroon: Eet echt eten. Vooral planten. En niet teveel. lees verder

Voor minestrone bestaan zoveel recepten als er Italiaanse mamma’s zijn. Het maakt eigenlijk weinig uit wat je er precies instopt, als het maar een paar verschillende soorten groente zijn, bonen en pasta. Als ik minestrone in de zomer maak, gaan er vaak sperziebonen en courgettes door. In de winter gebruik ik liever kool.

Hoe dan ook, schroom dus niet om aan onderstaand recept je eigen draai te geven. Een van de lekkerste variaties die ik er zelf ooit op maakte, was toen een aardige Italiaanse traiteur mij een Parmaham-been meegaf. 99 procent van de ham was er weliswaar afgesneden, maar wat er nog aan vlees aanzat gaf de minestrone een goddelijk rijke smaak.

Minder fijn was dat ik die smaak daarna nooit meer heb kunnen evenaren, eenvoudigweg omdat ik nooit meer een traiteur bereid heb gevonden zijn been aan mij af te staan. Die gebruikt een beetje Italiaan lekker zelf voor zijn soepen en sauzen. Maar wie weet heb jij betere connecties dan ik, en als het je lukt zo’n been te bemachtigen, moet je het zeker proberen (maar laat de bouillonblokjes dan weg.)

lees verder

We koken deze week uit Specerijen, een inspirerend naslagwerk van de Australische Jane Lawson (uitgeverij Unieboek). Behalve ruim veertig individuele specerijen behandelt ze ook een aantal specerijenpasta’s (chermoula, Spaanse peperpasta, Aziatische currypasta’s en harissa) en
een vijftiental specerijenmengsels.

Voor elk van die specerijenmengsels geeft Lawson een ingrediëntenlijstje, plus een aantal recepten om ze in te verwerken. Die ingrediëntenlijstjes zijn handig want hoewel je de meeste mengsels kant- en klaar kunt kopen, verliezen specerijen eenmaal gemalen snel hun aroma en dus  zijn dit soort mixen altijd het lekkerst wanneer je ze zelf, vers bereidt. lees verder